Hoezo lingo?

LINGO, DE DROOMSHOW, Get the Picture, Monumentenslag, Dierenmanieren, Heartbreak High. De Nederlandse publieke omroep is verloederd.

Atzo Nicolaï: ‘Dat zulke programma’s door een publieke omroep uitgezonden worden, daar stoor ik me aan. Laat dat aan de commerciëlen over. We betalen de publieke omroep met algemene middelen en dan krijg je dit soort programma’s.’ Hans van Beers: 'Die reeks die daar zojuist opgenoemd werd is niet direct een doorsnede van dé publieke omroep op elk tijdstip van de dag. Als je die programma’s verdeelt over zeven dagen en over drie netten, valt de schade, voor zover daarvan al sprake is, reuze mee.’ Nicolaï: 'Gelukkig zitten ze een beetje verstopt tussen de andere programma’s bedoel je te zeggen?’ Van Beers: 'Verstoppen heeft geen zin. Niets zo openbaar als omroepgegevens. Maar natuurlijk, de publieke omroep maakt programma’s die eveneens op de commerciële zenders te zien zouden kunnen zijn.’ Dit soort programma’s is een noodzakelijk kwaad. Van Beers: 'Dat zou suggereren dat entertainment, humor, vermaak en ontspanning niet bij de publieke zaak horen. Dat het tweederangs zou zijn. Een beetje jouw opvatting.’ Nicolaï: 'Ik heb niets tegen entertainment. Alleen, als het met publieke middelen gemaakt wordt moet het ander amusement zijn dan het amusement dat de commerciëlen maken. Ik ben niet tegen pret op de publieke netten. Maar als we naar die reeks kijken, en hij is aanvulbaar, zien we dat de publieke omroep echt niet allemaal heel bijzondere en onderscheidende televisie biedt. Integendeel, er zijn programma’s bij die prima door de commercie gedaan zouden kunnen worden. Je zal moeten bekennen dat dat geen publieke programma’s zijn.’ Van Beers: 'Eerst die lijst, vul die eens aan dan. Volgens mij heeft De Groene alle lolligheid er wel uitgehaald.’ Nicolaï: 'Hoorde ik Oppassen al?’ Van Beers: 'Kom, kom.’ Nicolaï: 'Met Oppassen is toch geen publieke zaak gediend.’ Van Beers: 'Er is een aantal programma’s die commerciëlen ook zouden kunnen maken. Je kunt je afvragen waarom zij ze dan niet gemaakt hebben en wij welà’ Nicolaï: 'Dat is de wereld op z'n kop. Die publieke omroep zat er breed en wel, met algemene middelen gesteund. De commerciëlen zijn erdoor in de hoek gedrukt. Het is oneerlijke concurrentie met publieke middelen als je spelletjes maakt.’ VVD-KAMERLID Atzo Nicolaï roept al tijden om een grondige vernieuwing van het publieke bestel. De klemtoon moet komen te liggen op culturele, educatieve en informatieve programma’s. In ieder geval minder op spelletjes en quizzen zoals nu nog het geval is. Hans van Beers, lid van de Raad van Bestuur van de NOS, betoogt dat je spelletjes en quizzen juist nodig hebt om kijkers bij de verderfelijke commerciële omroep vandaan te houden, ze zo in aanraking te brengen met het hogere. Vorige week lekte de Concessiewet van PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg (Media) uit. Nicolaï dreigt zijn zin te krijgen. De publieke omroep moet vanaf 2000 nog meer aan cultuur gaan doen en nog meer aan informatie. Van Beers: 'Als publieke omroep moet je ook een categorie programma’s hebben waarmee je een publiek dat niet gewend is naar de publieke omroep te kijken, aan je bindt. Het is onze taak alle bevolkingslagen naar ons toe te trekken. Er zal een entree moeten zijn via spelletjes en quizzen.’ Nicolaï: 'Telkens betrap ik de NOS op dezelfde denkfout. De redenering is: we moeten kwaliteit bieden en - omdat iedereen eraan meebetaalt - veel mensen bereiken. Onzin. Dat we het “publieke omroep” noemen betekent niet dat het voor en van het publiek is. Het betekent dat er een publieke taak verricht moet worden. Daarom krijg je geld. Om programma’s te maken die er anders niet zouden komen. De enige andere taak is dat je voor die programma’s zo veel mogelijk kijkers trekt. Dat is heel wat anders dan voor de publieke omroep als geheel zo veel mogelijk kijkers trekken.’ Van Beers: 'De tegenstelling is zo dramatisch niet. Het is heel simpel. Wij maken programma’s die er toe doen, die ergens over gaan. Als we amusement maken is het spitsvondig, meeslepend amusement.’ PUBLIEK AMUSEMENT is niet plat en commercieel amusement wel. Van Beers: 'Klopt.’ Nicolaï: 'Er zijn bij de commerciëlen goede programma’s die interessanter en meeslepender zijn dan de slechtste programma’s bij de publieke omroep.’ Van Beers: 'Noem er eens een dan.’ Nicolaï: 'Ikà’ Van Beers: 'Net als zojuist dat rijtje plat amusement, wist je ook niet.’ Nicolaï: 'Ik wist meteen Oppassen uit de mouw te schudden. Het is niet dat er te veel slechte programma’s zijn, maar te veel die zich te weinig onderscheiden. Kijk wat er voor vanavond aangekondigd staat: De muziekquiz, Ook dat nog, Toen was geluk heel gewoon, Tuin op je buik.’ Van Beers: 'Als je die spelletjes op een rij zet is dat indrukwekkend. Als je ze verdeelt over drie netten en zeven avonden is het minder hilarisch.’ De publieke omroep hoeft niet bevreesd te zijn dat ze de dorpspompfunctie verliest. Nicolaï: 'De tijd van de dorpspomp is voorbij. Mooi idee, helaas achterhaald. Straks stellen mensen via Internet hun eigen programma samen. De NOS kan de ouderwetse dorpspompgedachte maar niet loslaten.’ Van Beers: 'Dat er meer dorpspompen zijn snappen wij heus wel. Toch houden wij de ambitie de centrale dorpspomp te zijn.’ Nicolaï: 'Ouderwets en bevoogdend. Rond de andere pompen gebeurt zo veel. De burger zal zijn eigen selectie gaan maken. Dan moet je hem niet gaan verleiden met spelletjes om hem zo naar een ander programma proberen te lokken. Lukt niet, is een achterhaalde methode.’ Van Beers: 'Ouderwets is geen vies woord. Er zijn heel veel mensen die ouderwets van een boek kunnen genieten, met een ouderwetse roker en ouderwets goede wijn. Die heb je te bedienen met een goede film.’ Nicolaï: 'Zeker is er behoefte aan een vrijplaats temidden van de overstelpende informatiestroom. Wees dan ook zo flink om te zeggen: niet te veel commercials.’ Van Beers: 'Op de publieke omroep is geen programma te vinden dat onderbroken wordt door commercials.’ Nicolaï: 'Ervoor en erna stikt het ervan.’ Van Beers: 'Laat de VVD dan een wetsvoorstel indienen zodat het kijk- en luistergeld met 75 gulden omhoog kan. Zijn we van de reclame af. Bij ons is die discussie verstomd toen bleek dat er in de Kamer geen gehoor voor was.’ DE DRIE PUBLIEKE zenders moeten afzonderlijk veel herkenbaarder worden, vindt de NOS. Nederland 1 zou Het Net kunnen gaan heten met daarop spelletjes. Nederland 2 Ons Net, daarop familieseries. Nederland 3 Mijn Net, met 'intellectualiteiten’. De omroepverenigingen zouden zich moeten specialiseren in een van die drie takken. De Tros op 1, de KRO op 2 en de VPRO op 3, zo zou de verdeling dan kunnen zijn. Staatssecretaris Van der Ploeg haalde een vette streep door het plan. In zijn uitgelekte wetsvoorstel schreef hij dat elke omroep zich aan een vast percentage cultuur (25 procent) en informatie (35 procent) heeft te houden. Het zou erop neerkomen dat de Tros zich gedwongen ziet tot nog meer kunst-omdat-het-moet en dat de VPRO zich met bijvoorbeeld een soap cultureel moet remmen. Zondag zei de staatssecretaris weer dat de quota toch maar niet aan de omroepverenigingen afzonderlijk worden opgelegd, maar aan de omroep als geheel. Van Beers: 'We willen de drie zenders zo profileren dat de kijker weet welk type programma hij aantreft. Per zender meer profiel. De bedoeling is echt niet mensen een hele avond aan een zender te laten hangen.’ Nicolaï: 'Dat je ze kleurt, niet vanuit omroepverenigingen gaat zitten redeneren maar vanuit de totale publieke omroep - drie herkenbare zenders - daar ben ik voor.’ Van Beers: 'De staatssecretaris zegt steeds: Er mag geen spelletjesnet komen. Dat waren wij helemaal niet van plan.’ Nicolaï: 'Hij doet alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat de politiek een vinger in de pap heeft wat betreft de kleuring van zenders. Dat vind ik bedenkelijk.’ Van Beers: 'Toen ik over het wetsvoorstel las, van die percentages en bijbehorende administratie, registratie en plannenmakerij; als de omroep dat allemaal op moet gaan schrijvenà De verrijzenis van de programmapolitie is nabij.’ Van Beers: 'De Vara onderscheidt zich nu met drama. Als ze dat nou goed kunnen, laat ze dan.’ Nicolaï: 'Nou ja, die vrijheid is dan sinds de laatste wijziging weer aanwezig. Waar nog niet over nagedacht wordt is dat in de wet staat dat de omroepverenigingen na vijf jaar worden geëvalueerd. Ik weet niet waar je een omroep op moet afrekenen als je de quota per omroep laat vallen. Dat het percentages zijn is sowieso idioot. Iets in de categorie cultuur kan ook een flutprogramma zijn, dat zie je in een percentage niet terug. Liever een goede Lingo dan een slecht cultuurprogramma.’ DE NEDERLANDSE publieke omroep op de schop, een curiosum gaat verloren. Van Beers: 'Dat rare omroepsysteem van ons dat aan geen buitenlander uit te leggen valt, werkt wel. Je kunt niet betogen dat het een zooitje is en alles per se anders moet.’ Nicolaï: 'Probeer het op de leest van deze tijd te schoeien en pas gegroeide vormen aan. We hebben een aardige omroep met een fraaie verscheidenheid. Als we een overgang maken naar dat nieuwe bestel… dat die variëteit moge blijven.’ Van Beers: 'Met respect voor wat er nu is, de nadelen van verzuiling eruit poetsen. Dat de wet dat mogelijk maakt.’ De Dienst Omroepbijdragen dan ook gelijk maar opheffen, de inning aan de belastingdienst overlaten. Nicolaï: 'Waarom de heffing nog langer via de Dienst Omroepbijdragen als het via de fiscus kan, hetgeen een besparing van zestig miljoen oplevert. Kan de jeugdzorg ten goede komen.’ Van Beers: 'De Dienst doet het goed, laat het zo. Als je het via de belasting doet komt het geld dat nu rechtstreeks van de mensen naar de omroep gaat, in overheidshanden. Die overheid retourneert zo'n bedrag naar haar goeddunken. Ik heb Van der Ploeg een brief geschreven: amice, ik zou het laten. Uiteindelijk gaat dat bedrag niet meer naar media en kunst maar naar een Betuwelijn. We moeten zelfs de schijn niet wekken dat de politiek zich met de omroep zou willen bemoeien. De volgende stap is dat er actualiteitenrubrieken inhoudelijk in het parlement worden besproken.’ Nicolaï: 'We hebben in Nederland een lange traditie van terughoudendheid waar het bemoeienis met kunst en wetenschap aangaat. Thorbecke had media er vast aan toegevoegd als die in zijn tijd bestonden. Ik geloof dat er best een afspraak over te maken valt. Gewoon, in de eerste belastingschijf ermee.’