Opheffer

Hoe kom ik aan informatie?

Is De Groene Amsterdammer betrouwbaar? Ik denk het wel. Ik ken wat mensen bij De Groene en die lijken mij redelijk betrouwbaar. Ik geloof ze dus wanneer ze iets opschrijven. Ik hou van die betrouwbaarheid.

Maar ik maak me toch zorgen. Niet over De Groene in het bijzonder, maar over de bronnen van mijn informatie. Ik haal mijn informatie uit de kranten. Maar in die kranten lees ik dat de kranten over de kop gaan. Er komen geen advertenties, de grote uitgevers geloven zelf niet in die kranten. Men gaat de kranten kleiner maken, voorzover ze dat niet al zijn. Dus ik weet dat de informatie die ik uit de kranten haal minder en minder wordt.

Ik haal mijn informatie ook van radio en televisie. Toevallig maak ik zelf radio en televisie en ik weet dat de informatie daar minder en minder wordt. Moet worden! Mijn radio programma willen ze veranderen in een fijn muziekprogramma en ik weet van sommige televisieprogramma’s die informatie verstrekken dat ze die willen opheffen. Minder informatie kortom van radio en tv.

Ik haal mijn informatie ook uit onderwijs. Maar het onderwijs ligt helemaal op zijn gat. Studiehuis – ik heb er jaren geleden al voor gewaarschuwd – het is inderdaad een bouwval geworden.

Wat hebben we nog meer? Ik haal mijn informatie ook van het internet. Maar het internet heeft een probleem: ik weet nooit of de informatie die je daar vandaan haalt te vertrouwen is. Als ik mijn eigen naam intik kan ik doorgelinkt worden naar een soort internet encyclopedie. Wat daar over mij staat, deugt op een aantal punten niet. Dus zal de rest van die catalogus ook wel niet deugen.

Waar haal ik dan betrouwbare informatie vandaan? Boeken? Er worden steeds minder boeken gelezen, hoor ik om de week. Men leest namelijk niet meer, en daarom zijn boeken ook enorm duur geworden. En hoe zou ik moeten weten wat ik wil kopen als er in de kranten geen recensies meer verschijnen, of als kranten samengaan met boekenuitgevers en ik nooit zal weten of de recensent betrouwbaar is?

De bibliotheek? Ik lees net in de krant dat men een aantal bibliotheken wil opheffen, dus dat zal moeilijk worden. En trouwens, wel eens gebruik gemaakt van een bibliotheek? De boeken gezien? Hoe dan ook: het wordt minder en minder in die bibliotheken.

De gratis kranten? Die kranten bestaan bij de gratie van de advertenties. De adverteerder heeft dus altijd het laatste woord. Hoe weet ik dan dat de krant betrouwbaar is? Hij richt zich altijd naar zijn geldschieter, en dat zijn niet de lezers.

Hoe weet ik naar welk toneelstuk ik moet? Hoe weet ik naar welk concert ik wil? Hoe weet ik welke bladen ik moet kopen? Hoe weet ik dat De Groene beter en beter wordt? Hoe weet ik naar welke film ik wil? Ik haal mijn informatie dus voortaan uit de reclamefolders, waar alles geweldig is, en spannend, en mooi en ontroerend, en romantisch.

Goddank weet ik nog wel hoe ik aan goede informatie moet komen. Ik heb wat vrienden in de goede wereld: uitgevers, regisseurs, acteurs, schrijvers, wetenschappers. Ik praat met ze, we lenen elkaar boeken en dvd’s en zo weet ik mijn venster op de wereld open te houden zodat het bij mij kan doortochten. Maar als ik die vrienden niet had gehad, wat dan?

Moet de overheid nu kranten gaan subsidiëren? En omroepen? Of programma’s? Een staatskrant? Een staatsomroep?

De enige oplossing die ik zie is de kleine gemeenschap, waar informatie weliswaar heel duur is, maar gedeeld kan worden. Een boek kost 150 euro, maar wordt door dertig vrienden gelezen. Een filmkaartje 70 euro, een concert 150 euro… daar zal het wel naartoe gaan. Cultuur voor de elite. De vraag is dan: wat heeft de elite aan al die dure kennis? Het zou je, volgens Darwin, een voorsprong kunnen bieden in de strijd om het bestaan. Ik weet meer, dus neem ik betere beslissingen. Ik geloof daar wel in, maar ik denk dat zodra de vijand ziet dat je betere beslissingen neemt, hij je vermoordt. Dus nogmaals, naar een poëtische variant van Toon Hermans: «Wat heb je aan je miljoenen Piet/ als je pissen moet en je kan het niet.» Ik kan die vraag niet goed beantwoorden.

Kan ik met al mijn cultuur meer politieke invloed uitoefenen? De kennis ervoor heb ik, maar dat is geen garantie voor invloed. Dus: nee. Zal de elite dan beter stemmen? Dat heeft een elite nog nooit gedaan. Meestal stemt de elite niet, want ze zijn zo wijs dat ze weten dat geen partij voor hen zal opkomen.

Dus wat dan? Maak ik met al mijn kennis betere kinderen? Nee, dat heeft niets met kennis te maken. Kan ik dan al die kennis aanwenden voor mijn eigen genot? Dat is de enige vraag die ik tot nu toe met ja kan beantwoorden. Mijn kennis verschaft mij genot. Genot dat ik eigenlijk voor mezelf moet houden en in het geheim moet delen met andere genot zoekers. Genot zal een schaars artikel worden. Daarom hoogwaardig. En ook om dat genot zullen ze je vermoorden. Genot geeft status. En hoe meer status, hoe bedreigender je bent. Religieuze bewegingen willen ook altijd als eerste je genot afnemen. Niet roken, niet drinken, geen seks, geen boeken, geen tv, er is maar één boek… et cetera.

De eerste ridders van de Middeleeuwen zijn al gearriveerd. Ze verbazen zich dat iedereen hier slaapt. «Hé, wordt eens wakker!» porren ze met hun lans in iemands buik, die dan meteen dood blijft.