Hoe moeilijk is gewoon lopen?

Theatermaker Jan Fabre maakte voor een van zijn eerste voorstellingen een zogenaamde ‘regisseursscene’. Daar kwamen twee spelers aan te pas die tegenover elkaar moesten staan. Een van beiden, de ‘acteur’, probeerde op bevel te lachen of te huilen. De andere, de ‘regisseur’, beoordeelde de geleverde acteerprestaties. Deze scene, of misschien was het meer een speloefening, gebruikte Fabre om te laten zien hoe kwetsbaar acteurs zijn en hoe oppermachtig de regisseur is.

In het theater zijn talloze voorbeelden te vinden van deze ‘regisseursscenes’. Pina Bausch heeft in veel van haar dansstukken scenes verwerkt waarin haar dansers uitdrukking geven aan de terreur van de eisen waaraan zij moeten voldoen om een opleiding te voltooien. Soms is de beoordelaar inderdaad een strenge balletjuf die tegen ledematen aantikt die hoger, lager, rechter of dunner moeten zijn. Maar Bausch laat ook zien hoe de danser zelf de taak van de beoordelaar overneemt. Hoe streng dansers worden voor hun eigen lichaam. ik herinner me bijvoorbeeld de danseres die woedend haar tenen probeerde te kammen.
Als het goed is, gaat dit soort scenes niet alleen over theater. Situaties uit de theaterpraktijk die dicht bij de makers staat, worden alleen maar aangegrepen omdat ze iets vertellen over meer algemene aspecten van menselijk gedrag. Over acteren en het beoordelen van acteerprestaties bijvoorbeeld, waar we dagelijks, in ieder willekeurig gesprek, mee te maken hebben. Over de manier waarop wij proberen het innerlijk van de mensen om ons heen te beoordelen aan de hand van uiterlijke tekens. Waarbij iedereen z'n eigen normen heeft voor wat waarachtig gedrag is en wat als gespeeld door de mand valt.
In de voorstelling Boom van Beatrice Graumann en Hilleke Ozinga zit zo'n regisseursscene. Het is de meest rijke scene in een verder wat magere voorstelling. Beatrice Graumann ligt op een tafel druiven te eten met een welluidend gesmak. Haar ogen gaan verscholen achter een zonnebril, haar mond achter een microfoon. Ze lijkt een film- of televisieregisseur. Hilleke Ozinga krijgt de opdrachten. En dan is er nog een derde persoon die als assistent fungeert van de patserige regisseur. Om te beginnen moet Ozinga heen en weer lopen. Gewoon lopen, beveelt de regisseur. Iedereen in het publiek weet dat niets zo moeilijk is als gewoon lopen, en toch doe je mee aan het beoordelen. Als het niet lukt, zoekt de regisseur het in de uiterlijke verschijning van de actrice. Haar elegante schoenen, daar moet wat anders op worden verzonnen. De assistent komt met ouwe stappers aanzetten. Dat is beter. Vervolgens moet de vrouw nodig een boodschappentas. Nog beter. Daar loopt ze dan. Ze krijgt de opdracht om zich heen te kijken en 'verbazing’ te spelen als ze ziet dat de huizen in de straat vol gaten zitten. Die verbazing moet een paar keer over. Dan zegt de regisseur: nu ga ik op jou schieten, en jij probeert doodsbang om weg te komen. En ineens is deze scene, die aanvankelijk alleen over 'spelen’ leek te gaan, een scene over de oorlog in het voormalige Joegoslavie. Over de moeite die het ons kost een voorstelling te maken van hoe de mensen zich daar voelen. Over de moeite die we hebben om de verhalen van slachtoffers en vluchtelingen te beoordelen. Als de gruwelen te erg worden, treedt er een soort afstand op bij de luisteraar. Kan dit waar zijn? Of is het propaganda, want daarvoor worden verhalen over verkrachtingen bijvoorbeeld vaak gebruikt. Maar ook bij de verteller treedt een verandering op naarmate de meegemaakte gruwelen erger zijn. De gebruikte emoties zijn niet meer toereikend, en dat maakt het verhaal nog minder goed te plaatsen voor een beoordelaar.
De vrouw met de boodschappentas in Boom moet lang op de grond liggen, haar tasje is een eindje verder gevallen. Ze moet zich voorstellen dat er in haar tas kostbare etenswaren zitten waar ze veel moeite voor heeft gedaan. De assistent van de filmregisseur is verkleed als een Nederlandse soldaat. Hij zorgt er attent voor dat de scene kan worden gedraaid.