Hoezo geen visie?

Toen de voorganger van Mark Rutte als vvd-partijleider, Jozias van Aartsen, bij de Algemene Beschouwingen van 2005 een perspectief voor Nederland in 2015 schetste, viel hem enige meewarigheid ten deel. Niet zozeer om het beeld dat hij voor ogen riep, maar omdat hij het deed. Wat moest je daarmee als het aan het einde van de dag toch weer om de koopkrachtplaatjes van het komende jaar zou gaan?

Medium miloaukje

Tijden veranderen. Maandagavond hield minister-president Rutte de door het weekblad Elsevier jaarlijks georganiseerde H.J. Schoo-lezing, vernoemd naar de voormalige hoofdredacteur van het weekblad. In Haagse kringen was reikhalzend uitgezien naar Rutte’s verhaal. Zou de minister-president eindelijk eens met een visie komen? Die wens is tekenend voor onzekere tijden, maar uitgerekend in onzekere tijden moeilijk te vervullen. Bovendien houdt Rutte niet van blauwdrukken, zoals hij ook maandag weer benadrukte. Wie visie in de zin van concrete toekomstbeelden verwachtte, werd dus teleurgesteld.

Acht jaar geleden waagde Van Aartsen zich wel aan concrete beelden: Nederland is in 2015 het New York van Europa, er ligt dan een metroverbinding tussen de vier grote steden, een tweede, veilige kerncentrale is in aanbouw, de jeugd leert ook Chinees op school, de bevolking heeft vertrouwen in de overheid, er is werk en Nederlandse jongeren van Marokkaanse of Turkse afkomst zijn immuun voor de lokroep van de imam.

Weliswaar is er nog een kleine anderhalf jaar te gaan, maar Van Aartsens droom zal niet uitkomen. Een omslag in het denken over Europa en de VS, geklungel met de Fyra, de ramp met de kerncentrale in Japan, de economische crisis, de burgeroorlog in Syrië en de spanningen in Egypte gooien roet in het eten – als Rutte nu een dergelijk toekomstbeeld zou hebben geschetst zoals Van Aartsen destijds deed, zou hij zijn uitgelachen. Toch zijn een aantal van Van Aartsens wensen nog steeds wat vele Nederlanders zouden willen.

Rutte mag dan niet gekomen zijn met een concreet beeld van Nederland in 2023, zijn toespraak was wel doordrenkt met een boodschap: Nederland moet leren omgaan met onzekerheden. Tekenend daarvoor was één zin: ‘De snelste manier om kwijt te raken wat we hebben, is om vast te houden aan wat we hebben.’

Je kunt het daarmee eens zijn of niet, maar je kunt niet volhouden dat Rutte nergens heen wil. Dat wil hij wel degelijk: naar een Nederland met een kleinere overheid en een kleinere staatsschuld, een land waar mensen veel meer zelf doen, waar de sociale zekerheid niet aanzet tot luieren maar tot scholing en werk, en waar een keer opnieuw beginnen in je leven geen schande is.

Ook met de politiek zelf wil Rutte ergens heen nu het niet meer vanzelfsprekend is dat een kabinet rustige meerderheden heeft in de Tweede en/of de Eerste Kamer. Hij voorziet een verandering richting wisselende meerderheden, waarbij politici bereid zijn over grenzen heen te denken. Ja, dat zei Rutte ook uit welbegrepen eigenbelang, maar elke politicus die daar smalend over doet kan na nieuwe verkiezingen in hetzelfde schuitje terechtkomen.

Of Rutte gelijk krijgt met dit toekomstbeeld voor de politiek zullen we overigens mogelijk eerder weten dan hem misschien lief is. Het komende politiek jaar zal dat al kunnen uitwijzen.