H.J.A. Hofland

Hoe redden we de redder

kanttekeningen bij d-day

Sinds een jaar of drie doet in het Westen een nieuwe theorie de ronde, geen politieke maar eerder een psychologische verklaring van het opnieuw over Europa vaardig geworden anti-Amerikanisme. Het is de rancune die de zwakke, het voormalige slachtoffer tegen zijn sterke redder koestert. Het is het tergende besef van machteloosheid, de wrok waarvoor hij vergeefs genezing zoekt. Nieuw is die theorie niet. Het mooist is deze misère in de ziel van de zwakke beschreven door Curzio Malaparte in zijn roman De huid, de beschrijving van Napels na de komst van de Amerikanen. De Napolitanen zijn er treurig aan toe: ze hebben niets bijzonders tegen Mussolini ondernomen, hun land is verslagen, en nu moeten ze zich bevrijd voelen en dankbaar zijn. Verschrikkelijk dilemma. Maar ze hebben er iets op gevonden. Ze houden de bevrijders voor de gek. De machtige overwinnaars worden zelf slachtoffer, zonder dit te begrijpen. De huid is behalve een Europees meesterwerk en een tijdsdocument ook een handleiding in het verneuken. De Amerikanen kunnen alles, maar dit ene talent dat nergens te koop is, hebben ze niet. Ze weten zelfs niet wat het is. Op die manier, laat Malaparte weten — natuurlijk zonder het expliciet te zeggen — kan de bevrijde, de overwonnene zijn zelfrespect bewaren: in een besmuikte triomf. De voltooiing ligt hierin dat de overwinnaar, de bevrijder, met al zijn superioriteit, zelf niet merkt dat hij belachelijk is gewor den.

Is het nu weer op deze manier met Europa gesteld? Dat denken in ieder geval neoconservatieve politicologen als Robert Kagan, die de koks, de bedenkers en de uitvoerders van de wereldrecepten in Amerika situeert en de Europeanen de afwas laat doen. Mars aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, en Venus aan deze. Hobbes versus Kant. Gulliver en de Lilliputters, enzovoort. Ook al weer een paar jaar geleden. En nu, bij de herdenking van de Invasie, komen we de theorie opnieuw tegen, in allerlei versies en toonaarden. In Normandië hebben de leiders zich voor de wereld verzoend, de onaantastbaarheid en de noodzaak van het Atlantisch verbond beleden. Waarom, vragen de beschouwers van de politiek zich af, is er dan toch een zo diepe verwijdering? Omdat in het diepst van hun ziel de Europeanen nog altijd denken als de toen bevrijde Napolitanen, met dit verschil dat ze nu geen oplossing voor hun wrok gevonden hebben. Is dat waar?

«It’s hard to love a savior», heet de herdenkingsbijdrage van Josef Joffe, hoofdredacteur van Die Zeit in de International Herald Tribune (5 en 6 juni). Het is erger geworden, gelooft hij. Amerika, of het wil of niet, doet de Europeanen voortdurend hun eigen falen beseffen, al een eeuw lang. Zelfs in ons eigen werelddeel hadden we de Amerikanen nodig om een schurkje als Milosevic de baas te worden. Daarbij komt dat Amerika niet alleen de onbetwis te Reus is, maar ook nog verschijnt in de gedaante van de Verleidster. «Europa eet, kijkt, luistert, danst en kleedt zich Amerikaans.» Dat maakt de tweestrijd in de Europese ziel nog moeilijker te verdragen. En dat is de diepste oorzaak van ons anti-Amerikanisme.

Ik ben benieuwd wat Malaparte ervan gezegd zou hebben. Of Ernst von Salomon. Want de Duitsers hebben in de eerste naoorlogse jaren met deze schrijver hun eigen Malaparte gehad. In zijn boek Der Fragebogen geeft hij in bijna vierhonderd pagina’s zijn antwoorden op de 98 vragen van het denazificatieformulier dat de Amerikanen bij het begin van de bezetting in Duitsland uitdeelden. Ook een manier om je zelfrespect te redden. Maar dat is vijftig, zestig jaar geleden. Malapartes en Salomons hebben we in Europa niet meer; de tijd voor een Napolitaanse oplossing is lang voorbij.

Europa leeft met twee handicaps die elkaar in stand houden. Zijn eigen militaire onaanzienlijkheid gecombineerd met het gebrek aan de politieke eenheid die nodig is om van dit beetje gebruik te maken. En zijn anti-Amerikanisme, dat de kop opsteekt zodra er een internationale situatie ontstaat waarbij Europa betrokken is en Amerika ten slotte ingrijpt. Dan hebben wij hier geen poot om op te staan, ook niet als dit ingrijpen op alle mogelijke manieren ontspoort. Die toestand hebben we nu in Irak bereikt. Om in de beeldspraak van Joffe en vele anderen te blijven: bovenmatig reclame makend voor het zegenrijke werk dat hij zal gaan doen, is de redder te water gegaan. In de stroomversnelling is hij nu met de drenkeling aan het worstelen, terwijl de Europese toeschouwers die hun leven aan hem te danken hebben de redder nuttige opmerkingen toeroepen. Maar af en toe verwijzend naar vorige geslaagde reddingen worstelt hij op zijn eigen manier verder.

Europa heeft er nu alle belang bij de redder te redden, maar het paradoxale van de situatie nu is dat hij dit niet wil. Anders gezegd: de niet dogmatisch anti-Amerikaanse Europeanen, de nuchtere, kritische mede-westerlingen maken zich zorgen. Ze zijn bang dat de redder zelf verdrinkt en vooral dat hij dit zelf niet begrijpt. De vraag voor Europeanen is hoe ze de grote redder aan het verstand moeten brengen dat hij hard op weg is zelf drenkeling te worden. Dat is geen anti-Amerikanisme maar westers eigenbelang.