Hoe vlieg je de laan uit?

De zestienjarige Boudewijn uit Dit is geen dagboek van Erna Sassen en de zeventienjarige Marcelo uit Francisco X. Storks Nederlandse debuut Marcelo en de echte wereld zijn ontegenzeggelijk verwant. Beide jongens zitten compleet gevangen in hun eigen (gevoels)wereld en proberen twee met onderhuidse humor doorspekte ontroerende boeken lang uit te breken.
Bou(dewijn) is jaren na zijn moeders zelfmoord alsnog ingestort, voelt zich traag en kwetsbaar als ‘een naaktslak’, ligt daarom de godganse dag apathisch op bed en hoopt zo de pijn buiten te sluiten. Marcelo heeft een op het Aspergersyndroom gelijkende aandoening, neemt de werkelijkheid 'wat meer waar’ dan anderen, volgt speciaal onderwijs op 'Paterson’, leeft in zijn eigen tempo in een veilige cocon in Boston (Stork is een Amerikaan) en houdt aldus 'de boze buienwereld’ op veilige afstand. Totdat de jongens worden uitgedaagd door hun vaders en de echte wereld in worden gestuurd waar ze moeten leren zich te handhaven en houden aan de regels die worden voorgeschreven. Bou moet elke dag in een dagboek schrijven en naar muziek luisteren, anders laat zijn vader hem opnemen in een inrichting, en Marcelo moet een zomer lang werken in de postkamer van zijn vaders advocatenkantoor wil hij zijn eindexamenjaar op Paterson volbrengen.
Regelmatig raken de twee jongens, die intelligent, welbespraakt (Bou) en analytisch (Marcelo) zijn, letterlijk en figuurlijk verdwaald. Want wat is normaal in die zogenaamde echte wereld? Waarom moet je als elfjarige in een rouwadvertentie 'vertellen’ dat je de zelfmoordkeuze van je moeder respecteert, terwijl je er niets van begrijpt en je ook niets gevraagd is? vraagt Bou zich af. Ook Marcelo wil weten waarom hij niet zichzelf kan zijn: waarom zeventien te oud is om in een boomhut te slapen. Waarom het belangrijk is indruk op anderen te maken en je genadeloos moet zijn om te slagen.
Gedurfd van beide auteurs is dat Pergolesi en Bach ('rollatormuziek’ volgens Bou) de jongens een ontsnappingsroute bieden: hun muziek helpt hun de hersens uit te schakelen.
Het grote verschil tussen de twee boeken is de structuur. Een monoloog als die van Bou brengt nu eenmaal beperkingen met zich mee. Niemand zal ontkennen dat Sassen, die eerder enkele pretentieloze kinderavonturen schreef, haar eigen stijl eindelijk gevonden lijkt te hebben. Bou’s woede, doodsangst en weggestopte moederliefde zijn oprecht, geloofwaardig, aangenaam tegendraads, maar het boek biedt niet meer dan een fascinerend, ontroerend zelfportret. Hoewel Bou zijn vader, zusje Pluis, Tante Marjan en vriendin Pauline tussen de dagboekregels door knap tot leven brengt, blijven ze achtergrondfiguren: veel ruimte voor indringende beelden en levendige dialogen die Bou in een ander perspectief plaatsen biedt een dagboek niet. Stork daarentegen creëert die ruimte wél, omdat hij Marcelo’s zoektocht in de echte wereld ophangt aan een thrillerachtige 'legal’ plot, waarin Marcelo’s Mexicaans-Amerikaanse vader - een ambitieuze 'Harvard-advocaat’ die de grenzen opzoekt van wat de wet toelaat - een cruciale rol speelt. Wanneer Marcelo per ongeluk een foto van een meisje met een verminkt gezicht onder ogen krijgt wil hij uitzoeken wat er is gebeurd. De mooie, jonge Jasmine van de postkamer helpt hem daarbij: ze neemt hem mee naar haar appartement, dat met een piano en honderden cd’s vol muziek blijkt, en haar ouderlijk huis buiten in Vermont om hem te laten nadenken. Voor het eerst in zijn leven wordt Marcelo geconfronteerd met begrippen als eigenbelang en machtsevenwicht en ethisch filosofische vragen als bij wie het gezag ligt om te oordelen over goed en kwaad en schuld en boete en hoe je de liefde voor je vader afweegt tegen de wil iemand in nood te helpen.
Pijnlijk mooi is hoe Marcelo geleidelijk aan 'leert luisteren naar de goede en foute noten’, leert 'improviseren’ en de motieven van de mensen in de echte wereld leert kennen. En die zijn lang niet allemaal 'zuiver’. Ook niet die van Jasmine - een van de interessantste personages naast Marcelo - en ook niet die van hemzelf.
Storks boek is een compleet verhaal: licht filosofisch, spannend, talig en humorvol doordat Marcelo woorden en zegswijzen bij voorkeur letterlijk interpreteert: hoe vlieg je de laan uit?, wil hij weten. Knap is bovendien de manier waarop Stork geloof en bijbelteksten ondogmatisch door het verhaal heeft vervlochten. Maar ook het geloof biedt geen schuilplaats. Schuilplaatsen bestaan niet. De weg naar volwassenheid is vol hindernissen, eenzaam en eindeloos: jezelf handhaven 'in de echte wereld’, zonder ooit eenduidige antwoorden te krijgen op de grote (levens)vragen over vertrouwen en wantrouwen, goed en kwaad en leven en dood, is een blijvende worsteling.

Erna Sassen
Dit is geen dagboek
Leopold, 132 blz., € 13,95 (15+)

Francisco X. Stork
Marcelo en de echte wereld
Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders, Lemniscaat, 277 blz., € 16,50 (15+)