Reportage uit een schemerwereld

Hoeren M/V

Het schemerwereldje van de prostitutie ontkomt niet aan de Nederlandse reguleringsdwang. Per 1 oktober wordt het negentig jaar oude bordeelverbod opgeheven. Amsterdam en Groningen namen alvast een voorschot. ‘Het is bezemen!’

HET IS DOOD in de pot in Boys for Men. Een jongen wrijft over zijn kruis om de enige aanwezige klant op te geilen. Januari is een slappe maand. Speedy — ‘ik heb 180 bpm-vingertjes’ — trommelt met 180 beats per minuut op de bar. Hij is blond, negentien, type buurjongen. Komt iedere avond met de auto vanuit het Gooi naar de Amsterdamse Spuistraat. Speedy heeft plezier in zijn beroep; zijn ouders en zijn Equadoraanse vriendin weten dat hij met mannen neukt voor geld. ‘Het heeft toch wel iets leuks, een bepaalde spanning. En het geld is leuk voor later.’ Geld interesseert hem niet zo, kind van een generatie waarin minder meer is en vrijheid weer belangrijk. ‘Iedere 95 gulden die een kamer mij oplevert gaat schoon naar de bank. Voor de kinderen, voor mijn vriendin die zwanger is.’


Per 1 oktober, wanneer het bordeelverbod is opgeheven en in iedere gemeente de prostitutie gereguleerd en geregistreerd moet zijn, stopt Speedy met het vak. ‘De nieuwe wet betekent dat ik de prostitutie voor gezien houd omdat het voor mij geen voordelen heeft.’ Hij gaat terug naar de IT-sector, computers programmeren of zo, zegt hij. Of iets anders doen. Hij verontschuldigt zich. ‘Ik heb zo een gesprek ergens.’ Drie andere jongens komen aanzetten. Ze hebben een sollicitatie bij Casa Rosso. Liveshowtjes, he-ho-bi. ‘Alles loopt in elkaar over tegenwoordig’, zegt Speedy. ‘Ik zie me niet als een hoer, ik zie me als iemand die verlangt naar seks.’ En, zo hopen ze, via liveshowtjes ontkomen ze aan de reguleringsdrift van de overheid; liveshowtjes zijn geen prostitutie. Een uur later zijn ze terug. ‘Het verdient geen ene moer’, zegt Speedy teleurgesteld.


L’histoire se répète. Sinds de Reformatie heeft de overheid de prostitutie in strakke banen willen leiden, maar met matig succes. In de liberale napoleontische tijd werd hoererij als een noodzakelijk kwaad gezien dat men veeleer verkoos te reguleren dan te negeren. Prostituees werden geregistreerd en gedwongen zich twee maal per week op venerische ziekten te laten onderzoeken. Grote bordelen bleven ook na de Franse tijd vaak voldoen aan de politievoorschriften, maar een toenemende groep vrouwen — en jongens — koos voor een vrijer en clandestiener bestaan. De grote bordelen haalden steeds vaker vrouwen uit het buitenland en de roep tegen de handel in deze ‘blanke slavinnen’ mondde, samen met een verengde moraal, uit in het bordeelverbod van 1911, het befaamde artikel 250-bis van het Wetboek van Strafrecht, het bordeelverbod dat nu zijn laatste maanden is ingegaan.


Het bordeelverbod van 1911 drong de prostituees weer terug naar de achterkamertjes. Langzaamaan ontwikkelde zich daar het gedoogbeleid zoals we dat de laatste decennia kenden. Met wederom een instroom van illegale vrouwen, veeleer bruine dan blanke slavinnen, dit keer. Er werken naar schatting dertigduizend vrouwen in de prostitutie. Een concurrentie die maakt dat een nummertje, precies als twintig jaar geleden, vijftig gulden kost, zonder inflatiecorrectie.



‘ILLEGALE CIRCUITS bestaan al eeuwen’, zegt Petra Urban, kunstenares te Groningen en voorzitter van de belangenvereniging De Rode Draad. ‘Ik moet nog zien dat ze verdwijnen.’ Neem nu Groningen, haar eigen woonplaats. De gemeente nam alvast een voorschot op de opheffing van het bordeelverbod en begon met strenge controles op illegale vrouwen. Een grote uittocht volgde. ‘Alle ramen leeg!’ paniekte De Gezinsbode. Dat was vorig jaar. Een gang langs de ramen in de Aa-buurt doet vermoeden dat Groningen al voor de officiële afschaffing van het bordeelverbod terug is bij een gedoogbeleid. In onvoorstelbaar ranzige kamertjes zitten louter buitenlandse vrouwen. In Groningen heeft de regulering gefaald.


‘Het grote uitbezemen is begonnen’, zegt directeur Hans Scholtes van de De Graafstichting, het wetenschappelijk instituut voor prostitutievraagstukken. ‘Het gedogen had in Nederland bijna een geformaliseerde status gekregen; buitenlandse vrouwen kregen stempels in hun paspoort en konden hier dan drie maanden werken. Nu vindt er een enorme uittocht plaats.’


Die exodus is te zien in Amsterdam, de eerste stad die, vooruitlopend op de opheffing van het bordeelverbod, begon met een restrictief beleid. Drie jaar geleden werden de Tolsteeg en de Molensteeg door de politie afgezet en alle illegale hoeren afgevoerd. Met strenge sancties — sluiting! — tegen de clubeigenaars en raamexploitanten heeft de gemeente sindsdien illegalen uit de te legaliseren circuits weten te weren. Dus lopen achter het Centraal Station de Oost-Europese meiden en jongens rond die tot voor kort in de clubs hun geld verdienden. De Amsterdamse officier van justitie R. Vorrink trok een half jaar geleden aan de bel. De officier constateerde dat een aantal vrouwen ‘weglekt’ van de voortaan strikt gecontroleerde clubs en ramen. ‘De angst bestaat dat slachtoffers van mensenhandel verdwijnen in circuits die ongrijpbaar zijn voor politie en justitie.’ Voor buitenlandse vrouwen werkt de opheffing van het bordeelverbod averechts. Ze verdwijnen. Inmiddels heeft de opkomst van de prepaid gsm een heel nieuw circuit van prostitutie doen ontstaan.


Maar vorige week is de Amsterdamse methode — geen illegalen en identificatie van alle prostituees — onderuitgehaald door een uitspraak van de Raad van State. De identificatieplicht is onwettig, stelt ’s lands hoogste rechtscollege. Amsterdam was hét grote voorbeeld voor het vergunningensysteem dat alle gemeenten moeten opstellen. Het door de overheid uitgedachte beheerssysteem wankelt al voordat het ingevoerd is.


Maar pragmatische oplossingen die voldeden, sneuvelen op de nieuwe wetgeving. ‘Het gedoogbeleid is ook voorbij in Twente’, zegt Henk Gerritsen van het regiokorps van de politie. ‘Hier hadden we een aantal jaren een stroom Braziliaanse vrouwen. Die gaven we een stempeltje in hun paspoort zodat ze voor drie maanden konden werken. De tickets werden door ons bewaard en omgeboekt naar Schiphol, zodat we controle konden uitoefenen. Na drie maanden vertrokken de vrouwen dan weer en kwam er een andere groep’. Het Twentse model voldoet niet aan de nieuwe beheersdrift en is buiten werking gesteld.


De afschaffing van het bordeelverbod zal op deze manier niet werken, denkt Scholtes van de De Graaf Stichting. ‘Het illegalenprobleem in de prostitutie is echt een Europees probleem. Water spoelt altijd naar het laagste punt, armoe stroomt naar rijk toe. Wij als maatschappij hebben gewoon jaren lang de andere kant opgekeken. De hele situatie van de illegale prostituees moet beter worden aangepakt. Je kunt niet ineens roepen: vanaf nu mag het niet meer. In Groningen en in Alkmaar is even grote schoonmaak gehouden, zonder maar een enkel resultaat.’


‘Het gaat om de vraag: zijn die vrouwen zielige illegalen die je beschermen moet, of zijn het volwassen vrijwilligsters?’ zegt Urban. En ze worstelt met de vraag. ‘Ik denk dat als prostitutie een normale bedrijfstak wordt, de zaken normaal gereguleerd moeten worden. Maar persoonlijk vind ik dat iedereen die dat wil, moet kunnen werken.’ Vooralsnog, denkt Urban, heeft de opheffing van het bordeelverbod voor de hoeren weinig voordelen. ‘De positie van de bordeeleigenaar verbetert, de positie van de vrouwen verbetert daarentegen niet automatisch. Prostitutie op zichzelf was nooit verboden; de pooier die lager werd aangeslagen dan de spreekwoordelijke tweedehandsautohandelaar krijgt nu een legale positie. Prostitutie heeft een lage maatschappelijke status en de opheffing van het bordeelverbod maakt die niet hoger.


Veel vrouwen interesseert de wettige status ook niet. Ze zijn erg gewend zelf hun problemen op te lossen. De meesten leiden een dubbelleven en dat gaat heel ver: kinderen die niet van hun moeder weten dat ze in het vak zit, mannen die het niet van hun vrouwen weten. Prostituees veranderen van kleur. Prostitutie wordt nooit een normaal beroep. En het is gevaarlijk te doen alsof het wel een negen tot vijf baan is.’



‘IK GA JE EVEN een bonnetje meegeven, want als je straks belasting betaalt, kun je dit opvoeren.’ Mariska Majoor pakt een handboek in en schrijft een btw-bon. Het Prostitutie Informatie Centrum van Majoor ligt aan de voet van de Oude Kerk midden op de Amsterdamse wallen. Een jonge prostituee is helemaal uit Den Haag gekomen om informatie. Die informatie is er nauwelijks, dus schreef Majoor vorig jaar zelf dan maar het boekje Als sex werken wordt. Het staat vol handige tips en checklists — ‘Wanneer gaat je vriendje op een pooier lijken’; ‘10 redenen om het wel/niet te doen.’ De laatste weken wordt Majoor overstelpt met vragen. Er heerst onrust in het vak. Rotterdam heeft twee clubs met illegale prostituees gesloten. Het Amsterdamse beleid is onderuitgehaald, panta rhei.


Majoor is voorstander van afschaffing van het bordeelverbod ‘omdat het een logische stap is’, maar blijft sceptisch. ‘Het beleid is erg dubbel. De prostitutie wordt in het felle licht gezet om te decriminaliseren, maar de meeste prostitutiebedrijven die het goed willen doen, voldoen al lang aan de nieuwe eisen wat betreft de handdoeken en de zeepjes. Overheid en bordeelhouders roepen zo makkelijk dat regulering in het voordeel is van de prostituees, maar als je in de praktijk kijkt, hebben ze andere prioriteiten.’


‘De afschaffing van het bordeelverbod’, zegt ook Petra Urban, ‘zal de werkomstandigheden van de vrouwen niet verbeteren. Het beleidsconcept van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten rept amper over positieverbetering van jongens en meiden en beperkt zich tot zaken als brandveiligheid. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat de regulering de hoer meer met de lasten dan met de lusten bedeelt. Ze worden beter geïnformeerd over hun plichten dan over hun rechten.’


Veel rechten komen er dan ook niet bij; de opheffing van het bordeelverbod beoogt hoofdzakelijk een einde te maken aan mensenhandel en het weren van illegale prostituees. En in het kielzog van de op handen zijnde pacificering worden belastingdiensten, politie en welzijnswerkers collectief wakker. ‘Iedereen heeft er de laatste tijd de mond vol van: prostitutie is een gewoon beroep. Maar prostitutie wordt nooit een normaal beroep’, zegt Mariska Majoor. Maar de belastingdienst doet alsof dat wel zo is. ‘De belastingdienst is de grootste pooier van Nederland. Ze doen invallen en er ontstaat paniek. Ik ben niet tegen het betalen van belasting — hoeren betalen belasting sinds de jaren vijftig — maar je moet rekening houden met de gevoeligheid van het onderwerp.’


De twintig belastinginspecteurs, zo luidt de klacht van hoeren in heel Nederland, volgen een willekeurig beleid. In Groningen, vertelt Urban, hebben sociale dienst, politie en belasting de gegevens van prostituees uitgewisseld. ‘En dat is tegen de wet. De afschaffing van artikel 250-bis leidt tot een nieuwe status van de bordelen, maar hoe gemeenten en belastingdienst daarop inspelen is abracadabra. De belastingdienst stelt hier dat hoeren zelfstandige ondernemers zijn, terwijl ze volgens een andere inspecteur juist in loondienst zijn. Dat laatste overigens zonder enige vorm van garantieloon.’


De sekshop in de winkelstraat in Apeldoorn heeft een discreet achterom. Het bordeel is zo groot als een huiskamer. Kim en Simone werken al een aantal jaren in een bordeel zoals dat de overheid voor ogen staat. Met de klant spreken ze een bedrag af voor te leveren diensten en aan ‘relaxexploitant’ André van Dorst betalen ze een vaste zestig gulden voor kamerhuur. De hoer als kleine zelfstandige. Cleane, heldere verhoudingen; alcohol wordt aan de bar niet geschonken.


Kim, korte rok, kanten bloesje, zit veertien jaar in het vak. Ze is boos. ‘Iedereen roept in paniek: ik stop per 1 oktober. We horen dat we geregistreerd zullen worden. Maar door wie, en waar komt die informatie terecht? Geen foldertje, geen papiertje is van overheidswege naar ons gestuurd. We weten niks en dat beangstigt me.’


Simone knikt constant instemmend. In Arnhem, weten ze, heeft de politie laatst alle hoeren ‘vrijwillig’ op de foto gezet. ‘Daar heeft de Registratiekamer het veto over uitgesproken’, zegt Kim. Ze probeert zo goed en zo kwaad als het gaat zelf de ontwikkelingen in de gaten te houden. ‘Als ik in mijn eigen omgeving kijk, dan heb ik de indruk dat veel vrouwen er per 1 oktober uit willen stappen. Het veilige wereldje waarin je nu zit, waarin niemand het weet, verdwijnt. Je brengt straks het werk mee naar buiten toe.’ ‘Dat valt toch wel mee’, sust relaxexploitant Van Dorst. ‘Je wordt geregistreerd door de politie, André!’ zegt Kim. Ze zegt het met klem. ‘Door al het geouwehoer zijn veel vrouwen weggebleven’, vat Simone samen. ‘Niemand weet dat ik hier werk. Het is bedreigend.’


Kim is trots op haar beroep. ‘Wat ik doe, dat doe ik goed.’ Maar of de nieuwe openheid in haar voordeel zal zijn, betwijfelt ze. ‘Ik heb het met André gehad over een boekhouder, over btw, en hij heeft me alle mogelijkheden uitgelegd. Qua belasting, zo hebben we uitgerekend, is het allemaal wel te doen. In principe is het allemaal zwart geld waarmee je aankomt, maar ik ben graag bereid belasting te betalen zodat ik ooit eens een huis kan kopen of een arbeidsongeschiktheidsverzekering kan nemen. Nee, het zijn andere dingen waar ik tegenop zie. Naar de belastingdienst gaan als zzp’er, zelfstandige zonder personeel. Wat moet je daar dan zeggen tegen zo’n man? Ik ben een hoer?’


‘Er is nog nooit een prostituee opgestaan die zei: “Hé, waarom wordt ons niets gevraagd?” ’ zegt Kim. ‘Je wordt straks in het diepe gegooid en dat steekt heel erg. Terwijl het over ons, prostituees, gaat, zijn wij de allerlaatsten die in het beleid betrokken worden.’ Bij De Rode Draad heeft ze een informatiepakket aangevraagd over de nieuwe bordeelwet. Ze kreeg weken later een ‘clubblad zonder enige relevante informatie’. Verontwaardigd: ‘De Rode Draad is er toch voor ons, is toch ónze vertegenwoordiging?! De enige die voorlichting geeft is Mariska Majoor; zeg haar als je haar nog ziet, hoe geweldig blij ik ben met haar boekje, wil je?’ Als er ooit een vakbond van de grond komt, zegt Kim, meldt ze zich aan als regionaal vertegenwoordiger.


‘Waarom is het hoeren nooit gelukt zich te organiseren? Ik weet het niet. Een jaar of vijf geleden hebben we het bijltje erbij neergelegd; het lukt toch niet.’ Pascale Geerts bestiert in haar eentje de infolijn van De Rode Draad. Twee andere medewerkers zijn zojuist ontslagen. Reorganisatie. Maar het is nu of nooit. De Rode Draad moet zich van een slapend adviesclubje omvormen tot een belangenvereniging van prostituees. ‘In principe willen wij er zijn voor alle prostituees’, zegt Geerts. Al zijn er de laatste jaren helemaal geen contacten met jongensgroepen, zegt ze, ‘dat gaat in golven’.


‘De Rode Draad heeft amper bestaansrecht’, reageert Margot Alvarez van FNV Bondgenoten. ‘De organisatie verdient de naam niet meer die ze had.’ Tien jaar geleden stond Alvarez aan de wieg van De Rode Draad. ‘Het ziet ernaar uit dat er nu geen hoer meer rondloopt.’


Alvarez, ooit zelf prostituee, ziet weinig mogelijkheden voor de FNV. ‘Individueel kunnen hoeren zich sinds kort bij ons aanmelden als zzp’er. Specifiek voor de doelgroep vrees ik niets te kunnen doen; het prostitutiebeleid is een politieke strijd geworden waar vrouwenhandel en vreemdelingenwet dwars doorheen lopen. De FNV bezit niet de deskundigheid zich hierin te mengen. De overheid heeft met het opheffen van het gedoogbeleid een prostitutie geschapen waar ik me als Nederlander voor doodschaam.’



EEN SJOFELE, wat dikkige jongen golft een tijdlang dagelijks naar de redactie van De Groene Amsterdammer. Doelloos, ongericht, op zoek naar publiciteit. Op een dag heeft hij een blauw oog. Waarom wordt niet duidelijk. De jongen is een ex-prostitué en voorzitter en tevens enig lid van Stichting Welp. Stichting Welp wilde ooit de mannelijke hoeren verenigen en, zo verluidt, verheffen. Een initiatief dat om de vijf jaar opduikt en weer sneeft.


Zo bestaat er op dit moment het Jonathanproject, een empowerment-achtige inloop voor mannelijke hoeren en biedt een statig huis aan de Stadhouderskade inloop aan Oost-Europese jongens. Vanuit de kelders van het Streetcornerwork en het Jonathanproject kwam eind vorig jaar dan ook de kleine mediahype rond Frank Leenders. Leenders stal de show met zijn pleidooi voor een belangenvereniging voor de naar schatting drieduizend mannelijke hoeren. Gretig onderstreepte hij in de media de noodzaak van een peeshotel en onderdak. Ook de mannelijke hoeren krijgen met het nieuwe en aangescherpte beleid te maken, maar klagen vanouds dat ze niet bij de vrouwelijke mainstream terecht kunnen.


‘Er heeft binnen De Rode Draad altijd een soort richtingenstrijd bestaan omtrent de vraag: wie is de goede hoer?’ bevestigt Wim Zuilhof van de SAD Schorerstichting. ‘Bij vrouwen is prostitutie vaker een keuze, een job. Een groot deel van de jongens rolt in een leven waarin prostitutieachtige activiteiten deel zijn van de strijd om te overleven. Die zweem rond professionaliteit maakt dat jongens nooit echt onderdak hebben kunnen vinden bij dergelijke organisaties. Ik wil er geen kneuzenbak van maken, maar als je het puur als vak bekijkt is prostitutie een heftig beroep. Je loopt zware risico’s voor je vege lijf en daarbij zijn het gewoon jonge mensen.’


Essentiële basisvoorwaarden voor jongens zijn weggereguleerd. ‘Peeskamers, ik wou heel graag dat die er weer waren. Dat biedt de jongens kansen. Gemeenten en rijksoverheid zien jongensprostitutie vaak eerder als een probleem dan als een fenomeen. Een fenomeen waarop je beleid schept en basisvoorwaarden.’ Die basisvoorwaarden zijn nog ver weg. ‘De Rode Draad is bezig te onderzoeken waaraan behoefte is’, zegt Petra Urban. In de afgelopen tien jaar is het De Rode Draad niet gelukt hoeren in een vakbond te organiseren. Maar het tij keert. Rationalisering en normalisering in de prostitutie dwingen tot het spreken met één mond. De vraag om voorlichting is enorm, evenals de roep om individuele belangenbehartiging. Het roer moet om, zegt Urban, zeker nu de subsidie per 2002 wordt opgeheven. ‘De Rode Draad gaat niet een vakbond beginnen omdat ze het zo verschrikkelijk goed doet’, zegt Urban met gevoel voor understatement. ‘Er is ons een target overgebleven; een vakbond. Op een gegeven moment gaan we een pakket aanbieden. We moeten ons belangrijk maken.’


Maar het ontbreekt vooral aan elementaire voorlichting. ‘Voor alles is een boek’, zegt Mariska Majoor, ‘behalve voor het vak van hoer.’ Ze schrijft op dit ogenblik aan een belastingfolder. ‘Je wordt in het diepe gegooid en als je geluk hebt zwem je. Hoeren hebben nauwelijks contact met elkaar, praten niet over het vak. Toen ik in de prostitutie zat mochten we niet met elkaar praten over het werk. Tegelijkertijd ben je heel kwetsbaar, omdat het draait om seks. Seksualiteit staat heel dicht bij de mens. Het maakt het beest in je los. Een gevoelig punt bij prostituees is bijvoorbeeld dat je niet mag klaarkomen. Een constant inhouden, verbergen; je mag je niet overgeven aan klanten. Je hebt een werknaam aangenomen, je vrienden weten het niet. Het grootste probleem is hoe de prostituee zichzelf ziet en hoe de buitenwereld op je reageert.’



DE OMARMING van welzijnswerk en regulering werkt verstikkend. ‘Ik denk er geen seconde over om mijn vrijheid op te geven’, roept Speedy blijmoedig en hij snelt opgetogen verder. ‘Je jaagt een hoop goeie mensen de straat op met de nieuwe wetgeving’, zegt een andere jongen met meer tristesse.


Frank Leenders is na drie maanden actievoeren verbitterd, gejaagd en geagiteerd. ‘We zijn op dit moment terug bij af. Er zijn vijf jongens die verder willen met Jonathan. Twee die zich met de oprichting van een belangenvereniging willen bezighouden. God, hoe heet die gozer ook al weer? De namen weet ik niet.’


Het is een los bondgenootschap. De wethouder in Amsterdam heeft er nog steeds niet op gereageerd. De instellingen op het gebied van homoseksualiteit en prostitutie bewijzen Leenders slechts lippendienst. Met ingang van deze week heeft hij alle gesprekken gestaakt. ‘Ik voel me enorm beledigd, door iedereen. Misbruikt’, zegt hij. Hij spreekt van nu af aan alleen nog maar met journalisten. Hij heeft een brief gemaakt met concrete eisen, maar die heeft hij niet bij zich. Hoe kan het ook; hij heeft geen onderdak. Het is de schuld van iedereen. Zoals zoveel belangenbehartigers: prostitutie bedrijft hij niet meer, hij heeft inmiddels een uitkering.


Aan de andere kant van de stad, in het statige pand op de Stadhouderskade, komen op dezelfde avond Roemeense, Poolse en Duitse hoerenjongens bij elkaar. Broodjes worden gesmeerd, gratis condooms liggen op de balie. George Todea van Amoc heeft totaal geen moeite zijn doelgroep te bereiken. ‘Mensen van buiten denken altijd dat hoerenjongens een moeilijke en gevaarlijke groep zijn, maar ik ken de taboes.’


De Roemeen Todea met zijn gebruikersruimte, tijdelijke slaapplaatsen, foldertjes en broodjes doet wat Mariska Majoor doet op de wallen: basale informatie geven. En dat is meer dan de meesten doen. Trots haalt Todea de veeltalige travel guide te voorschijn van het European Network Male Prostitution. Volgende maand zal het boekje feestelijk gepresenteerd worden. Per land vertelt deze Baedeker waar je kunt afwerken, condooms kunt krijgen en hoe liberaal het plaatselijk klimaat is. Symbooltjes als in een campinggids geven de mannelijke hoer in een oogopslag bruikbare informatie om de eigen weg te bepalen.


Ondanks alle Nederlandse problemen is de positie van de hoer in Europa dan toch nog veranderd. Op de titelpagina prijkt vrijmoedig het logo van de Europese Unie. ‘With financial support from the European Commission’ staat eronder.