Hoe zou ze écht zijn?

Met haar nieuwe roman Actrice schreef Anne Enright een typisch Iers boek: een verhaal over misbruik en verlies, over diaspora en terugkeer. Maar Actrice is ook een roman over de tol van roem.

Moeder en dochter © Geldolph Adriaan Kessler / Rijksmuseum

Tegen het einde van de nieuwe roman van de Ierse schrijfster Anne Enright richt de vertelster zich rechtstreeks tot haar man; ze schrijft hem een brief over hun 1139 nachten samen (and counting). Ze spreekt over hun lange huwelijk, hun ruzies, zijn baard, haar lichaam dat ‘naar god is’, hun twee kinderen. Hun seks. ‘Het verrast steeds weer’, zegt ze, ‘die manier waarop seks de ander benadrukt, de manier waarop het ergens anders heen zoeft om vervolgens weer terug te keren. En terwijl we daarmee bezig zijn moet ik denken aan alle keren die we vergeten zijn zodra we ermee klaar waren, de kamers en bedden, de verschillende lichamen die we hadden, al onze verschillende en onzekere ikken die hier samenkomen.’

Al onze verschillende en onzekere ikken die hier samenkomen kan het credo zijn van Enrights schrijverschap, soms meer letterlijk, soms meer figuurlijk. Enrights romans hebben altijd vrij eenvoudige plots, soms op het melodramatische af; ontwikkeling zit voor de schrijfster minder in plot dan in personage, haar boeken gaan om hoe haar personages omgaan met wat hun overkomt, niet over de bijzonderheid van wat hun overkomt. Enrights vierde, magistrale en Booker Prize winnende roman De samenkomst was bijvoorbeeld het verhaal van acht broers en zussen die na de zelfdoding van hun broer in het huis van hun moeder bij elkaar komen voor zijn herdenkingsdienst. Haar daaropvolgende roman, De vergeten wals, was het verhaal van een getrouwde vrouw die vreemdging, die echtgenoot en minnares was. Het groene pad was een mozaïekroman, verteld vanuit de belevingswereld van de verschillende leden van de familie Madigan, die over de hele wereld wonen of gewoond hebben en voor Kerstmis weer bij elkaar komen.

Ook in Actrice, een roman vermomd als een brief aan een echtgenoot met daarin de memoires van Norah O’Dell, dochter van – de fictieve – Katherine O’Dell, komen verschillende ikken samen. De vertelster reisde als jong meisje mee met haar moeder, de beroemdste Ierse actrice van de vorige eeuw, naar de theaters van Dublin en West End en Broadway, moest haar missen toen ze carrière maakte in Hollywood, en voor haar zorgen in de nadagen van haar carrière en leven, terug in Ierland. Norah blikt nu, op haar 58ste – de leeftijd dat haar moeder overleed – en zelf óók moeder en succesvol kunstenares, terug op haar moeders leven. Norah wil haar moeder 25 jaar na haar overlijden begrijpen. Het probleem is dat Norah’s moeder een filmster was, en dat je bij sterren altijd de vraag blijft stellen: hoe zou ze écht zijn? Zelfs als je hun dochter bent. De roman, pitch perfect vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap, begint dan ook met deze problematische vraag (‘Mensen vragen me: “Hoe was ze echt?”’). Het is een vraag die een kern veronderstelt en een eenduidig antwoord verlangt, terwijl een leven nu juist vaak een verhaal is van constante tegenspraak. Norah’s verhaal is daar een goed voorbeeld van: er zijn dagen, weken, jaren zelfs dat ze haar man niet kan uitstaan en toch noemt ze hem ‘de liefde van haar leven’. Norah’s moeder is haar moeder en het ene moment omarmt ze dat gegeven en het andere moment wil ze niets liever dan het voorgoed kunnen ontkennen.

Het startschot voor Norah’s onderneming is een gesprek met een doctoraalstudente die haar komt interviewen over haar moeder. Enright: ‘Ze werkte aan een proefschrift over mijn moeder en ook daarvan maakte mijn hart een sprongetje van hoop dat Katherine O’Dell misschien nu eindelijk eens recht gedaan zou worden. Dus keek ik nogal gretig naar dit meisje, terwijl ik deed alsof ik niet keek: het fitte, rusteloze lijfje, de bloeiende intelligentie die tegen dommigheid aanschurkte. Haar jeugd.’ De promovenda omschrijft Norah’s moeder vervolgens als een actor, geen acteur, als iemand die handelde in het leven én op het scherm, een vrouw die niet alleen haar tekst opzegde maar iets deed. En niet zozeer nationaal-politiek – dat wil zeggen: verbonden aan de Troubles – maar persoonlijk-politiek: ze ziet Katherine als een feministisch boegbeeld. Norah is het er allemaal niet mee eens. Later die avond is ze nog geïrriteerd over het gesprek. Op nog geïrriteerdere toon zegt haar man: ‘Waarom schrijf je het zelf niet?’ Als Norah hem vraagt ‘Hoezo?’ zegt hij ‘Gewoon.’ En als ze dan vraagt wat ze volgens hem zou moeten schrijven, steekt hij beide handen in de lucht.

Norah vertelt hoe haar moeders carrière in de jaren veertig begon in parochiezalen op het Ierse platteland, haar naar de theaters van Dublin en Londen en New York voerde, en uiteindelijk zelfs naar het naoorlogse Hollywood. Maar die glorieuze carrière is een piek in een verder vrij dramatisch verlopen leven, dat navenant eindigt; op haar 55ste schiet Katherine O’Dell een Hollywood-impresario met een pistool in zijn voet en belandt ze na een rechtszaak in een psychiatrische kliniek. Waarom schoot ze?

Norah komt er al snel achter dat een leven niet zo simpel te bevatten is, en hoe meer de dochter over haar moeder schrijft, hoe meer zij van zichzelf blootgeeft. Zo gaat Actrice niet alleen over de ongrijpbare aard van de mensen om ons heen, maar ook om de ongrijpbare aard van ons eigen leven, en de moeite die het kost om zinnige, werkende verbindingen tot stand te brengen, op papier en in ‘het echt’. De stukken waarin Norah zich rechtstreeks richt tot haar van kanker herstellende echtgenoot zijn een ode aan die strijd. Bijna geen andere Europese, contemporaine auteur komt in de buurt bij Enrights begrip van de menselijke psyche. Maar Enrights virtuositeit zit ’m ook in haar stijl en verbeeldingsvermogen. Om met het laatste te beginnen: Enright verzint een hele reeks van films voor haar, zo overtuigend dat je geneigd bent op internet op te zoeken of ze haar personage niet simpelweg in bestaande films heeft geschreven. En ook in dit boek weer fonkelen haar zinnen.

'Actrice' gaat over de ongrijpbare aard van ons leven en over de moeite die het kost om zinnige verbindingen tot stand te brengen

Als de politie haar ondervraagt, doet Katherine O’Dell of ze gek is geworden – of is ze werkelijk zo? Wie is ze écht? Norah schrijft over haar bezoeken in de kliniek: ‘Ik leerde geen vragen te stellen, haar op geen enkele manier tegemoet te komen of te sturen. Ik echode wat ze zei. En als ik dat lang genoeg deed, als ik volstrekt neutraal was, naderde ze heel soms dicht het oppervlak van wie ze was. Dan ving ik een glimp op van de vrouw die ik kende. De meeste tijd was ze – ik weet niet hoe ik het moet uitleggen – alleen bij vlagen mijn moeder. Maar als ik dat glimpje opving, dan was ik, het sneed door mijn ziel, weer haar kind.’

Wie is Norah echt? Ouder of kind? Of is ze het allebei? En kunnen die ikken dan blijvend en gelukkig samenkomen?

Hoewel Enright meerdere malen heeft benadrukt dat zij geen Ierse schrijfster is, dat Ierland slechts haar ‘materiaal’ is, is ook Actrice weer een typisch Iers boek: een verhaal over misbruik en verlies, over diaspora en terugkeer, over de Ierse identiteit (Katherine heet eigenlijk Odell, niet O’Dell), en over verdriet en de harde werkelijkheid en die twee doorstaan – donker en grappig in toon. De schrijfster (die in een ver verleden zelf voor de televisie werkte en met een theaterregisseur is getrouwd) schrijft met veel verve en liefde over zowel het theater als de cinema en de acteurs die toneel en scherm bevolken.

Actrice is ook een roman over de tol van roem. Hoe groter Katherine O’Dells succes, hoe groter het succes voor de mensen om haar heen; dus hoe meer Katherine O’Dell zichzelf manifesteert, hoe meer anderen (lees: mannen) aan haar verdienen, met haar meegroeien, hoe ‘klein’ zij dus blijft ten opzichte van hen, hun knappe speelbal, die op een zeker moment wordt ingeruild voor een andere speelbal. Natuurlijk maakt dat Katherine O’Dell razend: succes – écht succes, en autonomie – blijft zo buiten haar bereik. Dus is er Katherine O’Dells zwarte notitieblok, dat haar dochter vindt, en waarin haar dagelijkse calorieverbruik staat: een ster moet er naast het podium of het doek – ‘in het echt’ – net zo uitzien als op dat podium of scherm.

En dan is er dus dat lichaam dat ‘naar god is’ en een man die zegt: ‘Wat? Echt niet.’

Het mag na zoveel boeken bekend zijn, maar het verrast toch steeds weer, de manier waarop Enright je als lezer langs het leven voert en je dingen laat zien die je eerder al zag, maar nog niet eerder zo scherp en treffend en veelbetekenend.

Aan het einde van het boek constateert Enright dat haar moeder een actrice was, en dat ze haar waarschijnlijk nooit écht zal leren kennen. Dat wat wij als écht zien ook veel over onszelf zegt. Ze heeft er vrede mee. Om dat te kunnen, plooiloos en boeiend en niet-klef schrijven over – bijvoorbeeld – én bedrog én verlies én groei én acceptatie van harde waarheden (dat sommige ikken nooit ‘echt’ zullen samenkomen), moet je met inzicht, diepte en elan kunnen schrijven, en dat kan Enright dus. Ze schrijft zintuiglijke zinnen en prachtige passages, zoals een over Katherine O’Dell die overrompeld applaus in ontvangst neemt en een andere over haar dochter die decennia later van haar eigen dochter een berichtje krijgt en even op bed moet gaan zitten om de liefde de ze voelt te laten bedaren – het ene moment net zo groots als het andere, het ene moment, echter, is gespeeld, in tegenstelling tot het andere.