Hoe zuiver dit kinderlijk denken!

Wat denkbeelden, fantasie, vertelkunst en vooral nietsontziendheid betreft was Patricia de Martelaere kennelijk ‘af’ toen ze dertien was en haar eerste boek schreef.

Haar ouders wisten niet dat ze schreef, als kind. Maar ook later, toen ze de nodige bekendheid had opgebouwd met haar boeken, hield ze haar schrijvende identiteit het liefst strikt gescheiden van haar privé. Niet alleen voor buitenstaanders, ook voor familie en vrienden. Toen haar dochter tien was, kwam die uit school met de vraag of het waar was wat de juf had gezegd, namelijk dat zij boeken had geschreven.
Het zijn van die feitjes waarover je schokschouderend heen leest - iedere schrijver bouwt permanent aan zijn eigen mythologie - ware het niet dat iets van de extreme terughoudendheid van Patricia de Martelaere (1957-2009) paradoxaal genoeg hier op de televisie te zien is geweest. Toen ze werd genomineerd voor de Ako Literatuurprijs, had ze vooraf bedongen weliswaar aanwezig te zullen zijn op de feestelijke uitreiking, maar niet voor de camera’s te willen verschijnen. En dus kregen we minutenlang een zich angstvallig achter een pilaar posterende schrijfster in beeld.
Nog zoiets: in haar korte levensbeschrijvingen staat altijd vermeld dat ze op elfjarige leeftijd een opstel schreef met als titel Waarom leven we? en dat ze op dertienjarige leeftijd haar eerste boek schreef, Koning der wildernis genaamd.
Yeah right.
Niet dat het bij voorbaat uit te sluiten was dat ze een boek had geschreven op haar dertiende; het was alleen meer dat ik hierbij dacht in de sfeer van de ‘boeken’ die wij allen rond die leeftijd in elkaar prutsten. Pas toen ik wat specifieke eigenaardigheden over deze jeugdroman tegenkwam, bijvoorbeeld dat die geschreven was vanuit het perspectief van een leeuw, en dat die leeuw uiteindelijk ook nog eens door zijn dompteur wordt doodgeschoten, begon ik de zoektocht naar dit eigenlijke debuut van Patricia de Martelaere.
Officieel debuteerde De Martelaere op 31-jarige leeftijd met de roman Nachtboek van een slapeloze. Het verscheen bij uitgeverij Den Gulden Engel, gesitueerd in het Vlaamse Wommelgem, in 1988. Ze had het echter al vijf jaar eerder geschreven, toen ze 26 was dus. Een heel opmerkelijk boek, dat geheel bestaat uit dagboekaantekeningen van een man van middelbare leeftijd die de slaap niet kan vatten. Hij heeft van alles om wakker over te liggen, een dochter die mishandeld wordt door haar man, een zoon die eigenlijk niet wil deugen, een tobberig huwelijksleven geregeerd door zijn alcoholprobleem. Maar dit zijn nog maar de oppervlakkige uitlopers van een dieper geworteld nietzscheaans nihilisme en sartriaans existentialisme. 'Wat je nodig hebt’, noteert de man, 'zowel in de liefde als in de slaap, is een manier om jezelf te misleiden.’ Als hij uiteindelijk niets meer voelt, neemt hij een radicaal besluit. Het verpletterend zwartgallige boek werd in 1989 bekroond met een Vlaamse debutantenprijs. De Nederlandse markt bereikte dit boek pas in 2006 toen De Martelaere al min of meer beroemd was geworden met haar essaybundels en andere romans, en uitgeverij Querido een herdruk uitbracht.
Wat dat betreft was haar tweede roman, De schilder en zijn model, eigenlijk haar Nederlandse debuut, in 1989. Ook dit was vier jaar eerder geschreven, maar De Martelaere had het al ettelijke keren teruggekregen van verschillende uitgeverijen. Uitgeverij Meulenhoff raakte in haar geïnteresseerd door een essay van haar hand in het Nieuw Wereldtijdschrift van Herman de Coninck, over het verband tussen schrijverschap en zelfmoord. Toen De Martelaere hun het manuscript toestuurde van De schilder en zijn model vroegen zij of ze niet een wat toegankelijker roman had om bij hen mee te debuteren. Aangezien ze die niet had, en ook niet van plan was die te schrijven, deden ze het toch maar, met aarzeling.
Gelukkig ook maar, anders hadden we deze overrompelende, intrigerende roman over begeerte en obsessie moeten missen. Het aloude verhaal van de mens die zich wil verliezen in verlangen vat De Martelaere in even fatale als laconieke bewoordingen. Ingenieus bouwt ze in de vier delen van de roman een Droste-effect in; alles herhaalt zich altijd, tegelijkertijd is er één minnaar die nooit overtroffen kan worden. Iedereen die na hem komt, is slechts afleiding. Een sterke voorloper van de liefdesroman waarmee ze in 2005 voor alle grote literaire prijzen genomineerd zou worden, Het onverwachte antwoord.
In een van de weinige interviews die ze heeft gegeven, met Marjo van Soest in Vrij Nederland in januari 1999, over haar filosofische werk, rept De Martelaere van het opstel Waarom leven we? dat ze als elfjarige schreef. Een opstelletje, noemt ze het hier overigens. Daarna raakte ze naar eigen zeggen al gauw in een 'typische adolescentencrisis’ van niets meer willen en alles te veel zijn, en onder de invloed raken van 'de grootste pessimisten’, Nietzsche en Freud. Nergens heeft ze het hier over een jeugdroman die in 1971 uitgegeven zou moeten zijn bij uitgeverij Gakko te Gent. Naspeuringen bij de uitgeverij leveren niks op, want die bestaat niet meer. Ook een gang langs antiquariaten is vergeefs, behalve dan dat uitgeverij Gakko wel echt bestaan blijkt te hebben want er zijn meer uitgaven op die naam. Navraag bij vrienden en familie van De Martelaere leidt tot stagnatie en onduidelijkheid. Tot ik me opeens de betrokken medewerkers van het Vlaams Letterenhuis van een eerdere ontmoeting herinner. En ja! Zij leiden me naar de maar liefst twee exemplaren die in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience te Antwerpen worden bewaard. Koning der wildernis, hij bestaat, en hoe.
Op de achterflap, onder de ontwapenende foto van het meisje Patricia en haar hond, staat vermeld dat dit de inzending is voor een nationale wedstrijd in 1970. Een 'veelbelovend talent’ wordt de schrijfster genoemd, over wie verder wordt opgemerkt dat ze op een middelbare school te Oudergem-Brussel zit, waar zij, naast het gewone schoolwerk, ook nog lessen volgt in piano en viool. In de inleiding weet ene A. De Busschere niet hoe zij of hij zijn loftuitingen en uitroeptekens moet doseren. In eerste instantie kwam dit mij wat over the top voor: 'een totale veropenbaring!’; 'hoe zuiver dit kinderlijk denken!’; 'hoe enorm de les voor ons volwassenen!’; 'zo zou het verhaal van Mej. Patricia de Martelaere aanleiding kunnen geven dat ouders en kinderen gaan samenwerken voor de opbouw van een nieuwe gelukkige gemeenschap!’. Maar het boek met stijgende verbazing gelezen hebbende, kan ik ook niet anders dan compleet paf staan en deemoedig het hoofd buigen: hoe heb ik ooit kunnen denken aan gemiddeld gepruts van een schrijflustige adolescent? In de avontuurlijke greep, niet terugdeinzend voor de meest wrede scènes, de intense toon, de verhalende kracht, de diepzinnige overwegingen over leven en dood, mens en dier, zien we een schrijfster op de top van haar kunnen aan het werk.
Koning der wildernis is het verhaal van het dier dat onderworpen wordt door de mens, hier toegespitst op een jonge leeuw die in het oerwoud gevangen wordt en moet toezien hoe zijn moeder levend gevild wordt. Hierna weet hij zeker dat de mens het meest verschrikkelijke, lelijke en moordzuchtige soort is dat rondloopt op aarde. Desondanks hecht hij zich aan de baas die hij tegenover zich vindt in het circus waarvoor hij wordt getraind. Haarscherp, pijnlijk gevoelig, beschrijft de jonge Patricia hoe dit proces van verzetten en aanpassen zich voltrekt. Toch blijft de kern van de leeuw overeind, zijn instinctieve heerszucht en zijn verwondering op een koord te moeten lopen, door een brandende hoepel te moeten springen. Zo gauw hij de kans ziet ontsnapt hij en vindt hij de weg terug naar het oerwoud. Hier leidt hij het leven van de leider van een leeuwenkolonie, weet vrouw, kinderen en medeleeuwen langs vele gevaren te leiden, tot hij het opnieuw moet afleggen tegen zijn grootste en eigenlijk enige echte vijand: de mens. Omdat hij zo groot en sterk is, 'een prachtexemplaar’, wordt hij niet gedood maar afgevoerd naar een dierentuin. De slotpagina’s van Koning der wildernis zijn adembenemend. Maar ook in het licht van De Martelaere’s latere werk verbluffend. Qua denkbeelden, fantasie, filosofie, vertelkunst, stijl, en vooral qua nietsontziendheid was Patricia de Martelaere kennelijk 'af’ toen ze twaalf, dertien was. Hoe kan dat?
In al haar boeken wordt de dood voorgesteld als een staat van verlossing, en het boek dat ze als kind schreef vormt daarop geen uitzondering. Misschien is dat het wat me nog het meest schokt. In feite biedt dit jeugdboek de perfecte voorafschaduwing van wat zij later zou omschrijven als de ideale, 'koude’ kunst. Dat is de kunst die een vermoeden biedt van de volkomen ongrijpbare wereld van leven, dood en verandering, zonder 'lekker deprimerend’ te zijn. Lekker deprimerend is dit boek inderdaad niet bepaald. Eerder nogal angstaanjagend. 'Je kan zelf beslissen wat je in je leven doet, maar wat je ook voor ogen hebt en probeert, alle wegen leiden naar eenzelfde punt: de dood’, laat ze haar protagonist, de leeuw, overdenken. 'Al hetgeen ervoor komt zal je vergeten, van wat erna komt weet je niets.’
Toen ze achttien was, kon Patricia de Martelaere kiezen tussen de universiteit en het conservatorium. Maar acht uur per dag piano studeren kon ze niet opbrengen. Ze was wel tamelijk goed, maar niet zo goed als ze wou zijn. Ze merkte dat het haar niet om het plezier van het spelen ging, maar om het presteren: 'Ik ben nogal afgestemd op resultaten, ik ben in hoge mate onbekwaam tot ontspanning.’ In een van haar laatste interviews zei ze dat haar denken altijd op zoek is geweest naar waarheid, geluk, rust. 'Ik wou weten hoe alles en ikzelf in mekaar zitten, maar filosofie biedt dat niet… De natuur weet soms beter wat goed voor ons is dan ons denken, daarom is onze natuur verstandiger dan ons verstand.’ Al in haar debuut, of misschien júist in haar debuut, Koning der wildernis, heeft ze die natuur laten zegevieren.


PATRICIA DE MARTELAERE
KONING DER WILDERNIS
Gakko, Gent, 1971, 117 blz.

Met dank aan Leen van Dijck en Peter Rogiest van het Vlaams Letterenhuis.
In 2012 verschijnt van Marja Pruis Als je weg bent: Over Patricia de Martelaere bij uitgeverij Prometheus