RICK MOODY THE FOUR FINGERS OF DEATH

Hoe te leven zonder afgrond in de buurt

Little, Brown and Company, 727 blz., $ 25.99

Artistieke dorst naar echte zeggingskracht is de kern van Rick Moody’s grote roman De wichelroedelopers (2006). Domineeszoon, pizzakoerier en beeldend kunstenaar Tyrone Duffy, op de vlucht voor de politie, steekt zijn energie in het wegstrepen van zinnen in romans. Die activiteit vormt zijn zogenaamde dorstschilderingen, waarin woorden worden uitgelicht om verborgen patronen te kunnen ontsluieren.

Moody’s nieuwe roman The Four Fingers of Death - die in het Amerikaanse publicitaire geweld al snel overschaduwd raakte door Jonathan Franzens Vrijheid - kent een verteller/schrijver, Montese Crandall, die nog verder gaat: hij schrijft ZKV’s van één zin. De manier waarop hij schrappenderwijs schrijft en uiteindelijk één volzin overhoudt is vermakelijk en informatief (‘Fragmentatie is de ware weg’), zeker nadat de lezer in de gaten krijgt dat Crandall de maker blijkt te zijn van een kloeke roman van een half miljoen woorden: The Four Fingers of Death.

Crandall woont ergens in de woestijn van Arizona met zijn doodzieke, naar adem snakkende vrouw. Het is 2025 en de Verenigde Staten zijn een tweederangs natie, allang overvleugeld door India en China. Tijdens een lezing declameert hij zijn hele oeuvre, dat uit een handvol zinnen en een reeks stiltes bestaat. Uit zijn schaarse publiek duikt een zekere D. Tyrannosaurus op, die het gemunt lijkt te hebben op Crandalls zeldzame plaatjes van lichamelijk gehandicapte honkballers. Hij bezorgt hem ook een schrijfopdracht, gebaseerd op een filmscript, die haaks staat op zijn eigen zeer zuinige woordgebruik.

Wie The Four Fingers of Death - opgedragen aan de Kurt Vonnegut van de sciencefictionroman Slaughterhouse Five (1969) - louter leest als een sf-vertelling beseft niet dat Moody al vanaf zijn romandebuut De ijsstorm (1994) Amerika in het klein (het gezin als mislukt systeem) en in het groot (het militair-industriële complex als onderdrukkingsmacht) van kritisch commentaar voorziet. In Slaughterhouse Five gaat het niet alleen om het Dresden-bombardement in februari 1945 maar ook om een gedwongen ruimtereis van Billy Pilgrim, die beseft dat de dood niet het definitieve einde betekent. Moody varieert in The Four Fingers of Death kunstig op dat na-de-dood-is-leven door het beschrijven van een raketreis naar Mars: een bemande vlucht in drievoud met een verborgen militair doel om de concurrentie met China en India op scherp te kunnen zetten. De lezer maakt kennis met het fantastische ruimtelogboek van kolonel Jed Richard, die verhaalt over het uiteenvallen van zijn huwelijk én over het uiteenvallen van hemzelf, letterlijk, na de landing op Mars en tijdens zijn terugkeer naar de aarde. Hij ontdekt dat er een bacterie meereist (M. thanatobacillus) die eerst de geest verdierlijkt en daarna het lichaam demonteert. Er blijft alleen een kruipende arm van hem over, de rest van hem overleeft het niet. Die onsterfelijke arm - een en al instinct - die in de woestijn van Arizona terechtkomt en een combinatie van eros en thanatos blijkt, richt verwoestingen aan die apocalyptische vormen aanneemt.

Maar als ik nu voortga met het navertellen van Moody’s spectaculaire roman, kom ik in een ogenschijnlijk bizarre samenvatting terecht, inclusief experimentele transplantaties van hersenweefsel. En The Four Fingers of Death is geen bizarre roman met een zweverig sf-tintje. Uiteindelijk gaat Moody’s betrokken roman over de huidige toestand van Amerika. Het is de filosoferende chimpansee Morton (geesten worden bij Moody Frankensteinachtige beesten en beesten verlichte geesten) die een paar rake dingen zegt over de man-vrouwverhouding in de VS en over de ineenstorting van wereldrijken en relaties. Morton offert zich ten slotte op om het gevaar van nationale en internationale fragmentatie tegen te gaan en wordt samen met de dood en verderf zaaiende kruipende arm vernietigd.

Rick Moody heeft met The Four Fingers of Death een roman geschreven over de breekbaarheid van een grote natie. Een piepkleine bacterie - in wezen een metafoor voor totale destructie - kan een grootmacht op de knieën dwingen. Hoe te leven zonder in de buurt van de afgrond te komen (op Mars of op Aarde)? Idealisme, wetenschappelijk of literair, is niet genoeg. Moed en opoffering zijn onlosmakelijk met een betrokken bestaan verbonden. Een van Moody’s personages zegt: 'Ik begrijp waarom dit land in zwaar weer is terechtgekomen. Overal zie ik de blikken, de lege blikken van de doorgewinterde consument. Dit kan met een pil geregeld worden!’

Waar Jonathan Franzen in Vrijheid zijn engagement in het heden zoekt, schiet Rick Moody ogenschijnlijk naar voren en beziet zijn vader- en moederland vanuit het jaar 2025: ’… deze wereld van onbegrensde mogelijkheden, die in feite een wereld van armoede en falen is…’ De Apocalyps als levensstijl. Hoe ver durft de wetenschappelijk experimenterende mens te gaan? Heel ver. De lezer schrikt van deze raamvertelling over falende vaders, ontbrekende menselijkheid, een falend vaderland en de wrede vrijheidsmogelijkheden van de woestijn, hoewel hij ook glimlacht om Moody’s spel met literair minimalisme en maximalisme.