Hoer of diva

«Willen jullie me soms weg hebben?» zei Ayaan Hirsi Ali in een interview met De Groene Amsterdammer in december. Ze had donders goed door dat de weerstand tegen haar politieke boodschap en haar strategie een punt van diepe irritatie jegens haar als persoon had bereikt. Verdreven door haar buren uit haar gepantserde woning, de inquisitiejournalistiek van Zembla en de minister die de leugenaar plaatste op het hakblok – door een samenloop van omstandigheden is versneld en in één klap een einde gekomen aan haar carrière in de Nederlandse politiek.

Tussen haar entree en haar vertrek – beide spectaculair – zit een periode van verwarring over gesneuvelde illusies, kameleontische belangen en verschuivende paradigma’s. De stroom reacties liet afgelopen week andermaal zien dat zij nooit, volgens de Hollandse neiging, in een hokje was te plaatsen. Wie vóór haar was, heette «rechts» te zijn. Wie tegen haar was, was «links». Alles ertussenin had het aan de borreltafel knap moeilijk. Als je achter haar boodschap stond, werd je er agressief op gewezen dat de manier waarop ze het allemaal presenteerde «veel te polemisch» was.

Hirsi Ali is permanent verweten dat ze polariseerde, de islam stigmatiseerde en daarmee schuldig was aan de radicalisering van jonge moslims. Minister Brinkhorst beweerde naar aanleiding van Submission I «dat je weet wat je doet als je een sigaret opsteekt in een munitiedepot». Nee, niet de munitie was levensgevaarlijk, maar de roker. Geert Mak vergeleek de vorm van deze film met Der ewige Jude van Goebbels om aan te geven hoe verwerpelijk het is om op deze manier een serieuze misstand binnen de islam aan te kaarten.

Dat ook zónder Ayaan Hirsi Ali een radicaliseringsproces en vrouwenonderdrukking in naam van Allah in de hele wereld plaatsvinden, deed er niet toe. In Nederland werd zij aangewezen als hoofdschuldige voor het effect van haar woorden. En niet omgekeerd: dat ze blootlegde wat al veel langer gaande was en zeker sinds 9/11 zich onomwonden openbaarde. Hirsi Ali heeft een essentiële rol gespeeld in de bezinning op deze ramp. Zij liet zien dat de achtergestelde positie van de moslimvrouw verstrengeld is met andere dwingende vraagstukken. Daarmee entameerde zij, samen met anderen in ons land en daarbuiten, hét politieke debat dat momenteel wordt gevoerd over integratiebeleid en de verhouding tussen de islam en de westerse wereld. Hoe pijnlijk dat ook is.

Hoewel haar ongezouten kritiek op het Nederlandse beleid vaak richting linkse partijen wees, zijn het niet per se aanhangers van de «linkse kerk» die zich onbehaaglijk bij haar voelden. De irritatie liep dwars door sociale classificatie, etnische afkomst en politieke kleur van Nederland heen. Van Hans Dijkstal tot Klaas de Vries, van Pamela Hemelrijk tot Hugo Brandt Corstius, van Fatima Elatik tot Ebru Umar: ze deelden een irrationele hekel aan «Ayaan». De verklaring is dat iemand die een scherpe discussie losmaakt akelige ruis veroorzaakt in het op consensus gerichte harmoniemodel. De boodschapper wordt ervaren als een regelrechte bedreiging.

Ze was te high profile om te worden geabsorbeerd in het vlakke Hollandse landschap. Wat zij ook op de agenda zette – van bijzonder onderwijs tot de zwakke kanten van de multiculturele benadering van integratie – er is permanent gepoogd haar te delegitimeren. Aanvankelijk was zij een getraumatiseerde hysterica die het persoonlijke niet kon scheiden van het politieke. Toen dit niet houdbaar bleek, omdat zij eerder koel opereert, volgden andere kwalificaties.

Opvallend is dat er telkens twee typeringen in de kritiek opklateren: hoer en diva. Beide getuigen van seksisme als schaamlap voor onmacht. Een hoer ben je binnen de moslimwereld al snel: zodra een vrouw zich niet plooit naar de patriarchale verhoudingen of het geloof afvalt. Met de titel diva beleefden vooral politiek commentatoren een merkwaardige coming out door haar te duiden op basis van haar uiterlijk, modieuze kleding en met camera’s omringde openbare optredens. «Ook in de eigen fractie lag ze door haar solisme en ‹divagedrag› slecht», schreef Sjoerd de Jong in NRC Handelsblad vorige week. Hij neemt niet zelf de verantwoordelijkheid voor deze typecasting, maar verwijt het haar aanhangers die «met dweperige superlatieven over haar stralende glimlach en charmante glinstering in haar ogen» haar zo hebben gemaakt. Hij bedoelt daarmee «haar vrienden, de illustere club publicisten en academici die haar bijstaan als raadgevers, buiksprekers en tekstschrijvers». Volgens Bas Heijne in dezelfde krant ontwikkelde ze zich «tot de internationale glamour queen van de anti-islambeweging». In de van machismo doortrokken media was ze een speelbal van souffleurs of had ze zich ontpopt tot waar vrouwen goed in zijn: mooi en sexy zijn.

Eén ding was overigens wel nuttig aan de Zembla-uitzending: de beelden van Hirsi Ali als pas gearriveerde asielzoeker in een caravan. Ze is een wat pafferig, nederig meisje met kroeshaar in een te groot ski-jack. Tussen toen en nu zit een proces van emancipatie. Dat de prijs voor deze zelfgekozen weg hoog is, bleek ook tijdens het interview in december vorig jaar. Ze toonde zich murwgebeukt door de kritiek en de doodsbedreigingen. Maar ze is niet zielig. En met haar vertrek keert de rust echt niet zomaar terug in Nederland.