Hoepeltje

De percentages voor staatsschuld en overheidstekort zijn niet zaligmakend volgens het IMF. Die coulante houding maakt het aan de onderhandelingstafel lastig voor de VVD.

Medium groene denhaag hoepeltje.jpg

Ineens leek het alsof de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, Christine Lagarde, en haar mede-directielid, de econoom Olivier Blanchard, aan de Haagse onderhandelingstafel aan het meepraten waren over een op het eerste oog niet onbelangrijk verschilpunt tussen de twee aanstaande coalitiepartners vvd en pvda. De imf-directeuren leken zelfs partij te hebben gekozen. Vóór de pvda en tegen de vvd. De sociaal-democraten vinden immers al langer, zoals Lagarde en Blanchard nu dus ook, dat de precieze percentages voor de staatsschuld en het jaarlijkse begrotingstekort niet zaligmakend zijn. De vvd is echter wél streng op die cijfers.

De opmerkelijke uitspraken van Lagarde en Blanchard kwamen aan de vooravond van de imf-top in Japan, afgelopen week. Dat het anders zo strenge imf een coulantere houding wil aannemen tegenover landen die hun overheids­financiën op orde moeten brengen heeft alles te maken met de omvang van de economische crisis. Als een geïsoleerd land zijn overheidsschuld en jaarlijkse tekort heeft laten oplopen, dan helpt het imf alleen als er in dat land fors wordt bezuinigd. Dat is in het verleden een beproefd recept gebleken. Maar nu veel westerse landen kampen met grote schulden en tekorten komt het imf tot de ontdekking dat bezuini­gingen grotere effecten hebben op de economische groei dan gedacht. Het woord kapotbezuinigen, althans de Engelse vertaling daarvan, namen de twee directieleden niet in de mond. Maar ze zeiden wel: pas op, het middel kan de kwaal verergeren, overheids­bezuinigingen kunnen de economische crisis verdiepen.

pvda-stemmers die nu denken dat hun partij aan de onderhandelingstafel elke verdere bezuiniging op de Nederlandse begroting van tafel zal vegen, zullen echter bedrogen uitkomen. vvd-stemmers die vrezen dat de sociaal-democraten zullen gaan aandringen op wat liberalen in campagne­tijd graag aanduiden met potverteren, hoeven daar dus ook niet bang voor te zijn. Wat niet wil zeggen dat de toekomstige bezuinigingsagenda van het nieuwe kabinet geen spannend onderwerp is aan die onderhandelingstafel.

Is de vvd-lijn dan te verzoenen met de pvda-lijn? Ja, als de wil tot regerings­samenwerking er is, dan zijn die lijnen te verzoenen. Doen alsof het aan de onderhandelingstafel een keuze is tussen cijferfetisjisme of potverteren, is een versimpeling van de zaak. Dat is leuk in campagnetijd en vergemakkelijkt het oppositievoeren, maar het ontneemt het zicht op een veel ingewikkelder en daardoor interessantere werkelijkheid.

Op 2 april, toen het kabinet nog niet was gevallen en de vvd nog met cda en pvv in het Catshuis onderhandelde over extra bezuini­gingen, hield de pvda een economendebat met als titel Hoe groeien we uit de crisis? Die bijeenkomst geeft een mooi inkijkje in waar partij­leider Diederik Samsom en de eerste financieel woordvoerder van de pvda-fractie, Ronald Plasterk, heen willen. Na allerlei economen gehoord te hebben, zei Samsom op die bijeenkomst blij te zijn dat ‘het drie-procent-hoepeltje’ voor het overheidstekort ‘niet zaligmakend is’. Plasterk zei echter dat ook de pvda op korte termijn de rijksbegroting in balans wil hebben en geen schulden wil achterlaten.

Toch zitten de twee partijgenoten op één lijn. Het gaat er de pvda vooral om hoe er wordt bezuinigd om die magische percentages voor overheidstekort en staatsschuld te bereiken. De pvda wil dat structurele hervormingen worden doorgevoerd, waardoor Nederlanders bijvoorbeeld weer een huis durven te gaan kopen, bedrijven weer personeel durven te gaan aannemen en studenten het denken vanuit duurzaamheid vanzelfsprekend gaan vinden. Uit de crisis groeien, heet dat bij de sociaal-democraten.

De liberalen kunnen daar niet tegen zijn. Behalve keurige financiële cijfers wil de vvd namelijk vooral drie dingen: banen, banen, banen. Daarvoor is economische groei nodig. Omdat grote werkgevers per brief bij de informateurs hebben aangedrongen op maatregelen voor duurzame groei kan de vvd er in principe ook niet tegen zijn van duurzaamheid een speerpunt te maken. Wat er op de onderhandelingstafel ligt is dus de vraag of de partijen overeenstemming kunnen bereiken over de kwestie hoe een nieuwe regering de huizenverkoop omhoog, de werkloosheid omlaag en duurzaamheid bij nieuwe generaties geïnternaliseerd kan krijgen.

Bij al die onderwerpen speelt het herstel van het vertrouwen, van de consument, de ondernemer en de student, een grote rol. Overheids­ingrijpen in de hypotheekrenteaftrek kan alleen bijdragen aan het vlottrekken van de woningmarkt als de consument erop kan vertrouwen dat die aftrek in de nabije toekomst niet weer helemaal anders zal zijn. Dat is bijna nog belangrijker dan de precieze ingreep in die hypotheekrenteaftrek zelf. Dat geldt ook voor ingrepen in de personeelskosten om het aan­nemen van werknemers aantrekkelijker te maken. Voor maatregelen die tot doel hebben duurzaam ondernemen aanlokkelijker te maken. Voor investeringen die duurzaamheid tot integraal onderdeel moeten maken in het onderwijs.

Demissionair minister De Jager reageerde vorige week afwijzend op de uitlatingen van de imf-­directeuren. Het vertrouwen kan volgens hem alleen worden hersteld door strenge reken­meesters. Het ‘hoepeltje’ voor overheidsschuld en -tekort waar Samsom niet zo aan zei te hechten is voor hem wél zaligmakend. Zijn uitlatingen waren vooral voor buitenlandse consumptie bedoeld: andere landen – vooral Griekenland –mogen niet denken dat ze kunnen gaan potverteren op de zak van Nederland. Maar ook andere landen kunnen alleen door De Jagers heilige hoepeltje springen als het vertrouwen dat ze uit de crisis kunnen komen op meer is gebaseerd dan alleen die cijfertjes over hun overheidsschuld of -tekort. Dat was de achterliggende boodschap van Lagarde en Blanchard. Daarmee kozen ze aan de Nederlandse onderhandelingstafel dus toch meer partij voor de pvda.