Hoet

‘People like Jan Hoet do not exist anymore. Jan belonged to a rare art tribe with a unique, intuitive vision that opened new territories and horizons.’ Aldus Marina Abramovic in Artforum kort na het overlijden van Hoet in februari van dit jaar.

Medium kunst

Bijna een jaar later blijkt zijn legendarische energie nog niet uitgewerkt. Voor het museum Mu.ZEE in Oostende werkte hij kort voor zijn dood aan een groot overzicht van kunstwerken die iets met de zee van doen hadden. Hoets schets is door de directeur daar, Phillip Van den Bossche, uitgewerkt tot een werkelijk enorme tentoonstelling, met werken deels geselecteerd op basis van het thema, deels omdat kunstenaars ze zelf aandroegen als ‘salut d’honneur’ aan Hoet, en aan de zee dus, die in Oostende nooit ver weg is.

Mu.ZEE is gevestigd in een voormalig warenhuis (‘Spaarzaamheid Economie Oostende’), een modernistisch gebouw uit 1947 met een opeenvolging van nogal ongelijksoortige, onhandige ruimtes, weinig licht, rare hoeken en trappen – je raakt er snel de draad kwijt, en dat is in het geval van De zee een nadeel.

Hoet was een overrompelend actieve curator, vrijmoedig en humoristisch; de tentoonstelling is een echte Hoet-tentoonstelling in de zin dat er veel te veel werk hangt, alles door elkaar, meesterwerken en winkeldochters. Het verhaal begint met La Vague van Courbet, volgens de samenstellers ‘een crisismoment’ in de kunstgeschiedenis, zijnde een zeegezicht met, voor het eerst, geen verhalend element. Het is mooi dat daar een curieus werk van Turner uit 1827 bij hangt, en Mer Montée van Thierry De Cordier, een grijze muur van koud zeewater; het is ook mooi om een zeegezicht van Ensor tegenover die Turner te zien. Maar u moet ook de strijd aan met een zeegezicht van Louis Artan, twee van Jean Brusselmans, een Cézanne én een Jongkind én twee Marissen én een Chagall én een Daubigny én een Denis én een Toorop, en dan heeft u nog niet een twintigste van de tentoonstelling achter de rug: er zijn een kleine driehonderd werken te zien, en dan worden er ook nog her en der in de stad getoond, een grote Bill Viola in een dode bioscoop, een enorme foto van Rodney Graham in gebouw De Grote Post, bijvoorbeeld. Het is of er bij elke grote naam van de laatste 150 jaar gegoogeld is op ‘zeegezicht’ en/of ‘Oostende’, en dus is er ook een Lichtenstein (met zeemeeuwen), een Ruscha (met een driemaster), een Picabia (zeilboot), enzovoort. Had men de helft van de werken thuisgelaten, het was een heerlijk drukke tentoonstelling geweest.

En toch: het is een ontroerend evenement, een waar saluut. Abramovic had geen ongelijk: Hoet was een curator die nog dorst te vertrouwen op zijn onstuimige intuïtie, die bij elkaar hing wat hem goed docht en hemel en aarde bewoog om daar ook nog een Turner of een Courbet bij te lenen. Omdat het per se moest. Kom daar maar eens om.


De zee, Mu.ZEE en diverse locaties in Oostende, t/m 19 april 2015.


Beeld: Gustave Courbet, La Vague_, 1869. De zee in MuZee (SABAM Belgium 2014)._