Over de grens

Hoeveel begrenzing verdraagt de EU?

Naar aanleiding van de Maand van de Filosofie, met als thema ‘Over de grens’, op de volgende pagina’s een kleine special over grenzen. Van migratiedenker Ayhan Kaya tot onze innerlijke grenzen tot kosmopoliet Stefan Zweig. Eerst: Heeft de Europese Unie te maken met een vluchtelingencrisis, of hebben de vluchtelingen te maken met een Europese crisis? Fort Europa is volledig verstrikt geraakt in zijn eigen tegenstrijdigheden. De zeven paradoxen van het EU-grensbeleid

Medium vluchtelingen 20griekenland 298

We leven in interessante tijden, schijnt Robert Kennedy gezegd te hebben vlak voordat hij op 5 juni 1968 werd vermoord. Destijds werden de Verenigde Staten verscheurd door heftige debatten over de positie van de ‘zwarte bevolking’. In het heetst van de strijd liepen protesten van de Burgerrechtenbeweging tegen discriminatie en politiegeweld volledig uit de hand en werden complete binnensteden in de as gelegd. Zo erg is het vandaag de dag in Nederland en andere Europese landen niet, maar interessante tijden zijn het zeker. De discussie gaat nu niet zozeer om de achterstelling van minderheden, maar om vluchtelingen die hopen een nieuw bestaan in Europa op te kunnen bouwen. Het sterk gepolariseerde debat daarover ontvlamde in 2015 en kwam vanaf de zomer, toen de aantallen asielzoekers snel stegen, in een stroomversnelling.

Wat begon als een op het oog beheersbaar fenomeen dat zich in de geschiedenis van Europa en elders wel vaker heeft voorgedaan, namelijk het opvangen van burgers in ernstige nood die in de Europese Unie een veilige plek proberen te vinden, is inmiddels ontaard in een van de ernstigste politieke crises in het bestaan van de EU.

Het huidige debat over vluchtelingen vertoont belangrijke kenmerken van het klassieke janusgezicht van de grens. Aan de ene kant, wat met Nietzsche omschreven kan worden als het dionysische gezicht, is er een verlangen naar openheid, grensoverschrijdende interactie en uitwisseling. Het is het gezicht van de grens dat vluchtelingen en migranten van harte welkom heet. Of waar vrijwilligers klaarstaan om vluchtelingen op te vangen. Het dionysische verlangen manifesteert zich ook in onze eigen reizen en vakanties, of in het kopen van producten van overal vandaan en onze behoefte aan internet en sociale media waarin we geografisch niet beperkt willen worden. Nationale grenzen zijn dan vooral een hindernis of worden als archaïsch beschouwd. In zijn meest extreme vorm zou het verlangen naar ontgrenzing kunnen uitmonden in wat de filosofen Gilles Deleuze en Félix Guattari omschrijven als een schizoïde toestand. Dan is het contact met de sociale ordening en realiteit verloren. En is elke ordening taboe.

De andere kant van het janusgezicht symboliseert wat Nietzsche omschrijft als het apollinische verlangen. Een zucht naar ordening, geometrie en afbakening. De keerzijde van het ideaal van ordening is de angst voor vreemdelingen en de neiging wat wordt gezien als het eigen volk te beschermen. In extreme vorm ontaardt dit verlangen naar ordening en begrenzing in een paranoïde toestand waarin uiteindelijk elk vreemd element taboe is.

Meer dan als een dichotomie moet het janusgezicht van de grens als een continuüm worden gezien. De extreme kanten, een schizoïde of paranoïde toestand, zijn zelden doel of gevolg van grensbeleid. Maar het is wel duidelijk dat de Europese Unie zich momenteel waar het gaat om de mobiliteit van migranten en vluchtelingen meer in het apollinische dan in het dionysische spectrum bevindt, waarbij sommige Europese politici zelfs doorslaan in absolute morele paniek over de komst van de vluchtelingen.

Die paniek en de daarmee gepaard gaande verharding in de bejegening van migranten ondermijnen onbedoeld het gevoel van veiligheid en zekerheid van de eigen burgers. Het beleid werkt zichzelf dus tegen, het is op meerdere manieren innerlijk tegenstrijdig. We noemen de zeven belangrijkste paradoxen van het huidige grensbeleid.

Medium boot 20met 20vluchtelingen 20komt 20aan 20in 20lesvos 2

Paradox 1: Grenzen houden geen migranten tegen

Waar binnen de Europese Unie vrijheid van beweging de norm is, geldt dat niet voor degenen die van buiten de unie hun heil of brood in de EU-landen zoeken. Voor hen gelden andere regels. Alleen als je uit een select aantal landen komt, de positieve Schengenlijst, dan wel hoog bent opgeleid en in trek bij een werkgever, maak je kans op een verblijfs- en werkvergunning. Anderen mogen zonder visum niet eens als toerist naar bijvoorbeeld Schiphol of Heathrow vliegen. Het recht op mobiliteit is daarmee mondiaal zeer ongelijk verdeeld: de harde grenzen zijn van papier.

Artikel 1 van de mensenrechten geeft aan dat alle mensen vrij en gelijk worden geboren. Maar in de praktijk is dat maar zeer ten dele het geval. Want de loterij van de geboorte, in welke natie je geboren wordt, bepaalt voor de rest van het leven de mogelijkheid om de wereld te bereizen. Het huidige visumbeleid heeft daarmee wel iets weg van een feodale standenmaatschappij: simpelweg omdat sommigen zijn geboren in een bepaald land hebben ze meer rechten dan anderen. De Europese Unie werkt hard mee aan de bestendiging daarvan. En dat alles vanuit de idee dat deze wereldordening rust, vrede en comfort geeft.

Maar dat is schijn. Grenzen kunnen fysiek niet hermetisch afgesloten worden, zelfs als we dat zouden willen. Hekken en muren zijn zachter dan papier. Ook in de Verenigde Staten houden hekken en geavanceerde detectoren migranten niet tegen. Momenteel leven en werken er naar schatting van het ministerie van Homeland Security zo’n elf miljoen irreguliere migranten in de Verenigde Staten, 3,5 procent van de totale bevolking. Voor de EU zou je moeten denken aan een hek van 13.000 kilometer landsgrens en 65.000 kilometer maritieme grens. Maar dan nog zal het niet lukken, tenzij we overgaan tot rigoureuze maatregelen, zoals het neerschieten van migranten, nog niet zo lang geleden de praktijk aan de oostkant van het IJzeren Gordijn.

Het gevolg van het discriminerende visumbeleid is dat migratie in plaats van regulier in belangrijke mate irregulier wordt. Burgers die willen vluchten, en geen visum krijgen omdat ze in het verkeerde land zijn geboren, zien zich op weg naar veiligheid genoodzaakt steeds gevaarlijker irreguliere routes te nemen. Een door de EU zelf in het leven geroepen macabere survival of the fittest, waarin een afsluiting op de ene plek zal leiden tot het vinden van een mogelijkheid elders, het waterbedeffect. Het is een beleid met gruwelijke gevolgen. Sinds de selectieve sluiting van de gemeenschappelijke buitengrenzen zijn tienduizenden mensen gestorven op weg naar de EU. Wereldwijd is de grens van de Europese Unie inmiddels de dodelijkste op aarde.

Paradox 2: Grenscontroles financieren de smokkel die ze willen bestrijden

Door de weigering om aan migranten uit een groot aantal landen in de wereld visa te verstrekken, wordt de beter te beheersen reguliere weg afgesloten. Dat maakt de migranten afhankelijk van ondernemers die zich hebben gespecialiseerd in het vinden van gaten in Fort Europa, doorgaans aangeduid als mensensmokkelaars. Zij profiteren paradoxaal genoeg van een businessmodel dat rechtstreeks voortvloeit uit het strenge grensbeleid. Hoe meer grensbewaking, hoe groter de vraag naar alternatieve routes en des te hoger de smokkelprijs.

Het wrange van dit model is dat de organisatie van asielzoekers, maar ook die van arbeidsmigratie naar de Europese Unie, in feite in handen is gegeven van smokkelaars. Door de grens op deze manier gesloten te houden heeft de unie haar eigen speelveld en zeggenschap verkleind. Volgens de Migrant Files hebben vluchtelingen sinds 2000 meer dan vijftien miljard euro betaald aan smokkelaars, zoals Irene van der Linde in juni vorig jaar in De Groene heeft laten zien. De één miljard die de EU jaarlijks betaalt aan grenscontrole houdt gelijke pas met wat er door irreguliere migranten betaald wordt aan smokkelaars. Anders gesteld: de paradox ontstaat dat de grensindustrie van de Europese Unie de facto de smokkelindustrie financiert.

Paradox 3: Asielzoekers kunnen alleen via een non-reguliere weg in een reguliere asielprocedure komen

De EU-lidstaten zijn mede-ondertekenaars van het Vluchtelingenverdrag en daarmee zijn vluchtelingen de iure verzekerd van het recht om asiel aan te vragen. Maar het recht hebben en het recht kunnen uitoefenen zijn twee verschillende dingen. Want dit wettelijk vastgelegde recht op asiel, in het leven geroepen voor mensen in nood, is door de EU zelf intussen vrijwel onbereikbaar gemaakt. De vluchtelingen worden op weg naar een reguliere status geconfronteerd met een beleid van tegenhouden, afschrikken, doorgeleiden naar de buren of teruggeduwd worden. Oftewel, voor veel vluchtelingen kan alleen via een irreguliere weg een reguliere status worden verkregen. Daarmee wordt de facto het Vluchtelingenverdrag geweld aangedaan. Eenmaal veilig aangekomen via een non-reguliere weg krijgen ze, zeker als ze oorlogsvluchtelingen zijn, in de meeste gevallen een reguliere status als vluchteling.

Maar zelfs dat is nu niet zeker meer na de EU-Turkije-deal. Syriërs die zonder visum, en dus noodgedwongen irregulier, vluchten naar Griekenland worden naar het onveilige Turkije teruggestuurd. Om een onzekere toekomst tegemoet te gaan in een land dat geen asielsysteem heeft voor niet-EU-burgers, mensenrechten en persvrijheid schendt en bovendien al twee keer zo veel vluchtelingen opvangt als de hele EU samen. Niet-Syriërs wacht een zo mogelijk nog precairdere toekomst. Afgezien van deze ernstige morele en juridische implicaties zal de deal bovendien alleen maar leiden tot nieuwe, nog gevaarlijker routes, want grenzen houden geen migranten tegen (paradox 1), tot hogere smokkelprijzen (paradox 2) en meer doden.

Paradox 4: De huidige grenscontroles wakkeren de vrees en fobie juist aan

Als gevolg van de toegenomen irregulariteit van migratie naar de EU beheersen beelden van ontelbare migranten, rubberbootjes en aangespoelde lijken op de kusten van Zuid-Europa al jarenlang de media. Het is daardoor moeilijk je als kijker te onttrekken aan de indruk dat de EU te maken heeft met onbeheersbare aantallen. Behalve voor gevoelens van compassie en empathie zorgt de toename van het aantal mensen dat vanuit het Midden-Oosten en Afrika de Europese Unie probeert te bereiken dan ook voor angst en onzekerheid. Illustratief voor dat gevoel is de watertaal die daarbij wordt gebruikt zoals ‘stromen’, ‘overspoelen’, en zelfs ‘tsunami’ en als reactie daarop, ‘dijken opwerpen’, ‘indammen’, ‘stromen laten opdrogen’. Ook oorlogstaal, zoals ‘invasie’, ‘vechten’, ‘bewaken’, ‘bestrijden’, vernietigen’, is alom aanwezig, alsof om het een oorlog gaat, terwijl het gaat over migranten en vluchtelingen.

De angsten staan inmiddels een normaal debat over migratie in de weg. Migratie, verhuizing van plek A naar plek B, is een zaak van arbeid, studie, familie, liefde of avontuur, en is als zodanig een normaal onderdeel van een internationale samenleving. Intern in de Europese Unie wordt migratie zelfs sterk gestimuleerd uit het oogpunt van meer economische groei en culturele uitwisseling. Maar extern wordt een beleid gehanteerd dat daar haaks op staat, dan is voor velen vaak de asielroute de enige weg naar legale migratie naar de EU. Met het ontbreken van een extern Europees migratiebeleid waarin er meer mogelijkheden zijn voor legale migratie schiet de EU zichzelf in de voet, want dat lokt irreguliere migratie uit. En zolang er conflicten zijn zullen er vluchtelingen zijn. Daar kun je op anticiperen en dat dien je ook te doen. Ook daarbij past een meer nuchtere en actiegerichte reactie. En het kijken naar de werkelijke cijfers. Het huidige aantal Syriërs in de EU is beduidend minder dan één procent van de EU-bevolking, daar valt de EU bij normaal beleid heus niet van om.

De angst regeert in het migratiebeleid, en paradoxaal genoeg juist als gevolg van de extreme drang naar afgrenzing en ordening. Een grenzeloos verlangen naar zekerheid leidt juist tot meer onzekerheid en paranoia, en zo ontstaat wat de filosoof Peter Sloterdijk omschrijft als fobiecratie. En als een samenleving wordt bevangen door vrees bestaat het risico dat politici, uit angst voor het eigen electoraat, doorslaan naar steeds hardere middelen om het doel te heiligen. De fobiecratie voedt daarmee haar eigen vrees voor heimelijkheid en overlast. Aldus ontstaat een neerwaartse spiraal van vrees en verlangen naar hard beleid. Waarin, hoe pijnlijk ironisch, vluchtelingen worden afgeschrikt en weggejaagd om de eigen vrees voor hun komst onder controle te krijgen. Het gevolg is dat het beleid het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen zelf onderuit haalt, dat de polarisatie toeneemt en het geweld tegen vluchtelingen ook. Daarmee holt de grenspolitiek, bedoeld om de eigen waarden als solidariteit, de rechtsstaat en mensenrechten te beschermen, die waarden juist uit.

Paradox 5: De huidige opvang werkt contraproductief op de integratie

Uit angst voor een ‘aanzuigende werking’, ook al is die empirisch niet aangetoond, worden asielzoekers in vaak veel te groten getale geconcentreerd in ‘sobere maar humane’ afzonderingsruimtes als kampen, oude kazernes en kantoren. Zo segregeert de overheid doelbewust burgers uit andere landen die in de Europese Unie asiel aanvragen van de rest van de samenleving. Zij worden bij elkaar gezet in wachtruimtes, die meer weg hebben van terminals dan van woonruimtes. Tal van stads- en dorpsbewoners zagen in het afgelopen jaar in hun buurt ineens een wettelijke schemerzone ontstaan met talrijke, opeengepakte, tot nietsdoen veroordeelde burgers, die volledig afhankelijk worden gemaakt van verdeel-en-heerspolitiek, wachtlijsten en voortdurend veranderende procedures.

Segregatie is een klassieke populatiebeheersingspolitiek die efficiënt wil zijn, maar vaak averechts werkt voor zowel de participatie in en voorbereiding op de samenleving. En daardoor niet alleen ineffectief maar uiteindelijk ook niet efficiënt is. Bovendien lijdt het welzijn van de vluchtelingen eronder. Het leidt tot een gebrek aan privacy, stress, onderlinge pesterijen en verveling. Inmiddels is uit meerdere rapporten, zoals dat van de Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens, gebleken dat de opvang in veel gevallen nauwelijks humaan en in veel gevallen alleen maar sober is. De uitvalsverschijnselen veroorzaakt door de manier van opvang en het gevoel van uitsluiting werken negatief door op de integratie en participatie in de samenleving.

Paradox 6: Uitsluiting van migranten sluit migranten in

Degenen die het wel lukt (levend) de Europese Unie te bereiken en die niet als vluchteling worden erkend, zijn gedoemd in de irregulariteit te verdwijnen. Een deel daarvan vindt illegaal werk en neemt een onzeker bestaan op de koop toe. Bij anderen mislukt het migratieproject omdat emplooi vinden lastiger blijkt dan gedacht. Ook in dat geval is terugkeer vaak geen optie, aangezien het geleende geld en de grote risico’s die men heeft genomen om de EU binnen te komen een sta in de weg zijn.

Het paradoxale effect van het huidige restrictieve migratiebeleid is dus niet dat er geen mensen komen, maar dat er een beloning wordt gezet op niet meer weggaan. Voordat het Schengen-beleid werd ingesteld was het tamelijk eenvoudig de Europese Unie binnen te komen en – als er geen werk meer was – terug te keren: de zogenaamde circulaire migratie. Dat is economisch profijtelijk voor de EU, prettig voor migranten zelf, en het reduceert de fixatie op culturele integratie. Die permeabele grens gericht op circulaire migratie is met de door Schengen ontstane gemeenschappelijke buitengrens drastisch verstoord en in feite verdwenen.

Paradox 7: Grenscontroles die de welvaart moeten beschermen werken averechts

Het afhoudende beleid tegenover zowel arbeidsmigranten als vluchtelingen uit andere continenten, de meesten uit aanpalende regio’s, heeft als gevolg dat Nederland en de Europese Unie veel te weinig profiteren van de economische, sociale en culturele bijdrage die migranten kunnen bieden. Economische studies laten zien dat opener grenzen voor arbeidsverkeer juist meer welvaart brengen. Bijvoorbeeld omdat migranten werk doen waar de eigen bevolking geen trek in heeft, of omdat ze zelf banen en ondernemingen creëren. Bovendien zijn veel vluchtelingen redelijk tot hoog opgeleid, maar van hun menselijk kapitaal wordt nauwelijks gebruik gemaakt.

Zou je strikt willen redeneren vanuit welbegrepen eigenbelang – dus los van morele rechtvaardigheid, juridische verplichting of liefdadigheid – dan zou een vergrijzende Europese Unie migranten niet moeten weren, maar verwelkomen. Zonder immigratie zouden landen als Duitsland, Hongarije, Polen en Zweden al jaren demografisch krimpen. Het huidige migratiebeleid slaagt er daarmee niet in een duurzame toekomstvisie te ontwikkelen op de Europese arbeidsmarkt en daarmee op het in stand houden van de huidige welvaart.

***

De Europese Unie volhardt nu al meer dan twintig jaar in het hierboven beschreven paradoxale beleid. Men ziet de problemen wel, maar lijkt blind voor de gevolgen ervan. Dat een maatschappij grenzen nodig heeft, betwisten we niet. Onze kritiek richt zich op de beperkende en discriminatoire condities voor reguliere openheid. Maar alsof het alleen om weeffouten zou gaan, gaan politici door op de ooit ingeslagen weg. Inclusief een exponentieel gebruik van steeds stoerdere spierballentaal, die zichzelf almaar meer lijkt te overschreeuwen: ‘De grenzen dicht!’, ‘Geen moslim-vluchtelingen meer in ons land!’, ‘Het aantal vluchtelingen moet naar nul!’, ‘Versober de opvang nog verder!’, ‘Vernietig de smokkelboten!’ et cetera. Uit angst voor de eigen kiezer schuift ieder land de vluchtelingen als een hete aardappel door naar een ander land en de EU als geheel nu naar Turkije: een nimby-politiek waarin vluchtelingen de pionnen zijn op een geopolitiek schaakbord.

Angst voedt de angst en verdrijft de rechtvaardigheid, solidariteit en redelijkheid. Het is eigen volk eerst en eigen grens eerst. Het beleid wordt niet gewijzigd, maar gewoon voortgezet. Met nog meer inzet. En nog grover geschut. Een typisch geval van wat migratiejurist Thomas Spijkerboer al eens omschreef als een tunnelvisie. Waarbij de focus alleen maar gericht is op aantallen en op tegenhouden, doorschuiven of terugsturen. Het helpen oplossen van conflicten en oorlogen, het uitbreiden van de financiële hulp van de Verenigde Naties aan noodhulpmissies, het overnemen van vluchtelingen om de buurlanden te helpen of het verstrekken van humanitaire visa aan Syriërs, laat staan het aanpassen van het discriminatoire visumbeleid, blijven volledig buiten beeld. Kortom, het apollinische verlangen naar ordening, begrenzing en uitsluiting van de EU is zo dominant geworden dat het een helder zicht op het mislukken van dat beleid blokkeert. De vluchtelingencrisis was de druppel die de emmer deed overlopen. Maar dat ligt niet aan de druppel, maar aan de verrotte emmer.

Het huidige beleid gaat ten koste van de vluchtelingen die sterven aan onze poorten. En het gaat ten koste van de economie en handel en de samenwerking binnen de Europese Unie. Het opvangen van een hulpbehoevende groep van veel minder dan één procent van de totale bevolking scheurt inmiddels de hele Europese Unie uiteen. De verdeeldheid is zelfs zo groot dat een uiteenvallen van de unie ook door de Europese commissarissen Jean-Claude Juncker en Frans Timmermans en EU-president Donald Tusk niet langer voor onmogelijk wordt gehouden. De eigen vooruitgang wordt om zeep geholpen, wat je zou kunnen noemen: sEUcide. De EU had te maken met wat een vluchtelingencrisis is gaan heten. Inmiddels is het eerder andersom: de vluchtelingen hebben te maken met een Europese crisis. Meer dan de vraag hoeveel begrenzing de EU nodig heeft, is de vraag pertinent geworden hoeveel begrenzing de EU eigenlijk kan verdragen.


Henk van Houtum is hoofd van het Centre for Border Research van de Radboud Universiteit in Nijmegen en hoogleraar Interdisciplinary Border Studies aan University of Eastern Finland.

Leo Lucassen is directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam en hoogleraar Global Labour and Migration History aan de Universiteit van Leiden.

Dit essay is geschreven op basis van het boek dat binnenkort verschijnt van beide auteurs: Voorbij Fort Europa (Atlas Contact)