Hoe verdacht is een aardrijkskundeleraar?

Seksueel misbruik is een beladen term die tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. Iedere intieme handeling die niet vanzelfsprekend lijkt, wordt gewantrouwd, en het gevolg is niet zelden dat de persoon in kwestie wordt aangeklaagd.

In De ronde van Witteman vertelde vorige week een jeugdhulpverlener dat er door het tehuis waar hij werkzaam was een onderzoek naar zijn gedrag werd ingesteld, nadat hij met een oud-client, een moeilijk opvoedbare jongen, op een middag naar de bioscoop was geweest. Men vond het verdacht dat hij de jongen op zijn vrije dag mee uit had genomen. Bovendien vond men dat de hulpverlener te intiem met kinderen omging. In het tehuis waar hij werkte placht hij huilende kinderen weleens op schoot te nemen. Ontslag volgde.
In hetzelfde programma vertelde een arts dat hij werd ontslagen omdat hij te vroeg na de behandeling van een psychiatrisch patiente een liefdesrelatie met haar was begonnen. Ze waren verliefd op elkaar, besloten de behandeling te stoppen en gingen met elkaar naar bed. De arts was zo netjes het incident te melden en dat kostte hem zijn baan.
Beide ontslagen vonden plaats in een klimaat waarin een groeiende angst bestaat voor seksueel misbruik. De oorzaak daarvan is niet altijd even duidelijk. Een hulpverlener die zich persoonlijk betrokken voelt bij zijn werk, lijkt eerder een zegen dan een gevaar en er zijn wel meer artsen een relatie begonnen met een ex-patient zonder dat er sprake is van machtsmisbruik.
Wanneer is er sprake van seksueel misbruik? Je zou zeggen wanneer iemand vanuit een machtspositie een ander lichamelijk betast uit een behoefte aan seksuele of emotionele bevrediging. Een volwassene die met een kind vrijt, pleegt dus per definitie seksueel misbruik. Een arts die onverhoopt verliefd wordt op een patiente, dient de behandeling te staken, want het gaat hier om een vertrouwensrelatie. Elke leraar die leerlingen seksueel benadert, maakt misbruik van zijn gezag.
Op de Scholengemeenschap Guido de Bres in Amersfoort heeft het bestuur het vertrouwen in de schoolleiding opgezegd nadat uitlekte dat een aardrijkskundeleraar samen met een paar jongens had gemasturbeerd tijdens het bekijken van een pornofilm. Al in 1990 was de schoolleiding van het incident op de hoogte en in overleg met de betrokken leerlingen werd besloten de ouders van de kinderen noch justitie in de zaak te betrekken. De zaak werd intern afgehandeld en de leraar mocht zijn vak op de gereformeerde scholengemeenschap blijven uitoefenen - tot hij in 1993 werd ontslagen, nadat bleek dat er sprake was van nieuwe incidenten.
Al gauw werd er in de media vastgesteld dat ‘de zaak in de doofpot was gestopt’. Maar is dat zo? Het gedrag van de leraar is laakbaar, omdat hij zich in een machtspositie bevond ten opzichte van zijn leerlingen. Jongens tussen de twaalf en zestien zijn op een leeftijd dat ze hun seksualiteit exploreren en een aardrijkskundeleraar die daar een slaatje uit slaat pleegt weliswaar geen seksueel misbruik, maar overtreedt wel een grens. Al zouden de jongens in kwestie hem expliciet hebben uitgenodigd voor een masturbatiesessie, wat ik betwijfel, dan nog schendt de leraar het vertrouwen dat in hem wordt gesteld.
Toch kan ik me wel voorstellen dat de school niet onmiddellijk justitie inschakelde. Het incident was op dat moment betrekkelijk klein en men wilde de zaak waarschijnlijk niet opblazen door de leerlingen te confronteren met indringende politieverhoren. Maar dat de schoolleiding de betrokken ouders niet inlichtte over de gebeurtenis, dat blijf ik raar vinden. Aangezien het gebruikelijk is dat de school ouders inlicht over alles wat er mis loopt met hun kind - van spijbelen tot en met slechte studieresultaten - zonder dat eerst met de leerlingen zelf te overleggen, lijkt in dit geval een kort gesprekje wel op zijn plaats. Je kunt je niet aan de verdenking onttrekken dat de ouders onmiddellijk waren ingelicht als bijvoorbeeld de leerlingen hadden gemasturbeerd in een leeg lokaal. En betrapt waren door een passerende aardrijskundeleraar.
Er lijkt in toenemende mate paniek te heersen over de seksuele expansiedrang van leerkrachten, artsen en hulpverleners. Bij de zes vertrouwensinspecteurs van het ministerie van Onderwijs kwamen vorig jaar 56 klachten binnen over 'seksueel misbruik’ op het voortgezet onderwijs. In veertien gevallen betrof het inderdaad seksueel misbruik; 28 leerlingen klaagden daarentegen over 'ongewenst vrij gedrag’. Het betrof hier volgens de Volkskrant 'seksistische opmerkingen en flauwe grappen’.
Sommige mensen kunnen moeilijk onderscheid maken tussen werkelijke seksuele intimidatie - een poging tot het afdwingen van intimiteiten - en het dagelijks leven, waarin onvermijdelijk dingen plaatsvinden die minder leuk zijn. Flauwe versierpogingen, irritante grapjes of mislukte vrijpartijen. Ongetwijfeld onaangename voorvallen, maar niet iets om inmenging door de overheid te eisen.
Psychologe Nel Draijer stelde in een discussie afgelopen zondag in Buitenhof dat het misschien tijd werd na te denken over een gedragscode. In hoeverre is het toelaatbaar dat leraren in sommige gevallen thuis leerlingen ontvangen? Het deed mij denken aan het verhaal van de hulpverlener die een eenzame jongen op een bioscoopje trakteerde. De discussie lijkt zich te verleggen. In plaats van het seksueel misbruik op zichzelf te bestrijden, wil men in toenemende mate situaties verbieden die seksueel misbruik in praktisch opzicht mogelijk maken.
En zo is iedereen bij voorbaat verdacht. Alsof de situatie het misbruik zou bevorderen en alsof de emotionele betrokkenheid van een hulpverlener of leraar per definitie een seksueel motief zou herbergen. Het lijkt een beetje op de discussie zo'n twintig jaar geleden over verkrachting, waarin sommige feministen beweerden dat verkrachtingen eerder werden uitgelokt door de situatie dan door de aanwezigheid van een potentiele dader. Alle mannen waren immers potentiele daders.
Intimiteit ontstaat tussen mensen onder alle denkbare omstandigheden. Tussen hulpverleners en clienten, artsen en patienten, leerkrachten en leerlingen. Pas op het moment dat de intimiteit door een gezaghebbend persoon wordt gebruikt om tot bevrediging van zijn libido te komen, is er sprake van eventueel misbruik. En eerder niet.