Onder ons

‘Hoe weet je of het vluchtelingen zijn’

‘Sommige mensen staan te springen om te integreren, maar die worden in Kolhorn of in Barsingerhorn geplaatst’, zegt Jan Boeijink. ‘Dat zijn dorpen waar niet eens een winkel is!’

Medium vluchtelingen

Als vrijwilliger bij VluchtelingenWerk helpt hij statushouders in de Kop van Noord-Holland met praktische zaken, zoals verzekeringen en huur. Maar hij zou willen dat de vluchtelingen meer contact kregen met dorpsgenoten. Jacques de Vreede, aan het andere eind van de tafel: ‘Maar ik wóón in zo’n dorp! Hoe kan het dat ik niet weet dat daar statushouders zijn geplaatst?’ Fokko Omta, dominee en organisator van de bijeenkomst, knikt: ‘Dat is precies waar het hier vanavond om gaat!’Achter in de Fenix Kerk in Nieuwe Niedorp zitten elf dorpsbewoners, kerkgangers, vrijwilligers en gemeenteraadsleden om de tafel. Ze schenken koffie uit plastic thermoskannen. ‘In bijna ieder dorp staat wel een basisschool leeg’, vertelt Omta, die begin 2016 een werkgroep kleinschalige opvang asielzoekers opzette. Doel was om in de verschillende dorpskernen ‘mini-azc’s’ op te zetten, waar vluchtelingen snel zouden kunnen integreren. Zonder succes. COA-regels en onwillige woningbouwverenigingen maakten uitvoering van het plan onmogelijk. ‘Kleinschaligheid wordt door iedereen omarmd, maar de praktijk is weerbarstig’, concludeert Omta met spijt in zijn stem.

Buiten slaat de kerkklok negen keer. Binnen gaan de thermoskannen nog eens rond. ‘Ik voel me heel betrokken bij deze groep, maar ik doe helemaal niks’, zegt iemand. ‘Ik wil iets bijdragen.’ Dorpsbewoner Suzan Vermeulen knikt. ‘Ik zie hier in het dorp soms mensen door de straten lopen, maar ik spreek ze niet aan, want ik weet niet zeker of het vluchtelingen zijn. Eigenlijk ontbreekt er een schakel: hoe koppelen we statushouders aan mensen die iets voor ze willen betekenen?’

Het belangrijkste doel van de groep blijft staan: goede en snelle integratie in de Noord-Hollandse dorpen. Het gaat vermoedelijk om tien of vijftien statushouders per plaats. Omta: ‘Het zijn mensen die in jouw dorp, jouw straat komen wonen. Alle sociale contacten zijn voor hen belangrijk. We kunnen hen bij onze dorpen betrekken, weer regie geven over hun eigen leven.’

Ideeën zijn er genoeg: een taalcafé, een gedeelde moestuin, een weggeefwinkel, een voetbaltoernooitje, meegaan naar de dokter of helpen een fietsband te plakken. Simon Broes: ‘Misschien kun je mensen een keer de zee laten zien, of de Afsluitdijk. Daar komen we als vrijwilligers van VluchtelingenWerk meestal niet aan toe.’

‘In Amsterdam en Haarlem wordt Facebook veel gebruikt om de koppeling tussen vluchtelingen en buurtbewoners te maken’, vertelt Vermeulen. ‘Dat werkt heel goed.’ Met een blik op de vooral oudere mensen aan tafel: ‘Ik snap wel dat niet iedereen Facebook heeft, maar de vluchtelingen gebruiken het wel bijna allemaal. Het kan een goede manier zijn om het gat te dichten.’

Buiten slaat de kerkklok tien keer. De groep besluit als eerste een taalcafé op te zetten en een Facebook-pagina op te richten. ‘Het klinkt nu ouderwets, maar ik laat nog even een namenlijst rondgaan voor mensen die op de hoogte willen blijven’, besluit Omta.