Hoe zit het met de scheiding van leger en staat?

Hoeder van het seculiere Turkije

Turkije kent een strikte scheiding van kerk en staat. De scheiding tussen leger en staat is echter wat minder nauw en vormt een bezwaar voor toetreding tot de EU. Het risico bestaat dat door de aanslagen in Istanboel het leger de touwtjes weer wat strakker aantrekt.

Vier vernietigende explosies hebben de discussie over toetreding van Turkije tot de Europese Unie terug op de agenda gebracht. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw, na de aanslag op het Britse consulaat-generaal snel ter plaatse, liet vanuit Istanboel weten dat het terrorisme in Turkije hem gesterkt had in de «wil en vastbeslotenheid om alles te doen om ons ervan te verzekeren dat Turkije zo snel mogelijk volwaardig lid wordt».
Vergelijkbare woorden sprak de Duitse minister Otto Schily. Hij benadrukte dat de EU Turkije moet aansporen nu extra te hervormen teneinde het lidmaatschap met extra spoed mogelijk te maken. Het kwam Schily in de Bondsdag op kritiek te staan van met name de christen-democratische oppositie die fel gekant is tegen Turkse toetreding. Wilde de minister van Binnenlandse Zaken soms het moslimterrorisme naar West-Europa «importeren»? De christen-democratische Duitse vice-voorzitter van het Europees Parlement Ingo Friedrich (CSU) waarschuwde op zijn beurt dat extremisten hun campagne zouden kunnen verhevigen als een «kernland van de islamitische wereld wordt afgebroken en gedwongen verwestert».
Dat laatste is precies wat de fundamentalistische oppositie in Turkije ook vindt: het land wordt gedwongen verwesterd en de bevolking staat erbij en kijkt ernaar. De meeste Turken zijn echter best in hun nopjes met de aansluiting bij het Westen, vooral zolang het economische voordelen oplevert. Alle grote Amerikaanse en West-Europese multinationals zijn in het land gevestigd en brengen hun producten met succes aan de man. Ook toetreding tot de Europese Unie wordt door de meeste Turken, als ze ervan op de hoogte zijn, toegejuicht. Maar toetreding is voor de meeste mensen vooral aantrekkelijk vanwege het vrije verkeer van goederen en mensen, blijkt uit EU-onderzoeken onder inwoners van alle kandidaat-lidstaten: economische argumenten voeren de boventoon.
Dat verklaart voor een deel het Britse enthousiasme over Turkse toetreding: anders dan Frankrijk en Duitsland zien de Britten de EU vooral als een vrijhandels zone. Met een «Europese identiteit», zoals die door de Fransen en sommige Duitsers wordt gepropageerd, hebben Turken helemaal niets. Turken zijn bovenal Turks, blijkt uit alle onderzoeken. Anders dan de andere kandidaat-lidstaten verwachten Turken zich in de nabije toekomst in ruime meerderheid ook nooit Europees te gaan voelen. En terwijl in West-Europa discussies worden gevoerd over de gevolgen voor de EU als die met Turkije een eerste moslimland opneemt, bestaat in Turkije zelf de angst voor «assimilatie binnen een christelijke gemeenschap».

Onduidelijk is hoe groot de aanhang van de islamitische fundamentalisten in Turkije werkelijk is. «De opeenvolgende Turkse regeringen hadden de laatste tientallen jaren meer aandacht voor het letterlijk en figuurlijk platwalsen van politiek links dan voor het terroristische gevaar van moslimfundamentalisten», zegt Zeki Arslan van de Samenwerkende Turkse Organsaties in Nederland. Maar hoewel de aanslagen in Istanboel door de meeste mensen worden verafschuwd, raken de verantwoordelijken wel een gevoelige snaar. Niet iedereen is immers even gelukkig met de in de islamitische wereld tamelijk atypische scheiding van moskee en staat en de uitermate stringente invulling die daaraan met de vestiging van de kemalistische republiek in 1923 wordt gegeven. Tegen bepaalde uitingen van religie wordt in de militant-seculiere staat Turkije nog altijd hard opgetreden. Het dragen van een hoofddoek als religieus symbool bij overheids instellingen is bijvoorbeeld uit den boze.
Onlangs nog ontaardde dat in een conflict tussen de oorspronkelijk islamistisch-conservatieve AK-partij van premier Erdogan en de consequent seculiere president van Turkije Ahmet Necdet Sezer. Deze jurist liet tot grote onvrede van Erdogan cum suis weten dat gehoofddoekte partners van kabinets leden niet welkom waren op de presidentiële receptie ter gelegenheid van de viering van de tachtigjarige Turkse republiek. Kemal Atatürk had zich omgedraaid in zijn graf, redeneerde de president. Geloofsuitingen mogen op geen enkele manier met politiek vermengd worden.
Dat is in veel moslimlanden wel anders. Alleen al daarom zouden die landen niet in aanmerking komen voor toetreding tot de Europese Unie. De EU is, niettegenstaande het achterhoedegevecht van de Nederlandse premier die in de preambule van de nieuwe grondwet vermelding van een «joods-christelijke traditie» wenselijk acht, immers een seculiere gemeenschap van lidstaten. Het moderne Turkije vroeg daarom al in 1959, zeven jaar nadat het land zich aansloot bij de Navo, het EU-lidmaatschap aan. Pas in 1999, nog nadat de EU voormalige landen uit het Warschaupact had uitgenodigd volwaardig lid te worden, besloten de huidige lidstaten Turkije daadwerkelijk in de «wachtkamer» van de Unie te zetten.
Eind volgend jaar moet onder Nederlands voorzitterschap een definitief besluit vallen over de vraag wanneer en onder welke voorwaarden de onderhandelingen met Turkije kunnen beginnen. Uiteindelijk wordt Turkije lid — dat staat vast. Zelfs de grootste Nederlandse tegenstander van weleer, voormalig VVD-leider Bolkestein, erkende als eurocommissaris onlangs in een interview dat de EU er niet meer omheen kan. «Turkije is kandidaat-lidstaat en dat betekent dat het mettertijd ook lid zal worden van de Unie.»

Waar in andere moslimlanden de verstrengeling van kerk (moskee) en staat voor westerse waarnemers problematisch is, daar moet Turkije nog een hoop werk verzetten om een scheiding van leger en staat te bewerkstelligen. En juist dat leger ziet het sinds de vestiging van de kemalistische republiek als zijn taak om die scheiding tussen kerk en staat te waarborgen. Als het daarmee de verkeerde kant op gaat, dan wenden hoge generaals hun politieke macht aan om de erfenis van Atatürk met hand en tand te verdedigen. Lukt dit niet goedschiks, dan moet het maar kwaadschiks. In 1960, 1971 en 1980 intervenieerde het leger, om verschillende redenen, in het landsbestuur. Onlangs nog, in 1997, waren militairen verantwoordelijk voor de omverwerping van de eerste Turkse werkelijk islamitische regering die het met het secularisme wat minder nauw nam.
Dat mag een nobel streven lijken, maar als gevolg hiervan zijn militairen in alle geledingen van de Turkse samen leving manifest aanwezig. En die militaire macht is niet alleen politiek maar ook economisch. Het leger heeft verscheidene holdingmaatschappijen, waaronder vele tientallen bedrijven ressorteren. Veel «burgerlijke» ondernemingen kiezen er bovendien voor om in hun raden van commissarissen een hoge militair op te nemen. «Voor een land dat lid wil worden van de Europese Unie is zoiets volstrekt ontoelaatbaar», zegt CDA-europarlementa riër Arie Oostlander. Oostlander zou het definitieve besluit over deelname van Turkije aan de Europese Unie liever niet al volgend jaar willen nemen. Hij verbaast zich over de aansporing van de Britten om nu haast te maken met toetreding. «Slappe figuren als Straw moeten geen medestanders krijgen», zegt hij. «Op korte termijn kan de ellende in Istanboel eerder vertraging dan versnelling van het proces in de hand werken», meent Oostlander.

Om zich bij de EU te mogen aansluiten, moet Turkije verder hervormen. Jaarlijks maakt de Europese Commissie in Brussel de balans op. Begin deze maand kreeg Turkije complimenten voor een aantal juridische aanpassingen, maar een waarschuwing voor het slepende conflict op Cyprus dat «een ernstige belemmering» voor toetreding vormt. De politieke rol van de militairen in de Turkse samenleving is de Commissie evengoed een doorn in het oog. Maar omdat Turkije lid is van de Navo, geldt het leger van Turkije voor de meeste EU-lidstaten als «bevriend» en is het dus lastig kritiek uit oefenen. De Turkse regering heeft niettemin onder invloed van het lonkende EU-lidmaatschap sinds 1997 voorzichtig geprobeerd de militairen wat aan banden te leggen.
De aanslagen van vorige week kunnen de pogingen om tot een ontkoppeling van leger en staat te komen echter weer teniet doen, vrezen Turkije-kenners. De «voorvechters van het grote islamitische Oosten», de fundamentalistische organisatie ibda/c die een deel van de aanslagen heeft opgeëist, hebben de Turkse regering in een ingewikkelde spagaat gebracht. Als er nog meer aanslagen volgen, dan bestaat de kans dat militairen de touwtjes weer in handen nemen om op geheel eigen wijze het moslimterrorisme te kunnen bestrijden.
«Alle keren dat het leger in het verleden ingreep, werd dat voorafgegaan door een periode van chaos», zegt Thijl Sunier van de Universiteit van Amsterdam. «Vaak zat het leger daar dan zelf achter. Er zijn werkelijk fundamentele veranderingen in Turkije aan de gang. Er is de laatste jaren een maatschappelijk middenveld ontstaan met groeperingen die zich in de discussie mengen. Een goed werkende civil society is een onvoorwaardelijk element in een democratiseringsproces. De controle op de politiek verschuift ook steeds meer van leger naar het parlement en dat middenveld. Dat zal niet bij iedereen in goede aarde vallen.»
Arie Oostlander: «De Europese Unie kan ons wat, zullen sommige mensen zeggen, we gaan gewoon op onze eigen wijze verder. Zo’n houding is niet compatibel met een lidmaatschap van de Unie.» Juist daarom moet het debat over toetreding zuiver gevoerd worden, vindt collega-parlementariër Joost Lagendijk van GroenLinks. Lagendijk is voor zitter van de inter par lementaire delegatie met Turkije. «De mensen die de aanslagen hebben gepleegd hopen dat het leger weer ingrijpt terwijl we nu juist in een precair proces zitten om dat leger wat meer op de achtergrond te krijgen. Dat proces moet doorgaan. Eind volgend jaar moeten Turkijes nieren geproefd worden. Je ziet nu dat voor- en tegenstanders van toetreding hun gelijk willen halen. Jack Straw is altijd al voor toetreding geweest en ziet in de aanslagen het bewijs dat dat heel hard nodig is. Dat is goed, maar het betekent niet dat de criteria overboord kunnen. Dat lijkt hij wel te willen. Hoe groot ik uiteindelijk ook voorstander ben voor lidmaatschap van Turkije, ik vind niet dat we moeten onderhandelen met een land waar systematisch wordt gemarteld, waar het leger zoveel macht heeft en waar Koerden hun eigen taal niet mogen spreken.»