Opheffer

Hoe word je Nederlander?

Natuurlijk willen wij dat onze allochtone broeders en zusters Nederlander worden. Maar hoe word je dat? Ik, met mijn Indische familie, had het makkelijk. Mijn vader was opgegroeid met de gedachte dat Nederland het paradijs was met koningin Wilhelmina aan het hoofd. En ik ben net zo opgegroeid, al zag ik het tegendeel. Misschien was Nederland wel het paradijs, maar niet voor mijn vader.

Ik kreeg al gauw een grote liefde voor Nederland, en vooral Amsterdam. Ajax, Fred Kaps, Kuifje (ik dacht dat hij een Nederlander was), Dick Bos, later schrijvers en dichters als Reve, Van het Reve, Hermans en Campert, en nog later mijn interesse in Multatuli, Elsschot, Nescio en Huizinga. Ik pik er maar een paar uit. Verder vormden de zee, de duinen, het Rijks en vooral het Stedelijk Museum mijn gevoel van Nederlander-zijn. Ik had, als Indische jongen, genoeg helden. Van Piet Keizer tot Gerard Reve, ze zitten ergens in mij en bepalen mijn Nederlanderschap. Ik selecteerde niet op kleur.

Maar helden moet je meemaken, zien, lezen, nadoen. Toen ik mijn dochter vroeg of ze zich Nederlander voelde, haalde ze haar schouders op. Ze antwoordde: «Daar is nog nooit een beroep op gedaan.»

Wonderlijk antwoord, maar misschien wel juist. Zij kent alle hierboven genoemde schrijvers, maar beoordeelt ze anders dan ik. Reve vindt ze soms langdradig. Van Nescio vindt ze niet alles goed. Karel van het Reve en Campert mag ze van het rijtje nog het meest, maar die zijn niets vergeleken bij Grunberg en Giphart. Met voetbal heeft ze weinig, het is meer ballet en muziek. Als ik haar zie vind ik haar een Amerikaans meisje. Misschien zelfs wel Engels, wat ik liever had gezien. Feitelijk hebben haar moeder en ik, hoewel gescheiden van elkaar, haar ook enigszins een Amerikaanse opvoeding gegeven. Meer Nabokov dan Reve, meer Gore Vidal dan Huizinga, meer Carter dan Ruud Lubbers, meer liberalisme dan Hollandse sociaal-democratie, meer cola dan «lemonade», ondanks GroenLinks (moeder) aan de ene kant en PvdA/SP/VVD (ik) aan de andere.

Maar aan wie spiegelen de allochtonen zich als ze Nederlander willen worden? Dat dat ook Nederlandse allochtonen moeten zijn lijkt me onzin, al hoor je dat vaak. Ik ben nooit een groot fan geweest van de Blue Diamonds, gewoon omdat ik die muziek vreselijk vond. Een Marokkaanse dokter die ik ken walgt bij de naam Ahmed Aboutaleb. Een held moet een held zijn omdat hij een held is, niet omdat hij allochtoon is.

Ik denk dat de subculturen weer eens van stal gehaald moeten worden. De kleine groepjes die rappen, zelf cd’s maken en dan doorstoten naar radio, tv en film. Je wordt een held als het heldendom bereikbaar is. Waarom voetballen kleine voetballertjes op straat? Omdat ze weten dat dat de weg is naar het grote voetballerschap. En verder moet je, denk ik, Nederlander willen zijn.

Er moet «een beroep» op je worden gedaan. Als je liever wilt dat wij onderdeel uitmaken van een groot Islamitisch Duizend jarig Rijk, dan zul je je minder snel Nederlander voelen dan wanneer je net zo wilt worden als Daan Schuurmans.

Je moet ook — en nu komen we op een moeilijk punt — van de taal houden. Je moet zinnen uit je hoofd kennen, uitdrukkingen, die moet je op school leren, en die moeten in je systeem zitten. Je moet je in geen andere taal zo goed kunnen uitdrukken als in het Nederlands.

Je moet ook een dag uit het raam kijken, of door de stad lopen of langs de zee en dan denken: wat heerlijk hier. Je moet, als het erop aankomt, voor je land willen vechten.