Het verhaal van de verkiezingen

Hoe Kerry zichzelf ten val bracht

Het verhaal van de verkiezingen was de hoge opkomst en het gevoel van urgentie in het hele land. En de grote misvatting in beide kampen te denken dat de meerderheid van al die nieuwe stemmers voor Kerry zou kiezen.

WASHINGTON – Maanden hebben Democraten keihard gewerkt aan hun zogenaamde «ground game»: zoveel mogelijk mensen laten registreren die nooit eerder hebben gestemd, of dat al jaren niet meer hadden gedaan. De Democraten hadden zeven keer zoveel geld daarvoor beschikbaar dan in 2000. Alleen al de organisatie America Come Together, die in naam onafhankelijk is maar in de praktijk de Democratische partij helpt, spendeerde 125 miljoen dollar – waarvan tien miljoen van de bekende speculant en oud-Popper -leerling George Soros – om het aantal kiezers te vergroten. De bekende rapper P Diddy, ofwel Puff Daddy, begon een veel publiciteit genererende campagne Vote or Die, net als de groep November 2. En het hiphoptijdschrift Vibe verklaarde: «Mannen die stemmen hebben grotere penissen. En vrouwen die stemmen verliezen twintig pond.»

In de laatste weken voor de verkiezingen werden ook rattenvangers van Hamelen ingezet. Op de laatste donderdag voor de verkiezingen, donderdag 28 oktober, stroomden in de hoofdstraat van Madison, Wisconsin, tachtigduizend mensen samen om de «Boss» en Kerry samen op een podium te zien. Omdat er in Wisconsin al eerder dan op 2 november mocht worden gestemd, werden duizenden uit de massa direct geleid naar een stembureau enkele blokken verderop. Zij marcheerden achter Kerry-vrijwilligers aan met «Follow Me» op hun spandoeken. Hetzelfde gebeurde enkele dagen eerder toen Leonardo DiCaprio op de universiteitscampus zijn gehoor opriep hem te volgen naar gereedstaande bussen die direct naar een stembus reden.

Het is daarom verrassend dat het percentage jongeren dat stemde – de achttien- tot vierentwintigjarigen – procentueel niet hoger is dan in 2000. Opnieuw hebben ze de Democratische, hardwerkende vrijwilligers alleen bij het altaar laten staan. Niemand in de Democratische campagne scheen eraan te twijfelen dat jongeren «progressief» zouden stemmen, dat wil zeggen op presidentskandidaat Kerry. Ten onrechte. Ook oudere «unlikely voters», die in grote drommen zijn op komen dagen, vooral in de beslissende staat Ohio, stemden niet massaal Democratisch. Ze stemden ongeveer in dezelfde verhoudingen als het traditionele electoraat. Dat is als een bom ingeslagen in de kantoren van de Democratische campagne.

Jongeren en nieuwe stemmers hadden inderdaad minder te besteden dan de gemiddelde Amerikaan. Dat klopt. Maar politiek is in Amerika niet meer verdeeld langs economische lijnen. Uit een recent omvangrijk nationaal onderzoek, verricht in opdracht van de LA Times, blijkt dat het gemiddelde inkomen een veel slechtere indicator is voor de politieke voorkeur dan bijvoorbeeld de graad van onderwijs (Democraten hebben significant meer onderwijs genoten, met hoger aangeslagen diploma’s), de woonomgeving (platteland of stad) en de opvattingen over «gays and guns». Kerry en Bush kregen evenveel stemmen van blanke Amerikanen die meer dan honderdduizend dollar verdienen. Bush kreeg de meerderheid van stemmen van de kiezers die minder verdienen.

Kiezers zonder college degree (zo’n zestig procent van het electoraat) stemden in meerderheid Bush, terwijl Kerry het niet alleen goed deed onder vrouwen met een universiteits diploma, traditioneel in het Democratische kamp, maar ook onder mannen met een universiteitsdiploma, die traditioneel een van de meest betrouwbare Republikeinse groepen in het electoraat zijn. Uit het onderzoek blijkt dat culturele indicatoren beter helpen bij het voorspellen van iemands politieke voorkeur dan economische status.

Overigens dacht het Republikeinse campagneteam ook dat nieuwelingen overwegend Democratisch zouden stemmen. Daarom waren hun juristen erop gespitst registraties van kiezers te betwijfelen of onrechtmatig te laten verklaren. Al voor de verkiezingsnacht zijn daar in Ohio rechtszaken over gevoerd. De Republikeinen probeerden bijvoorbeeld 35.000 nieuwe registraties – door de Democraten binnen gehaald – ongeldig te laten verklaren. Campagnemedewerkers van Bush hadden briefkaarten gestuurd naar deze nieuw-geregistreerden die onbestelbaar bleken: «Adres onbekend».

In de veronderstelling dat nieuwkomers Democratisch stemmen, waren de duizenden juristen van de Republikeinen gespitst op het tegengaan van fraude, terwijl het werk van de juristen van de Democraten in dienst stond van het beschermen van iedere stemmer, opdat «iedere stem telt».

Wekenlang benadrukten de Democraten: opkomst, opkomst, opkomst. Het heeft ze niet geholpen. De nieuwe stemmers lieten ze in de steek. Net als de zwevende kiezer, tenminste in Ohio en Florida. De zwevende kiezer heeft niet, zoals aangekondigd, op het laatste moment voor verandering gekozen. Na maandenlang naar hun gunsten te hebben gevist, hebben beide partijen de laatste dagen voor 2 november hun geduld met deze twijfelaars verloren. Onuitstaanbaar kirden de onbeslisten als diva’s op «het hek», zoals dat in Amerika heet.

Een Democratische campagneadviseur kon zich niet inhouden na het verhaal van een mevrouw die verklaarde het nog altijd niet te weten, maar toegaf dat de film Fahrenheit 9/11 van Michael Moore haar ogen hadden geopend. Echter niet op de manier zoals je zou verwachten. Een president met zulke goede contacten in het Midden-Oosten, vertelde ze, die moest maar aanblijven: «Dat komt heel goed van pas, juist in deze dagen.» De campagne adviseur kon niet anders dan concluderen dat zwevende kiezers domme mensen zijn, wat overigens niet blijkt uit onderzoek.

Een andere onbesliste, mevrouw Palmer, vertelde aan een verslaggever van de Washington Post over haar gevoelens voor Bush: «Als hij naast Kerry staat, in zo’n debat, voel je gewoon medelijden met hem. Hij is toch een beetje de underdog voor mij. En hij heeft het heel moeilijk gehad de laatste vier jaar. Ik denk erover toch maar op hem te stemmen. En zoals mijn grootmoeder altijd zei: vertrouw de duivel die je kent.»

Dit soort opmerkingen dreef mensen voor de verkiezingen tot wanhoop. Nog erger was de algehele spanning en tweedeling, die zwaar drukte op de geestelijke gezondheid van de natie. Voor sommigen kwam de verkiezingsnacht maar net op tijd. Ze konden niet meer slapen van de spanning. Psychiaters constateerden Pre-Election Anxiety Disorder, wat een officiële diagnose werd: PEAD. In Birmingham, Alabama, kreeg de diëtist Rodger Mur phree Republikeinse patiënten op bezoek die eraan leden. «We leven in zo’n gestresste samenleving. Als je daar dan ook nog eens het onbekende aan toevoegt, wordt het werkelijk beangstigend voor sommige mensen. Mensen weten niet wat er gaat gebeuren als Kerry wordt gekozen. Dat beangstigt ze geweldig.»

Ook Laura Auerbach, een Democraat, had symptomen van PEAD. Ze haat de president. Ze schreef in een e-mail aan een vriend: «Ik voel me zo’n slecht mens wanneer ik praat over Bush. Die man is zo vol haat dat ik ervan ga haten.» Het ergste is, zo verklaarde Auerbach, dat haar kindje, een peuter, enkele keren in huilen uitbarstte wanneer zij zich, samen met haar man, opwond over de regering. «Dan moet je je kind uitleggen dat er mensen in de wereld zijn die beslissingen nemen die mamma niet zou willen nemen. En dan ga je er opnieuw van schreeuwen. En je kind weer huilen, enzovoorts.»

En nu is voor veel Amerikanen het onuitspreekbare gebeurd. De voormalige Clinton-adviseur Elaine Kamarck, nu werkzaam op Harvard, zei vorige week over een eventuele Bush-overwinning: «Dat zal het begin zijn van het einde van de Amerikaanse grootheid.» En, aldus Seymour Hersh, de man die zoveel rotte verhalen over de Bush-regering naar boven haalde dat sommige commentatoren dachten dat hij in zijn eentje Bush al van een tweede ambtstermijn af zou houden: «Als hij wordt herkozen zitten we echt in de problemen.»