DE EINDELOZE STROOM BOEKEN OVER DE TWEEDE WERELDOORLOG WORDT INGEGEVEN DOOR 1 VRAAG:

Hoe was dit mogelijk?

Israel Gutman en Bella Gutterman

Het Auschwitz Album: Reportage van een transport

Verbum, 250 blz., € 24,50

Peter den Hertog

Hitlers schutkleur: De oorsprong van zijn antisemitisme

Arbeiderspers, 264 blz., € 19,95

Richard Breitman

Heinrich Himmler: De architect van de holocaust

Verbum, 428 blz., € 29,50

Toen op 9 april 1945 het in Thüringen gelegen concentratiekamp Dora-Mittelbau door de Amerikanen werd be vrijd, was de negentienjarige Lili Jacob doodziek. De met tyfus besmette jonge vrouw, die in december 1944 uit Auschwitz- Birkenau was gekomen, werd door medegevangen van de ziekenbarak overgebracht naar een verlaten SS-barak. Toen ze wakker werd ging ze daar op zoek naar warme kleren. In een kastje bij het bed vond ze een fotoalbum. Het openslaan van het boek bezorgde een enorme schok: op de eerste foto die ze zag stond Naftali Zvi Weiss, de rabbijn van het dorpje in de Karpaten waar zij vandaan kwam. Terugbladerend moet ze een nog grotere dreun hebben gehad: een foto met twee jongetjes in uniformjasjes met jodenster, die angstig voor zich uit kijken. Het waren haar broertjes Sril en Zelig, die op 26 mei 1944 tegelijk met haar in Birkenau waren aangekomen en nog dezelfde dag waren vergast.

Het album bevatte een tweehonderd foto’s tellende reportage van het transport waarmee Lili en 3500 andere Roetheense joden naar Birkenau was gedeporteerd. Twee onbekend gebleven SS’ers hadden op minutieuze wijze de moorddadige routine vastgelegd waarmee de dagelijkse trans porten werden «verwerkt». De eerste foto is genomen vanaf het dak van de trein, op het moment dat de deuren geopend gaan worden. Vervolgens ziet de toeschouwer de snel volstromende Rampe; de wirwar van met hun bezittingen slepende mensen die, uitgeput na een reis van twee dagen, gelaten om zich heen kijken; de scheiding van mannen en vrouwen; de selectie van arbeidsgeschikten en zij die als onbruikbaar werden beschouwd; de tewerkstelling; de sorteerbarakken van het «Canada-commando»; en tot slot de oude mensen, vrouwen en kleine kinderen die voor de gaskamers staan te wachten.

Op de foto’s herkende Lili Jacob veel van haar dorpsgenoten, en op één ervan staat zij ook zelf, te midden van een groep vrouwen die zojuist zijn kaalgeschoren. Dit aangrijpende document, waaraan ook nog foto’s van een bezoek van Himmler waren toegevoegd, is nu gepubliceerd en voorzien van een aantal informatieve artikelen over Auschwitz-Birkenau, de ondergang van de Hongaarse joden en het verhaal van Lili Jacob.

Bij wie deze foto’s bekijkt komt vanzelf de vraag op die zelfs na zestig jaar nog altijd niet echt beantwoord is, en die onbeantwoordbaar zal blijven: hoe was dit mogelijk? De bibliotheek die het zoeken naar een antwoord op deze vraag inmiddels heeft opgeleverd, en die nog dagelijks groeit, is zelfs door specialisten niet meer te overzien. Daarom rijst bij iedere nieuwe publicatie de vraag wat dit boek toevoegt aan de reeds bestaande literatuur. Uiteraard zijn de auteurs, en vooral hun uitgevers, zich hiervan bewust, zodat het «nieuwe» en «unieke karakter» van feitenmateriaal of visie steevast worden benadrukt.

Wie, zoals Peter den Hertog, met het zoveelste boek over Hitlers antisemitisme komt, moet natuurlijk ook wel iets nieuws te bieden hebben. Op het eerste gezicht ziet er het er in dit geval somber uit. Den Hertog komt niet met nieuwe documenten maar geeft een overzicht van wat Hitlerbiografen sinds de jaren dertig over hem hebben ge schreven. Hij concentreert zich daarbij op de vraag waar Hitlers virulente en moordlustige antisemitisme vandaan kwam. Lang is men ervan uitgegaan dat de oorsprong hiervan ge zocht moet worden in Hitlers adolescentiejaren, die hij in het van antisemitisme doordesemde Wenen heeft doorgebracht. Echt bewijsmateriaal was daarvoor niet, om dat er in de bronnen uit die tijd niets te vinden was dat wees op antisemitische denkbeelden van Hitler en hij zelfs met joden omging, maar veel historici gingen er blijkbaar vanuit dat iedereen die aan een dergelijk klimaat werd bloot gesteld wel antisemiet moest worden.

Recentelijk is vooral de Duitse nederlaag in november 1918 genoemd, die Hitler meemaakte terwijl hij verblind door mosterdgas in een militair ziekenhuis lag. Zelf heeft Hitler later beweerd dat hij, toen op 10 november de Duitse republiek werd uitgeroepen, een visioen had, waarin hij vanuit «een hogere wereld» de opdracht kreeg om Duitsland te redden en waarin hem geopenbaard werd dat «de jood» schuldig was aan de nederlaag van zijn land. Nu is Hitler, zeker waar het gaat om biografische gegevens, een notoir onbetrouwbare bron, en bovendien staat deze plotse bekering op gespannen voet met wat er in het daaropvolgende halfjaar zou gebeuren. Na zijn ontslag uit het lazaret vertrok Hitler immers naar München, waar hij als propagandist in dienst trad bij de linkse, merendeels door joden geleide Raden republiek. Hitler was namelijk geen teleurgestelde kleinburger die treurde over de ondergang van de Duitse monarchie, maar een revolutionair die een radicaal ander politiek bestel voorstond.

Zijn eerste gedocumenteerde antisemitische uitlating dateert van enkele maanden na de omverwerping van het rode bewind door contrarevolutionaire strijdkrachten. Op basis van een uitvoerige analyse van tal van bronnen en studies komt Den Hertog tot de conclusie dat Hitler pas in de zomer van 1919 antisemiet werd. De bekering die Hitler zelf in november 1918 dateerde, vond toen plaats. Een plotselinge ervaring, waarschijnlijk tijdens een anticommunistische redenaarscursus, zorgde er voor dat allerlei losse brokken informatie en nog niet geïnternaliseerde inzichten – waaronder de antisemitische vooroordelen waarvan hij in zijn Weense tijd zeker kennis heeft genomen – op hun plek vielen.

De vraag waarom dit zo plotseling gebeurde, en waarom Hitlers antisemitisme meteen zo extreem was, probeert Den Hertog te beantwoorden door middel van psychiatrische literatuur. Volgens hem wijst alles erop dat Hitler een paranoïde persoonlijkheid was, waardoor hij een extreme neiging tot zwart-witdenken had en (potentiële) tegenstanders zag als doodsvijanden. Deze paranoïde dispositie zou ook moeten verklaren waarom Hitlers antisemitisme veel virulenter was dan van «normale» antisemieten en uiteindelijk zou resulteren in het verlangen de joden fysiek uit te roeien.

Den Hertogs analyse van veel bekend materiaal is scherpzinnig en zijn conclusies zijn behoorlijk overtuigend, maar weten we nu ook veel meer over het ontstaan van de shoah? Hitler werd een half jaar later antisemiet dan de meest ge zaghebbende biograaf van dit mo ment, Kershaw, dacht. Maar verklaart dit veel? Eén zwaluw maakt nog geen zomer, en één rabiate antisemiet nog geen shoah.

Lang is de moord op de joden verklaard vanuit de antisemitische intenties van Hitler. Maar zelfs een dictator kan alleen zijn zin doordrijven als aan be paalde voorwaarden is voldaan, als de vereiste structuren aanwezig zijn. Sommige historici hebben zo veel nadruk gelegd op de rol die de concurrentie tussen allerlei verschillende bureaucratische instellingen van het Derde Rijk heeft gespeeld, omdat men elkaar in antisemitische ijver trachtte te overtreffen, dat de persoon van Hitler naar de achtergrond verdween. In de historiografie van het Derde Rijk staat dit probleem bekend als het debat tussen de «intentionalisten» en «structuralisten». Het knappe aan de veelgeprezen biografie van Ian Kershaw was dat hij met een synthese van deze twee benaderingen kwam.

Tegenwoordig is zonder meer duidelijk dat ook het optreden van tal van andere nazi’s van groot belang is geweest, en dat zij niet de willoze uitvoerders van Hitlers krankzinnige bevelen waren, maar voortdurend zelf initiatieven na men en bijdroegen aan de gruwelijke dynamiek van de genocide.

Een van de sleutelfiguren was uiter aard het hoofd van het terreurapparaat van het Derde Rijk, de Reichsführer-SS, Heinrich Himmler. Het is eigenlijk opmerkelijk dat er gedurende lange tijd aan hem betrekkelijk weinig aandacht is besteed. Een goede biografie van Himmler moet dan ook zeker nog worden toegevoegd aan de immense berg literatuur. Op het eerste gezicht lijkt de vertaling van Richard Breitmans boek The Architect of Genocide: Himmler and the Final Solution zeer toe te juichen. Hierbij moeten echter twee kanttekeningen worden ge plaatst.

Om te beginnen is het boek, anders dan op het stofomslag wordt vermeld, geen echte biografie. Breitman concentreert zich op Himmlers rol in de «End lösung» en besteedt nauwelijks aandacht aan de vervolging en onderdrukking van politieke tegenstanders en andere groepen waar de nazi’s het op gemunt hadden. Bovendien beperkte Himmlers rol zich niet tot de repressie en vervolging, maar stond hij ook aan het hoofd van de Waffen-SS en een enorm economisch imperium. Over dit alles leest men in dit boek, dat kort na de Wannsee-conferentie van januari 1942 op houdt, vrijwel niets.

Wat men ook vergeefs zoekt in dit boek is het jaar waarin het oorspronkelijk is verschenen. Dat jaartal, 1991, lijkt een detail, maar is in dit geval van groot belang, aangezien dat betekent dat Breitman nauwelijks gebruik heeft kunnen maken van Russische archieven. Vooral in de jaren negentig is daar veel materiaal uit te voorschijn gekomen dat met betrekking tot de Duitse misdaden van groot belang is.

Zo werd in 1999 Himmlers bureau agenda gepubliceerd (P. Witte e.a., Der Dienstkalender Heinrich Himmlers 1941/ 42, Christians Verlag), die niet alleen inzicht verschafte in de enorme hoeveelheid terreinen waarop Himmler zich bewoog, maar die vooral belangrijke informatie bood over het voor de shoah zo cruciale jaar 1941. Sinds de oorlog zijn historici al op zoek naar een smoking gun, naar het bewijs dat Hitler zelf opdracht tot de genocide heeft gegeven. Zo’n geschreven Führerbefehl heeft vermoedelijk nooit bestaan, om dat Hitler dergelijke zaken het liefst mondeling regelde, maar met die agenda van Himmler komen we akelig dicht in de buurt. Op 18 december 1941 no teert Himmler namelijk wat hij zojuist met Hitler heeft besproken: «Judenfrage / als Partizanen auszurotten».

Hoewel Breitman een belangrijk boek heeft geschreven, dat veel inzicht verschaft in de denkbeelden van Heinrich Himmler, is het inmiddels dus enigszins gedateerd en is het wachten eigenlijk op een biografie waarin ook de grote hoeveelheid bronnen is verwerkt die sinds 1991 beschikbaar is gekomen.