De twijfel van Bush’ vrienden

Hoeveel onwaarheden te gaan?

De casus belli voor de oorlog in Irak bestond uit een pak leugens. Dat concluderen een gerespecteerde Washingtonse denktank en de ‹Washington Post›. De Bush-regering bevestigt de conclusies impliciet door haar wapeninspecteurs uit Irak terug te halen.

NEW YORK — Vorige week donderdag publiceerde de Carnegie Endowment for International Peace de resultaten van een grondig onderzoek naar Iraks vermeende massavernietigingswapens (mvw’s). Het rapport concludeert dat Irak geen chemische, biologische of nucleaire wapens bezat en dat zijn productiecapaciteit om chemische wapens te maken tijdens de Golfoorlog en de daaropvolgende VN-inspecties werd vernietigd. Het stelt dat er geen aanwijzingen zijn van banden tussen Irak en al-Qaeda. Dat Irak op geen enkele wijze een «onmiddellijke bedreiging» voor de VS en hun bondgenoten was die een preventieve oorlog kon rechtvaardigen. De inlichtingendiensten overdreven Iraks wapencapaciteiten en de overheid gaf daar bovenop «systematisch een valse voorstelling» van wat de inlichtingendiensten beweerden. De reden dat Irak geen mvw’s had, was niet dat Saddam ze niet wilde hebben, maar dat hij er geen kon bemachtigen. Irak was militair verpletterd en omkneld. De VN-wapeninspecteurs waren goed bezig alles in kaart te brengen toen ze moesten vertrekken omdat Washington geen uitstel van de oorlog meer duldde.

Diezelfde dag meldde The New York Times dat Washington vierhonderd wapeninspecteurs stilletjes uit Irak heeft weggehaald. Er blijven nog duizend inspecteurs achter, maar ook die zullen naar verluidt spoedig opkrassen. Het hoofd van het Amerikaanse inspectieteam, CIA-man David Kay, wil eind deze maand ontslag nemen. Hij moet zijn eerste mvw nog vinden.

Eerder vorige week pakte de Washington Post uit met een onderzoek, gebaseerd op interviews met Amerikaanse en Britse wapenexperts en -inspecteurs, dat tot dezelfde bevindingen kwam. «Iraks arsenaal bestond enkel op papier», kopte de Post.

Omdat Carnegie een onpartijdige, respectabele denktank is en de Post de oorlog steunde, zijn de twee onderzoeken een zware opdoffer voor Bush’ geloofwaardigheid. Maar de Amerikaanse regering is al een tijd bezig om de officiële beweegredenen voor de oorlog post factum te veranderen. Terwijl ze blijft volhouden dat de mvw’s uiteindelijk gevonden zullen worden, is de lijn nu dat de oorlog werd gevoerd om de Irakezen te bevrijden en democratie naar het Midden-Oosten te brengen. Dat was wat de president benadrukte in een zeldzaam tv-interview na de vangst van Saddam.

Toen de interviewster tot ergernis van de president de mvw’s oprakelde en aan hem vroeg of Saddam die nu bezat of enkel in bezit wilde krijgen, antwoordde Bush: «Wat maakt dat uit? Als hij ze had gewild, zou dat gevaarlijk zijn geweest… dus elimineerden we hem.»

Dat is niet wat Bush voor de oorlog zei. In september 2002 beweerde de president, in zijn speech voor de VN: «Op dit ogenblik breidt Irak zijn productiefaciliteiten voor biologische wapens uit.» In oktober zei hij: «Als we weten dat Saddam die wapens heeft — en dat doen we — heeft het dan zin om te wachten tot hij nog gevaarlijker wapens maakt?»

In februari: «Saddam gaf onlangs toestemming aan zijn bevelhebbers om chemische wapens te gebruiken.» In zijn speech aan de vooravond van de oorlog: «Inlichtingen die zijn verzameld door onze en andere regeringen, laten er geen twijfel over bestaan dat Irak sommige van de meest dodelijke wapens bezit die ooit werden ontworpen.» Defensieminister Rumsfeld zei zelfs te weten waar die wapens zich precies bevonden.

Ook over de band tussen Irak en al-Qaeda bestond volgens Washington geen twijfel. Dat was essentieel: het voornaamste argument voor de oorlog was het risico dat Irak mvw’s aan al-Qaeda zou geven om er aanslagen mee te plegen in de VS. De invasie van Irak was nodig, stelde Bush, om een tweede elfde september te voorkomen.

Een nieuw boek, dat is gebaseerd op interviews met Paul O’Neill, de minister van Finan ciën die vorig jaar tot ontslag werd gedwongen omdat hij zich tegen een nieuwe ronde belastingvermindering voor Amerika’s rijksten kantte, plaatst daar een groot vraagteken bij. Volgens O’Neill begon de voorbereiding van de oorlog tegen Irak tien dagen nadat Bush de presidentiële eed had afgelegd. «Vind een manier om het te doen», zo zou Bush zijn regering hebben opgedragen.

Al in februari 2001 werden plannen opgesteld voor een post-Saddam-Irak, compleet met voorstellen welke firma’s de Iraakse olie zouden exploiteren. In een interview met CBS afgelopen zondag bevestigde O’Neill dat hij, in de 23 maanden waarin hij in de Nationale Veiligheidsraad zetelde, «nooit enig bewijs zag dat Irak mvw’s bezat».

In het eerder vermelde tv-interview zei Bush, nog in antwoord op de vraag of die mvw’s wel bestonden: «Ik nam de juiste beslissing (om oorlog te voeren — tr) want Saddam Hoessein heeft mvw’s gebruikt.» Dat was een verwijzing naar Iraks gebruik van chemische wapens tegen de Koerden en in de oorlog tegen Iran in de jaren tachtig.

Ook daarover werd onlangs een onthullend document gepubliceerd dat eind vorige maand werd vrijgegeven in het kader van een declassificeringsprogramma van het Nationale Veiligheidsarchief. Het bevat instructies van George Schultz, de minister van Buitenlandse Zaken van president Reagan, aan zijn gezant in Bagdad.

We schrijven het jaar 1984. De grote boeman was niet Saddam Hoessein maar de Iraanse ayatollah Khomeini. Vooral sinds de gijzeling van Amerikaanse diplomaten in Teheran konden ze in Washington zijn bloed wel drinken. Saddam was Iran binnengevallen, goed wetend dat Washington daar geen bezwaar tegen zou hebben. Maar na een aanvankelijk succes werd het Iraakse leger teruggedreven. Om een Iraanse overwinning te voorkomen zond Reagan heimelijk Amerikaanse militaire adviseurs naar Irak.

Maar het tij in die oorlog keerde pas echt toen Irak massaal chemische wapens begon te gebruiken. De Amerikaanse militairen in Irak waren daar uiteraard van op de hoogte. Maar zoals verscheidene officieren later verklaarden, kregen ze van hogerhand de opdracht om een oogje dicht te knijpen. Iran protesteerde heftig, maar pas een jaar nadat Irak zijn chemisch offensief had ingezet, kwam er een veroordeling door de VN. Washington sloot zich daar schoorvoetend bij aan.

Schultz liet een Iraakse diplomaat weten dat die veroordeling niet ernstig genomen hoefde te worden, dat Washington nog steeds een nauwere band met Irak wenste. Maar in Bagdad was men niet overtuigd. Schultz stuurde daarop zijn gezant naar Irak. Dat was Donald Rumsfeld, de huidige minister van Defensie. Al in 1983 was Rumsfeld bij Saddam op de koffie geweest, om het ijs te breken. Volgens de instructies voor zijn tweede bezoek moest hij Saddam op het hart drukken dat hij de Amerikaanse veroor deling van zijn gebruik van chemische wapens niet als een afwijzing mocht zien. «Onze belangstelling in 1) het voorkomen van een Iraanse overwinning en 2) verbetering van de bilaterale relaties met Irak, zo snel als Irak dat wil, blijft onverminderd», aldus Rumsfelds instructies.

Het verslag van Rumsfelds ontmoeting met de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken Tariq Aziz blijft geheim, maar men kan ervan uitgaan dat Rumsfeld de instructies naar de letter uitvoerde. Volgens een memorandum van de Amerikaanse ambassade waren de Iraakse leiders «extreem tevreden over ambassadeur Rumsfelds bezoek. Tariq Aziz had bijzonder veel lof voor hem».

Toen Rumsfelds geheime missies naar Bagdad vorig jaar bekend werden, beweerde de defensieminister dat hij de Irakezen had gewaarschuwd geen chemische wapens meer te gebruiken. Nu blijkt dat hij eigenlijk net het omgekeerde deed.

Hoeveel onwaarheden kan de Bush-regering opstapelen voor ze er een prijs voor betaalt? John Dean, de man die het Watergate-schandaal aan het rollen bracht dat president Nixon tot ontslag dwong, meent dat de manipulatie van informatie over Iraks mvw’s een groter schandaal is dan Watergate. Er zijn wetten die het vervalsen van informatie van inlichtingendiensten verbieden. Als reden voor «impeachment» lijkt dit een stuk ernstiger dan een clandestiene blowjob.

Senator Pat Roberts, de voorzitter van de senaatscommissie over de inlichtingendiensten, zei op CBS dat hij in februari — misschien — openbare hoorzittingen zal houden over de beweringen van de regering over Iraks mvw’s. Maar misschien ook niet. Het zal wellicht afhangen van de mate waarin de Democraten er kabaal over maken en de media er aandacht aan besteden. Dat kan dan weer afhangen van hoe goed of slecht de zaken gaan in Irak, waar sedert het «einde van de oorlog» al vijfhonderd Amerikanen zijn gesneuveld.

De Amerikaanse media toonden zich tijdens de campagne voor de oorlog bijzonder goedgelovig. «De pers gebruikte zogenaamd onafhankelijke wapenexperts om de beweringen van de regering te evalueren», zegt media-analist Seth Ackerman. «Die ‹experts› herhaalden vaak enkel wat ze zelf van regeringsbronnen vernomen hadden. Zo kreeg je een eindeloze kring van zichzelf versterkende bangmakerij.»

Het Carnegie-rapport is te vinden op www.ceip.org/WMD

De documenten over Rumsfeld in Irak: www.nsarchive.org

Het boek over O’Neill heet The Price of Loyalty: George W. Bush, the White House and the Education of Paul O’Neill en is geschreven door journalist Ron Suskind.