Klimaatoplossingen: De rol van de media

Hoe vertel je het grootste verhaal ter wereld?

Zandzakken tegen de stijgende oceaan bij het kwetsbare dorp Temwaiku op Zuid-Tarawa, Kiribati. December 2012. © Kadir van Lohuizen / NOOR for New York Times

Tijdens de kerstvakantie van 2014 is Alan Rusbridger in een reflectieve bui. Kort daarvoor heeft hij zijn afscheid aangekondigd bij The Guardian, de Britse krant waaraan hij meer dan twintig jaar leiding mocht geven. Vanuit een comfortabele zetel naast een knisperend haardvuur overdenkt hij zijn journalistieke nalatenschap. Er is genoeg waarop hij trots kan zijn, maar van één ding heeft hij spijt: hij had meer aandacht moeten besteden aan klimaatverandering. Dat is zonder twijfel ‘the biggest story in the world’, weet Rusbridger, en toch slaagt de journalistiek er maar niet in om het overtuigend te vertellen. De wetenschap is taai, de vooruitzichten somber en altijd is er wel breaking news dat de opwarming van de aarde van de voorpagina verdringt.

Psychologen noemen klimaatverandering wel eens ‘the problem from hell’: de oorzaken zijn zo verknoopt met het moderne leven dat we allemaal medeplichtig zijn en de doemscenario’s over een ineenstortende beschaving en een onbewoonbare aarde gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Dat maakt het ook zo ingewikkeld voor journalisten. Bij klimaatverandering gaat het vaak over wat ons te wachten staat, terwijl nieuwsjagers vooral oog hebben voor wat er net is gebeurd. Rusbridger besluit de zes maanden die hem nog resten te gebruiken om daar verandering in te brengen. Als de kerstvakantie voorbij is verzamelt hij een groepje redacteuren voor een brainstormsessie met één centrale vraag: hoe kunnen we recht doen aan dit allesomvattende verhaal?

Hoe voorkom je dat je in herhaling valt? Mensen raken al gauw murw gebeukt door een apocalyptische riedel over doem en verderf en begeleidende foto’s van ontheemde ijsberen of rokende schoorstenen. Hoe hou je lezers bij de les? Maar al te vaak is klimaatnieuws doorspekt met technisch jargon of complexe verhandelingen over ondergrondse emissiehandelssystemen. Sexy is anders. En hoe ga je als dagblad om met een verhaal dat weinig verandert van dag tot dag? De onderliggende wetenschap is, in grote lijnen, al decennia dezelfde en sinds Al Gore’s An Inconvenient Truth zijn die bevindingen ook bij het brede publiek bekend. Natuurlijk verschijnen er elke week nieuwe studies die de precieze consequenties van onze fossiele verslaving nóg beter in kaart brengen en zijn krant doet daar braaf verslag van, maar om de boodschap écht over te brengen is een nieuw narratief nodig, concludeert Rusbridger.

Het is niet genoeg om verslag te doen van stijgende temperaturen of zeespiegels, het is tijd voor actie. En hoewel Rusbridger normaal gesproken terughoudend is met journalistieke campagnes, maakt hij in dit geval graag een uitzondering. Met behulp van haar lezers probeert de krant non-profitorganisaties aan te sporen om hun beleggingen uit de fossiele industrie terug te trekken. Als we een catastrofe willen voorkomen zal een groot deel van de olie- en kolenvoorraden namelijk in de bodem moeten blijven. ‘All else is up for debate: that much is not’, licht de hoofdredacteur toe in een column.

Een kleine vijf jaar nadat Rusbridger afzwaaide is klimaatverandering nog steeds een speerpunt van The Guardian. De campagne is ten einde, maar het belangrijkste verhaal ter wereld niet. De opwarming van de aarde komt niet alleen aan bod op de wetenschapspagina’s, het komt terug in het economiekatern, in politieke verslaggeving en in de reportages van buitenlandcorrespondenten over bosbranden, langdurige droogtes of overstromingen. Op de opiniepagina’s twisten columnisten niet over de ernst van de klimaatcrisis, maar over de gewenste oplossingen.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch journalisten Evert de Vos en Jaap Tielbeke over Covering Climate Now. Gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts

Toch beschouwen de nieuwe hoofdredacteuren van de twee grootste Nederlandse kwaliteitskranten The Guardian bepaald niet als voorbeeld, zo bleek onlangs uit een duo-interview met Villamedia. Pieter Klok, sinds deze maand aan het roer bij de Volkskrant, heeft weinig op met ‘de lijn van The Guardian’. Hij wierp NRC-collega René Moerland voor de voeten dat diens krant geen ‘klimaatsceptische columnist’ heeft. Dat er in zijn eigen dagblad wel scribenten zijn die ingaan tegen de gevestigde wetenschap, vindt Klok kennelijk een aanbeveling. Op zijn beurt gaf Moerland schoorvoetend toe dat ze ‘inderdaad nog naar een andersoortige columnist kunnen zoeken’ en bestreed hij dat de NRC op de Guardian-lijn zit. ‘Wij zijn veel nuchterder.’

Vreemd is het niet dat de Nederlandse hoofdredacteuren vraagtekens plaatsen bij de strategie van hun Britse evenknie. Een campagne zoals Rusbridger die lanceerde, past niet bij de traditie van de NRC of de Volkskrant. Een journalist, zo luidt de klassieke taakopvatting, moet de feiten op tafel leggen en de juiste vragen stellen, niet zelf actievoeren. Anders komt de objectiviteit in het geding. Alleen lijkt dat niet eens Kloks voornaamste bezwaar. Hij vindt het überhaupt verdacht dat The Guardian klimaatverandering beschouwt als een ‘acuut probleem’. Want: ‘Je moet als verslaggever de meest ongemakkelijke vragen kunnen stellen. Alle hypotheses moeten we onderzoeken, en niet één kant op zoeken.’

Het is precies deze ingesleten neiging bij journalisten waar twijfelzaaiers handig op inspelen. Uit angst om van eenzijdigheid of activisme te worden beticht, zoeken veel media graag naar een dwars tegengeluid, zelfs als dat ten koste gaat van waarheidsvinding. Zo kan Thierry Baudet aan talkshowtafels flauwekul verkondigen en laten debatcentra duurzaamheidsdeskundigen discussiëren met opiniemakers die roeptoeteren dat het klimaat ‘een nieuwe religie’ is. Het streven naar objectiviteit slaat in zulke gevallen door in gemakzuchtige enerzijds-anderszijds-journalistiek, waarin ‘beide kanten’ van het verhaal aan bod komen, zonder de afweging te maken of een van beide kanten wellicht dichter bij de waarheid staat dan de andere. ‘Ik ga er niet over wie gelijk heeft’, zei filmmaker Marijn Poels, toen hij op Radio 1 mocht vertellen over zijn documentaire waarin hij klimaatontkenners laat leeglopen. ‘Ik ben toch geen wetenschapper.’

Uit angst om van eenzijdigheid te worden beticht, zoeken media een tegengeluid, zelfs ten koste van waarheidsvinding

‘Maar het kan natuurlijk zijn dat iemand onzin kletst’, wierp presentator Tijs van den Brink tegen. ‘Moet je dat dan niet uitzoeken als journalist?’

‘Nee, als journalist niet’, zei Poels resoluut. ‘Ik heb geen verantwoordelijkheid. Ik zie dat er in de maatschappij een grote groep mensen bestaat die sceptisch staat tegenover het klimaat. Dan voel ik mij geroepen om die mensen, die ik in de media niet of nauwelijks hoor, een stem te geven.’

Dat is ook de redenering van De Telegraaf-hoofdredacteur Paul Jansen. Omdat ‘alarmisten’ het klimaatdebat zouden domineren, vindt hij het gezond om een ‘ander geluid’ te laten horen, vertelde hij in de podcast Studio Energie. Vandaar dat zijn krant uitgebreid aandacht besteedde aan een manifest van een stel gepensioneerde academici en ingenieurs, die waarschuwden dat Nederland door de klimaatwet zou vervallen tot een derdewereldland en dat CO2 zo slecht nog niet was, omdat het plantengroei bevordert. En hoewel het manifest al een half jaar oud was toen De Telegraaf erover berichtte en de analyse eenvoudig te ontkrachten valt, besloot ook RTL Nieuws er een item aan te wijden. ‘Wetenschappers zijn het er niet over eens dat CO2 de aarde opwarmt’, vertelde de voice-over aan de ruim een miljoen kijkers van dit journaal om half acht ’s avonds. Hoofdredacteur Harm Taselaar bekende later tegen Medialogica dat hij niet gelukkig was met het bulletin, waarin dingen werden verkondigd die ‘niet helemaal of helemaal niet klopten’.

Klimaatontkenners krijgen disproportioneel veel aandacht in de media, concludeerde een onderzoek in Nature Communications, dat Engelstalige klimaatberichtgeving tussen 2000 en 2016 onder de loep had genomen. Zelfs in kwaliteitskranten als The New York Times en The Guardian kwamen vooraanstaande klimaatwetenschappers iets minder vaak aan het woord dan beruchte ‘contrarians’. Het is het laatste bewijs dat de desinformatiecampagne die sinds de jaren negentig door de fossiele industrie op touw is gezet, effect sorteert. Zolang er bij het grote publiek verwarring bestaat, zal de politiek minder snel doorpakken met klimaatbeleid, begrijpen de lobbyisten van oliemaatschappijen. Het is een trucje dat ze hebben afgekeken van de tabaksbedrijven, die pseudowetenschappelijke denktanks financierden om te voorkomen dat de sigaret in ongenade zou vallen. En terwijl geen krant het meer in zijn hoofd zou halen om een opiniestuk te plaatsen dat de schadelijkheid van roken betwist, krijgen klimaatontkenners nog regelmatig een podium.

Niet zelden klinkt het dat het klimaatdebat zo gepolariseerd is; een loopgravenoorlog tussen twee partijen die de maatschappelijke tegenstellingen verscherpen. Alleen: het beeld dat beide kampen evenveel schuld dragen voor die patstelling, is een typisch voorbeeld van false balance. Want de waarheid ligt niet in het midden. Er zijn ongetwijfeld alarmisten die uit de bocht vliegen, maar over het algemeen heeft ‘het kamp’ dat klimaatverandering als een ernstig probleem beschouwt de wetenschap aan zijn zijde, terwijl de zelfverklaarde verzetstrijders tegen de ‘klimaathysterie’ nuttige idioten zijn in een door de fossiele industrie georkestreerde desinformatiecampagne. Zoals journalist David Wallace-Wells het verwoordt in zijn bestseller De onbewoonbare aarde: ‘In dit geval zijn de feiten hysterisch.’

Voor de nieuwe hoofdredacteur van The Guardian, Katharine Viner, was het reden om de stijlgids aan te passen. ‘Klimaatverandering’ zou een te geruststellende beschrijving zijn voor de noodtoestand waarin we ons bevinden. Liever spreekt de krant over een ‘klimaatcrisis’ of ‘klimaatontwrichting’. ‘Global warming’ wordt vervangen door ‘global heating’. ‘We willen ervoor zorgen dat we wetenschappelijk nauwkeurig zijn en tegelijkertijd duidelijk communiceren met de lezers over dit zeer belangrijke onderwerp’, lichtte Viner toe. ‘De uitdrukking “klimaatverandering” klinkt tamelijk passief en vriendelijk, terwijl wetenschappers de facto spreken over een catastrofe voor de mensheid.’

Ook media die vasthouden aan neutralere terminologie krijgen langzaamaan meer oog voor het ‘grootste verhaal ter wereld’. Of het nu gaat over spijbelende scholieren, de onderhandelingen over het klimaatakkoord of de zomerse hittegolven, The Guardian is allang niet meer de enige krant waarbij het klimaat regelmatig de voorpagina haalt. Ja, klimaatontkenners roeren zich nog steeds, maar wellicht schreeuwen ze zo hard omdat ze weten dat ze een achterhoedegevecht voeren. Want tegenover de misleidende berichtgeving van De Telegraaf staan de kraakheldere factchecks van het AD. Tegenover pseudosceptische drogredeneringen in Elsevier staat het besluit van NU.nl om lezersreacties te weren die de menselijke invloed op het klimaat in twijfel trekken. De huisregel luidt immers dat het verspreiden van onwaarheden niet is toegestaan.

Natuurlijk heeft Telegraaf-hoofdredacteur Jansen gelijk als hij zegt dat het logisch is dat zijn krant een andere positie inneemt dan de Volkskrant. ‘Pluriformiteit in de media’ is inderdaad een groot goed. Als de krant van wakker Nederland in de kenmerkende chocoladeletters ‘KLIMAATKASSA’ kopt, kan dat een zinvol debat aanzwengelen over de kostenverdeling van de energietransitie. Net zoals het stof tot nadenken kan bieden, wanneer Elsevier zich hardop afvraagt of het verstandig is om de gaskraan volledig dicht te draaien. Het gaat mis op het moment dat publicisten hun weerzin tegen klimaatbeleid kracht bijzetten door de wetenschappelijke consensus verdacht maken. Er zijn genoeg vragen waarover opiniemakers een polemiek kunnen voeren – Wat is een verstandige CO2-heffing? Is er een rol weggelegd voor kernenergie? Willen we rekeningrijden? – maar de vraag of klimaatverandering een acuut probleem is, hoort daar niet bij.

Covering Climate Now

Meer dan 250 media uit 37 landen en vijf continenten besteden in de week van 16 tot 23 september extra aandacht aan de klimaatcrisis en de opwarming van de aarde. Deze gezamenlijke campagne aan de vooravond van de klimaattop in New York komt voort uit een gevoel van urgentie: het is niet genoeg om verslag te doen van stijgende zeespiegels of temperaturen, het is tijd voor actie.

In deze minispecial gaan we in op de onvrede over het Nederlandse polderen als het gaat om daadkrachtige klimaatmaatregelen. En we laten Naomi Klein aan het woord, die haar hoop heeft gevestigd op de Green New Deal. Maar bovenal vinden we het belangrijk dat álle media meer prioriteit leggen bij de waarheidsvinding – en in hun zoektocht naar een ander geluid niet de onwaarheden van klimaatontkenners reproduceren.