Hoe overtuig je een ISIS-sympathisant stripper te worden?

‘You Are Gonna Burn In Hell Bitchhhhhh.’ Zo sloot een jonge man zijn rant af in een Facebook-berichtje dat ik onlangs ontving. Mijn eerste echte haatmail.

Deze jonge kerel bleek woest omdat ik voor de Volkskrant een artikel had geschreven over het gebrek aan (zichtbare) steun voor de Marokkaanse homoboot en de onverhulde homohaat binnen de Marokkaanse gemeenschap. Hij vindt dat ik niet om die steun van Marokkanen mag vragen.

‘Charming’, reageer ik op zijn voorspelling dat ik in de hel zal branden. ‘Go kill yourself’, snauwt hij terug. Ik neem snel een kijkje op zijn Facebook-wall. Ik zie statussen en filmpjes over ISIS en martelaarschap. Een omslagfoto van ISIS-leider Al Baghdadi. Ik schrik: deze jongen is een fanatieke ISIS-sympathisant.

Ondertussen gaat ons gekibbel door: ‘gaylover’ – ‘jihadistenlover’ – ‘beter dan een gaylover!’

‘Ben je soms een PvdA’er of zo?’ vraag ik hem geïrriteerd. ‘Ik ben een moslim die Allah vreest’, antwoordt hij serieus. ‘Ik zeg je eerlijk, ik heb niet eens een probleem met homo’s, wel dat jullie islam en homoseksualiteit samenvoegen.’

Ik denk even na. Had ik nou ook iets over islam geschreven in dat artikel? Nee. Ik tik weer een berichtje terug: ‘Geen enkel woord in mijn stuk over de islam. En waarom maken homo’s je zo kwaad?’ De jongen, weer fel: ‘Omdat het een grote zonde is. Als je een moslim en homo bent, dan moet je kiezen. Het is het een of het ander. Geloof me, zuster.’

Van bitch gepromoveerd naar zuster. Hij lijkt al minder boos te zijn dan ik.

‘Daar verschillen de meningen over’, stuur ik hem terug. Maar volgens hem is homoseksualiteit aangeleerd door het Westen om zieltjes te winnen voor de duivel. Een al te lange theologische discussie over dit onderwerp zit er niet in. We overtuigen elkaar toch niet.

Hij vraagt opeens naar mijn achtergrond. ‘Ik schrijf vooral.’ Ik zet me schrap voor een preek over Marokkaanse schrijvers die niets anders zijn dan sell-outs en yadi-yadi-ya, maar die blijft uit: ‘Leuk. Ik hou vooral van lezen.’

Ik weet niet waarom hij plots zo relaxed is. Het komt niet gespeeld over, maar ik blijf op m’n hoede. Hij stuurt me een leestip: De gevangene van Malika Oufkir. Ik stuur hem ook een leestip: Een verblindende afwezigheid van licht van Tahar Ben Jelloun. Niet lang daarna rond ik het gesprek af om de trein te halen.

De volgende dag sturen we elkaar weer Facebook-berichten. Ik tip hem nu The Chosen van Chaim Potok, een verhaal over je roeping als individu en hoe dat kan schuren met de verwachtingen uit je omgeving. Ik vraag hem wat hij bestemd is te doen. Voor hem is het duidelijk: hij wil mensen helpen die al jaren worden onderdrukt.

Hij vindt het raar dat ‘moslimbloed zo goedkoop is’. ‘Niemand schreeuwt moord en brand als het om moslims gaat. En moslims die hun leven geven om wille van onderdrukte moslims worden als boosaardigen gezien, terwijl zij de enigen zijn die er wat aan doen.’

Los van de generalisering en de inconsistentie dat hij zelf ook niet bereid is op te komen voor onderdrukte islamitische homo’s: hij heeft gelijk.

Maar hij trekt er andere conclusies uit dan ik. Hij ziet ISIS als een zegen voor de regio, vindt dat mensen zich meer moeten verdiepen in ISIS en is ervan overtuigd dat het ISIS-leger geen onschuldige mensen executeert. We worden het weer niet eens.

Hij vraagt of ik vast. ‘Nee’, antwoord ik. ‘Ik bid ook niet; ik ben niet meer gelovig. Lang verhaal.’ Ik verwacht weer een preek, maar die blijft wederom uit. Hij zegt mijn eerlijkheid te waarderen.

Een paar weken later spreek ik hem weer aan via Facebook. Het gaat goed met hem. Ik kijk op zijn wall. Ja, hij koestert nog steeds veel lobi voor ISIS. Met mij gaat het deze avond een beetje mwah. Het Weltschmerz-virus heeft me te pakken: Gaza, ebola, onthoofdingen, Oekraïne, Knevel & Van den Brink, de Turkse vice-premier Bulent Arinc die vrouwen liever niet in het openbaar ziet lachen.

Alsof er überhaupt wat te lachen valt in deze hopeloze kutwereld, waar muggen schijten op je domme citronella-kaars en ongegeneerd het bloed en de levensvreugde uit je lichaam zuigen.

Hij laat me klagen met het geduld van een barman die de sores van een dronkenlap in een lege kroeg aanhoort, en reageert: ‘Je moet dat negatieve uit je systeem halen. Je bent slim, ga het leven met een glimlach tegemoet.’ Ik staar naar mijn beeldscherm en laat het even tot me doordringen. Ik ben zojuist door een ISIS-sympathisant aangemoedigd om positiever te zijn.

Hij confronteert me nog met een tweet die ik een dag daarvoor had getwitterd naar aanleiding van een nieuwsbericht over huwelijksbureaus voor jihadisten:

Geef me 1 week met een jihadist, en ik klets die malle jihad wel uit z’n hoofd. En met een beetje geluk overtuig ik hem stripper te worden.

‘Je week gaat nu in’, stuurt hij erachteraan. ‘Veel succes.’

Waar haal je stripperoutfits voor mannen?