Hoe provincies en gemeenten hun energiemiljarden besteden: een tussenstand

De provincies hielden 23 miljard over aan hun energiebelangen, de gemeenten zeker 13 miljard. De Onderzoeksredactie zoekt samen met regionale media uit waar dat geld naartoe gaat. Veel is nog in kas maar er verdwijnt ook veel in bijplussen, potverteren en torenhoge ambities.

Medium gietergroot

‘We wisten bij God niet waar we het geld aan moesten besteden’, zei het Brabantse Statenlid Nico Heijmans een jaar geleden tegen De Onderzoeksredactie. We waren net begonnen aan ons onderzoek naar de Energiemiljarden. De eerste schattingen tartten de verbeelding. De gemeenten en de provincies zouden de afgelopen kwart eeuw misschien wel 38 miljard hebben overgehouden aan de privatisering en verkoop van hun energiebedrijven: aan winst uit verkoop – met als grootste die van de giganten Nuon en Essent – aan rentes op het beleggen van die winst, en aan dividenden. Brabant stond hoog op de ranglijst met 4,7 miljard.

Na een ronde WOB-verzoeken (Wet Openbaarheid Bestuur) in de provincies en de belangrijkste gemeenten (enkele tientallen) blijkt die aanvankelijke schatting goed te kloppen. De teller staat nu op 36 miljard euro en dat kan nog oplopen naar rond de 40 miljard.1 Van deze gigantische bak geld is twee derde – 23 miljard – bij de provincies beland. Topscorers zijn Gelderland met ruim 6 miljard, Noord-Brabant met bijna 5 miljard en Overijssel met 3 miljard euro. De rest ging naar gemeentes, met als topscorers Amsterdam (naar schatting 1,8 miljard), Rotterdam (ruim 900 miljoen) en Utrecht (700 miljoen).

Wat gebeurt er met die megabedragen? Met het doel een nationale speurtocht op poten te zetten zocht De Onderzoeksredactie samenwerking met de regionale media, waarvan de meeste enthousiast reageerden. In Noord-Brabant is het project bijna afgerond, de onderzoeken in Limburg, Gelderland, Overijssel en de noordelijke provincies zijn volop gaande. Daarna gaan we naar het westen.

De Energiemiljarden zijn in drie golven gekomen, zo blijkt. De eerste golf spoelde binnen tussen medio jaren tachtig en 2000. De gemeenten verkochten toen geheel of gedeeltelijk hun lokale energiebedrijfjes en -bedrijven die samenklonterden tot regionale bedrijven. Dat was golf één. Eind jaren negentig meldden zich voor enkele van die bedrijven kopers uit het buitenland. Toen de Tweede Kamer dergelijke verkopen een halt toeriep, besloten de gemeenten en provincies – die het grote geld hadden geroken – zichzelf dan maar meer dividend uit te betalen. Daarmee kwam golf twee op gang, een sterk aanzwellende geldstroom van honderden miljoenen per jaar.

Medio jaren ‘00 verdween het verbod op privatisering van energiebedrijven. Sterker, de regering stuurde nu juist op aan op verkoop en dwong de bedrijven om zich alvast op te splitsen. De distributietakken bleven in overheidshanden maar de handels- en productiebedrijven mochten in de verkoop, met als grootste Nuon en Essent, die in Zweedse en Duitse handen kwamen en elk rond 10 miljard euro opbrachten. Met deze derde golf was de energiegeldstroom niet ten einde, want de productie- en handelsbedrijven Eneco en Delta zijn niet verkocht. Zij zijn, samen met de distributiebedrijven Enexis en Aliander, nog altijd in provinciale en gemeentelijke handen en leveren jaarlijks tientallen miljoenen aan dividenden op.

Wat doen de provincies en de gemeenten met al dat geld? De Energiemiljarden zijn in drie grote brokken op te delen. Een brok wordt langdurig belegd in obligaties of langlopende spaarrekeningen. Bij de provincies gaat dat om 7 van de 23 miljard, dus dertig procent. De binnenkomende rente moet de lagere inkomsten uit dividenden goedmaken. De tweede brok is besteed aan een groot aantal investeringsprojecten of is daarvoor gereserveerd. De derde brok verdwijnt in de algemene middelen. Met dit geld vullen de gemeenten en provincies gaten in hun begrotingen op of maken ze magere potjes wat vetter. Voor politici is deze methode – die ook wel bekend staat als ‘bijplussen’ – uiterst prettig. Er is geen belastingverhoging voor nodig en ze kunnen wat extra’s doen zonder hun burgers/kiezers om toestemming te hoeven vragen.

De teller staat nu op 36 miljard euro. De onderzoeken in Limburg, Gelderland, Overijssel en de noordelijke provincies zijn volop gaande

De gemeenten die we tot nu toe hebben onderzocht, hebben hun miljoenen vaak eerst voorzichtig vastgezet op bank- en beleggingsrekeningen. Zo ook de acht Brabantse gemeenten die aandeelhouder waren van Maaslandgas en samen 125 miljoen verdienden. Maar het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. In de jaarlijkse onderhandelingen over de begroting bleek deze reserve op den duur te aantrekkelijk. Af en toe werden er toch hapjes uit genomen om gaten mee te dichten. De gemeente Oss, een van de acht, heeft uitgerekend dat haar energiemiljoenen op deze manier in 2044 op zullen zijn.

Dat zou je potverteren kunnen noemen, maar soms is dat de minst slechte keuze, zo ontdekte Waalwijk door schade en schande. Deze gemeente wilde haar energiebedrijf helemaal niet kwijt maar werd gedwongen het te verkopen toen het Rijk medio jaren tachtig bepaalde dat nutsbedrijven minimaal 75.000 klanten moesten hebben. Waalwijk verdiende ruim 18 miljoen euro maar verloor vervolgens bijna 3 miljoen aan risicovolle beleggingen van de Rabobank. Later bleek ook ABNAMRO de beloofde rendementen lang niet waar te kunnen maken. In arren moede besloot de gemeente maar te stoppen met beleggen en het resterende geld te gebruiken voor het aflossen van langlopende leningen, en daarmee voor vermindering van rentelasten. In feite verdwijnen Waalwijk’s Energiemiljoenen daarmee in de lopende begroting.

Sommige gemeenten werden zó rijk dat ze van gekkigheid niet wisten wat ze met al dat geld aan moesten. De stad Den Bosch verdiende twaalfduizend euro per huishouden, alles bijeen 700 miljoen euro. Het bestuur, sinds 1996 onder leiding van de ambitieuze burgemeester Rombouts, bedacht het ene fraaie project na het andere: een nieuw stadskantoor (met een peperdure, niet-functionerende automatische parkeergarage), een luxueuze verbouwing van een muziekcentrum, een prachtig Museumkwartier, het kon niet op. Intussen kreeg de reguliere begroting met problemen te kampen. De docenten bij het verbouwde muziekcentrum werden ontslagen, de amateursporters, de chronisch zieken, de jeugdzorg en de sociale werkvoorziening kregen bezuinigingen voor hun kiezen. En de lagere schoolkinderen, wier gymnastiekzaal had moeten wijken voor de parkeergarage van het stadskantoor, werden jaar na jaar naar een aftands gebouwtje in een buitenwijk gereden. Een nieuwe gymzaal voor hen zat er niet in.

Nee, dan deed Tilburg, dat ook (ruim) 700 miljoen verdiende, het heel wat verstandiger, zo vindt men daar zelf. De opeenvolgende colleges van B&W hebben met dit geld inderdaad geen wilde dingen gedaan. Ruim 60 miljoen gaat naar projecten (met als grootste een nieuw schoolgebouw) en 320 miljoen staat rustig rente te trekken. Toch is ook hier meer dan 300 miljoen euro aan dividenden en rentes geluidloos weggegleden in de lopende uitgaven. Is dat verstandig? Daarover kan men van mening verschillen.

De vraag is veeleer of die meningsverschillen überhaupt in de gemeenteraden en Provinciale Staten ter tafel komen. In een van onze artikelen zei de Groningse hoogleraar dr. Maarten Allers dat politici en bestuurders de Energiemiljoenen en –miljarden veelal beschouwen als ‘gratis geld’, dat ze kunnen uitgeven ‘simpelweg omdat het er is’. Ze voelen weinig noodzaak om er fundamenteel over te discussiëren, er publiekelijk verantwoording over af te leggen of hun keuzes over de besteding voor te leggen aan hun kiezers. Allers denkt: ‘als voor de financiering van een bepaald project bij de belastingbetaler moet worden aangeklopt, zal een betere afweging worden gemaakt tussen kosten en opbrengsten’.

Dankzij de Energiemiljarden en –miljoenen hoeven bestuurders en politici voor een deel van de gemeentelijke en provinciale uitgaven geen instemming van de belastingbetaler en de kiezer te vragen. Dat deel plussen ze gewoon bij uit de Grote Reservepot, of halen het uit een van de investeringsfondsen die met name de provincies in groten getale aan het opzetten zijn. De kiezer/belastingbetaler realiseert zich niet of nauwelijks dat hij de opbouw van die fondsen en die bijpluspotjes uiteindelijk zelf, via zijn energierekening, mogelijk heeft gemaakt en dat het dus wel degelijk om zijn geld gaat.

Sommige gemeenten werden zó rijk dat ze van gekkigheid niet wisten wat ze met al dat geld aan moesten

Pas aan het eind van ons onderzoek zal iets concreter te zeggen zijn hoeveel van de Energiemiljarden zoetjes aan langs het slapende oog van de kiezer en de democratische organen is geleid. Dan weten we ook beter hoeveel terecht is gekomen in projecten, hoeveel is ‘bijgeplust’ en weggegleden in de algemene middelen en hoeveel er nog over is.

Eén ding is al wel duidelijk. Een groot deel van de energiemiljarden is vrijgekomen omdat de landelijke politiek vond dat de overheid zich moest terugtrekken uit de energieproductie en –handel. Paradoxaal genoeg vertonen de provincies nu de neiging om met dit vrijgekomen geld toch weer actief te gaan ondernemen. Ze richten mede met de inzet van de Energiemiljarden, op grote schaal ‘revolverende’ fondsen op die voor een deel ook nadrukkelijk ten doel hebben om investeringsrisico’s te nemen en rendementen te genereren. Veel van die fondsen zijn nog nieuw en het is afwachten wat ze gaan doen en of ze inderdaad winst gaan maken. Op basis van de eerste ervaringen in Brabant en Limburg moeten de kiezers en belastingbetalers daar niet al te veel van verwachten….


Verder lezen?

Bekijk de interactieve kaart die toegang geeft tot alle cijfers en alle verhalen in het project Energiemiljarden:

Medium schermafbeelding 202015 02 24 20om 2011.24.35

Noot (1): De schatting van de gemeentelijke inkomsten is gebaseerd op de verkoopinkomsten van 90% procent van de gemeenten en de dividendinkomsten van 50% van de gemeenten. Naarmate het onderzoek vordert, zullen we de schatting verder aanscherpen.

Research: Reinier Bijman, Bram Logger, Thomas Muntz, Dirk Vestjens, Parcival Weijnen. Een gedetailleerde verantwoording van de cijfers is te lezen via de energiemiljardenkaart.

De Onderzoeksredactie is een onafhankelijk platform voor onderzoeksjournalistiek. De non-profit organisatie bestaat sinds 2014 en werkt samen met andere media om de impact van haar onderzoeksjournalistiek zo groot mogelijk te maken. Voor nieuwe feiten, nieuw licht, en toezicht op de macht, zie onderzoeksredactie.nl.