Hoed u voor de nabestaanden

NIEK SCHEPS, WEERSTA VANAF HET BEGIN MAAR SLECHTS MET HET GEESTESZWAARD HET VERZETSWERK VAN J.H. SCHEPS 1940-1945, € 35,-

Er bestaat een soort boeken dat verboden zou moeten worden. Niet omdat de inhoud ervan weerzinwekkend zou zijn, maar omdat deze boeken andere boeken blokkeren. Ik heb het over boeken over personen waarover heel goed een biografie geschreven zou kunnen worden, maar die nu ook weer niet zo belangrijk zijn dat er ruimte is voor een aantal studies. Een boek over zo'n figuur dat slechts ingaat op een klein deel of één aspect van zijn leven leidt er meestal toe dat een min of meer complete biografie ongeschreven zal blijven. Over giganten als Napoleon, Churchill, Hitler of Stalin vallen tal van interessante deelstudies te schrijven, terwijl er ook een markt is voor een reeks van biografieën. De meeste stervelingen, hoe boeiend ook, behoren echter niet tot deze categorie.

Twintig jaar geleden publiceerde Arie van der Zwan een boek over het conflict dat de bedrijfseconoom Jan Goudriaan als president-directeur van de NS had met zijn medebestuurders. Goudriaan was een heel interessante man - de eerste socialist die in de top van een groot bedrijf (Philips) kwam en die uitgesproken opvattingen had over politiek en samenleving, en daar bijvoorbeeld in De Groene Amsterdammer geruchtmakende stukken over schreef - maar door dit conflict eruit te lichten maakte Van der Zwan het voor een eventuele biograaf onaantrekkelijk om nog een boek over Goudriaan te schrijven. De belangrijkste krent was zorgvuldig uit de pap gevist.

In dit vermaledijde genre - waartoe ook de halve Vorrink-biografie van Hein Wiedijk behoort - is onlangs een nieuw boek gepubliceerd. Het is een studie naar de verzetsactiviteiten van J.H. Scheps, geschreven door zijn oomzegger Niek. Hoewel hij er na zijn pensionering achttien jaar aan heeft gewerkt, heeft de auteur geen volledige biografie afgeleverd, maar heeft hij zich beperkt tot de periode 1940-1945. Een boek dat na zijn dood in 2008 is bezorgd door zijn nabestaanden.

Nu verdiende J.H. Scheps (1900-1993) juist wegens zijn opmerkelijke verzetswerk een biografie, maar dat wil niet zeggen dat de rest van zijn leven oninteressant was. Hij was calvinist én sociaal-democraat (terwijl de meeste religieus geïnspireerde socialisten vrijzinnig waren); hij werkte als gereformeerde zendeling in de jaren twintig in Vlaanderen, waar hij aanhanger van de Groot-Nederlandse gedachte werd (anno 1993 wond hij zich nog op over Lodewijk XIV, die in 1678 Frans-Vlaanderen had ingepikt); in de jaren dertig streed hij tegen het machtsmisbruik van de rooms-katholieke kerk en nam hij het op voor de vrijdenkers, wier radio-omroep verboden werd; gedurende de eerste twee jaar van de bezetting publiceerde hij onder eigen naam brochures tegen het nationaal-socialisme; toen hij uiteindelijk gearresteerd werd wilden de autoriteiten hem vrijlaten als hij schriftelijk beloofde geen deutschfeindlichen Hetzschriften meer te zullen schrijven, wat hij weigerde en hem een verblijf in kamp Amersfoort opleverde; en na de oorlog was hij tientallen jaren Tweede-Kamerlid voor de PVDA en een van de meest welbespraakte politici.

Scheps was een veldprediker in de politiek. Een propagandist en politicus met hoge idealen en principes, die tegelijkertijd ook heel praktisch was ingesteld en altijd ten strijde trok tegen machtsmisbruik en discriminatie. Hij was alles behalve conformistisch. Zo was hij zijn leven lang een overtuigd nationalist, terwijl dat aanvankelijk in de socialistische beweging uit den boze was. Ook was hij een principieel democraat, die nimmer bereid was met dit beginsel te schipperen. Met geen enkel beginsel trouwens, zodat hij in de oorlog pas na lang aarzelen bereid was een vervalst persoonsbewijs te accepteren.

Over deze man zou een boeiende, levendige, relevante en niet al te dikke biografie geschreven kunnen worden. Een boek waarvoor Niek Scheps veel materiaal heeft aangedragen, maar dat er nu waarschijnlijk niet zal komen. Hoewel in het boek dat er nu wel ligt aandacht wordt besteed aan de jaren vóór 1940 kan het boek niet gelden als een (desnoods halve) biografie, omdat het nogal merkwaardig gecomponeerd is. Na een deel over de eerste veertig levensjaren van Scheps, en een omvangrijker deel over zijn verzetswerk, volgt nog een deel waarin een ‘beoordeling’ van deze man wordt gegeven. Pas hier, achter in het boek, wordt summier de context geschetst waarin Scheps’ levensverhaal zich afspeelde. In het deel van het boek waarin Scheps’ levensloop wordt beschreven, is het dus alsof hij in een vacuüm opereerde. En waar die context wel wordt beschreven, is de informatie over de sociaal-democratische beweging en de wijze waarop die omging met het nationaal-socialisme erg summier en gebrekkig. Bovendien is het geheel bijzonder schools en dor geschreven en weet de auteur zelfs de verzetsactiviteiten nog op een niet-spannende manier te beschrijven. Zo kleurrijk en boeiend als de hoofdpersoon was, zo bleek en saai is dit boek.

Hoewel het niet leuk is om te zeggen over een boek waarvan de auteur inmiddels niet meer in leven is, valt toch niet te ontkomen aan de conclusie dat dit een teleurstellend boek is, dat bovendien vermoedelijk zal verhinderen dat iemand anders zich nog aan het levensverhaal van J.H. Scheps zal wagen. Schrijversweduwen zijn vaak een ramp, maar voor schrijvende familieleden moet je af en toe ook oppassen.