#8

Hoe sturend zijn opiniepeilingen?

In de weken voor de Tweede Kamerverkiezingen blogt Aukje van Roessel over de campagne, die in deze tijden van corona goeddeels digitaal zal zijn. Aflevering 8: Opiniepeilingen

Groningen, Verkiezingsposters voor de Tweede Kamerv © ANP/Tobias Kleuver

Opiniepeilingen. Met dat ene woord begon ik 35 jaar geleden een artikel in een regionale ochtendkrant. Het waren de verkiezingen van 1986, de eerste die ik als journalist mocht verslaan. Destijds voor Brabant Pers. Toen al ergerde het me dat het Binnenhof en de media zo veel aandacht hadden voor de peilingen. De kritiek die ik van mijn directe collega’s op het stuk kreeg? Wie begint er nou een artikel met slechts één woord!

Ook nu zijn er weer tal van peilingen die proberen de uitkomst van de verkiezingen te voorspellen, de virtuele uitslag dan wel te verstaan, want wat die peilingen weergeven is de zetelverdeling in de nieuwe Tweede Kamer als die verkiezingen zouden zijn gehouden in de week dat de panelleden werden bevraagd.

Door er nu zelf toch weer over te schrijven, doe ook ik mee aan die aandacht voor de peilingen. Maar het is net als schrijven over een tweet van Forum-voorman Thierry Baudet als die door Twitter van een waarschuwing is voorzien. Kritische aandacht is ook aandacht. In dit geval, over de peilingen, is trouwens relativerende aandacht een betere omschrijving. Ik leun daarvoor op het politicologische blog Stuk Rood Vlees, van de hand van drie wetenschappers, Armèn Hakhverdian, Tom van der Meer en Sanne Blauw.

Daarin vragen zij zich in aflevering 4 onder meer af hoe goed de slotpeilingen kloppen. Dat zijn dus nog niet de peilingen die nu de ronde doen, maar die van iets later datum, echt vlak voordat we naar de stembus mogen. Wat blijkt: de slotpeiling van IPSOS zat er vier jaar geleden zo’n acht zetels naast. Of dat veel is? Dat hangt van de belanghebbende politieke partij af. JA1 of Volt die toch niet als nieuwkomer in de Kamer komt, GroenLinks die toch D66 blijkt te hebben ingehaald?

Al jaren gaat het in de maanden voorafgaand aan de verkiezingen over de zwevende kiezer. Waar landt die kiezer als hij of zij uiteindelijk het stembiljet invult? Door portretjes in kranten van zwevende kiezers krijg je de indruk dat de kiezer meer en meer is gaan zweven tussen ideologisch totaal verschillende partijen. Maar ook dat lijkt nog steeds mee te vallen. Het zweven concentreert zich tussen partijen die inhoudelijk op elkaar lijken. Wordt het GroenLinks of de Partij voor de Dieren? D66 of Volt?

Dit alles lijkt me een signaal aan de makers van tv- en radiodebatten. Je kunt wel ‘spannende’ televisie of radio willen maken, waarin ideologisch totaal verschillende lijsttrekkers van leer trekken tegen elkaar, of boze burgers een lijsttrekker een kritische vraag mogen stellen, maar de zwevende kiezer zal daar over het algemeen niet veel aan hebben als hij het stemhokje in gaat.

Zet echter lijsttrekkers tegenover elkaar die wel inhoudelijk met elkaar in gesprek gaan, die durven te erkennen dat ze het op sommige punten met elkaar eens zijn en je helpt de kiezer bij zijn keuze. Het één-op-één gesprek dat Jeroen Pauw deze week voerde met D66-lijsttrekker Sigrid Kaag en haar PvdA-collega Lilianne Ploumen was daar een voorbeeld van. Maar ja, dat soort debatten zie je dan niet terug op social media.

Het is nog een kleine week te gaan tot 17 maart. Menig kiezer heeft zijn definitieve keuze nog niet gemaakt. Volgens onderzoek dat Joop van Holsteyn en Galen Irwin van de Universiteit Leiden deden na de verkiezingen van 2017 bestond die groep toen uit ongeveer veertig procent van de kiezers. Vijftien procent van het totaal aantal kiezers zou zelfs pas op de laatste dag de daadwerkelijke keuze maken.

Je zou kunnen denken: dan is er nog een hele wereld te winnen voor de politieke partijen. Maar dat klopt niet helemaal: uit onderzoek blijkt ook dat naarmate de verkiezingen naderbij komen, de opiniepeilingen dichter en dichter de daadwerkelijke uitslag benaderen. Zo groot zou die te winnen wereld dus niet zijn. Mits de peilingen natuurlijk doen wat ze de afgelopen keren ook deden: er niet al te veel zetels naast zitten.