Economie

Hoezo meritocratie

Als u dit leest hebben de Provinciale-Statenverkiezingen van 2011 een nieuw hoofdstukje toegevoegd aan de onstuitbare opkomst van het populisme. Waarschijnlijk is het CDA de grote verliezer en de PVV de grote winnaar, heeft GroenLinks een armzalig zeteltje prijsgegeven aan de PvdA, houden coalitie en oppositie elkaar in de houdgreep en ligt er dus een onappetijtelijke sleutelrol in het verschiet voor christelijk rechts.

Er is veel geschreven over de crisis van de middenpartijen en het succes van de PVV. Een deel van het commentariaat legt de oorzaak bij de kiezers. Zij zouden verwend, bang, dom of oud of zijn. Een ander deel legt de schuld bij de elite. Die zou kosmopolitisch, hoogopgeleid, links en hypocriet zijn. Marcia Luyten verwoordde zaterdag in NRC Handelsblad fraai het eerste standpunt. Het elitenummer van De Groene al even fraai het tweede. Rijk geschakeerd als het themanummer was, leunden veel bijdragen wel erg zwaar op de Diplomademocratie van Mark Bovens en Anchrit Wille. Hoog- en laagopgeleid zouden er radicaal verschillende levensstijlen, politieke opvattingen en toekomstverwachtingen op nahouden. Bovendien zouden ze elkaar vrijwel nergens meer tegenkomen. Maar het ergste is dat alle politieke functies in handen van hoogopgeleiden zouden zijn. Daardoor, zo bauwden veel scribenten Bovens en Wille na, zouden elite en electoraat steeds verder uit elkaar zijn gedreven. En dat zou de gramtoornige rancune verklaren die nu bijna tien jaar het politieke bedrijf gijzelt. De PVV dus als partij van de genetisch minderwaardigen.

Deze redenering stoelt op de gedachte dat Nederland ook echt een meritocratische samenleving zou zijn. Dat wil zeggen dat de elite ook daadwerkelijk uit de meest getalenteerden bestaat en dat ze hun uitverkiezing ook daadwerkelijk aan dat talent dankt. Geen wonder dat de stelling van Bovens en Wille bij lezers van De Groene zo aanslaat. Ze houdt u immers het vleiende beeld voor dat u inderdaad beter bent dan de PVV'er, dat u uw uitverkoren positie dankt aan aantoonbare cognitieve superioriteit, en dat uw superioriteit u terecht toegang geeft tot een langer leven, beter onderwijs, betere huisvesting en een rijker cultureel palet. Alleen in het politieke domein moet u nog een beetje leren inschikken. Democratie is nou eenmaal synoniem aan ‘lekenbestuur’, zoals Bovens en Wille het licht depreciërend noemen.

Deze zelfgenoegzame stelling rammelt aan alle kanten. Over luie studenten en universiteiten als certificeringsmachines is genoeg gezegd en geschreven. Zo ook over de oneerlijkheid van de vroege en onverbiddelijke selectie in het Nederlandse onderwijsbestel. Minder is bekend over de middelmatige zielen die in Nederland hoge politieke en bestuurlijke posities bezetten en een karikatuur maken van het idee van meritocratie. Als je, zoals ik, af en toe mag aanschuiven bij bestuurlijke topkransjes valt je onmiddellijk de homogeniteit van het gezelschap op. Haarlemse 'r’, pak van de Society Shop, designerbril, brogues, sociaal handig, niet bijster intelligent, overtuigd van eigen gelijk, gespeend van nieuwsgierigheid en meestal slapend lid van een van de middenpartijen.

Bovens en Wille schrijven in Diplomademocratie verontrust dat een academische opleiding een 'startbaan’ is geworden voor een politieke carrière. Veel verontrustender is dat lidmaatschap van een politieke partij een sine qua non voor bestuurlijke topfuncties is geworden. Niet constitutioneel verankerd, het tegendeel van representatief, zwaar leunend op belastinggeld en ideologisch uitgehold zijn politieke partijen verworden tot pure banenmachines die trouwe folderaars, vasthoudende vergadertijgers en opportunistische carrièrejagers belonen met goedbetaalde bestuursfuncties. Cognitief en/of moreel gebrek geen bezwaar. De voorbeelden van mislukte en uitgegleden politici en bestuurders die toch weer worden uitgenodigd voor commissies, commissariaten, bestuursfuncties of Kamerzetels zijn legio. Eenmaal binnen, altijd binnen.

De bovenkant van de Nederlandse bestuurspiramide is een draaischijf van banen en functies, die met de quasi-privatisering van zorg, volkshuisvesting, onderwijs en pensioenen alleen maar lucratiever is geworden. Mooie sier makend met geleende plannen en andermans geld zijn deze bestuurders zich bovendien maar al te vaak arbeidsvoorwaarden uit het bedrijfsleven gaan aanmeten: auto met chauffeur, zes-cijferig salaris, zeven-cijferig pensioen, lid van een golfclub, directiekamer met uitzicht, abonnement op het Concertgebouw.

Terwijl de premies stijgen, de wachtlijsten lengen en de rendementen dalen, zijn steeds meer ziekenhuizen, scholengemeenschappen, woningbouwcorporaties en pensioenfondsen in handen gevallen van deze zelfbenoemde bestuurderskaste. Met meritocratie heeft het weinig te maken. Met zelfverrijking des te meer. De Nederlandse elite gaat zonder kleren. Dat heeft de PVV maar al te goed in de smiezen. CDA, VVD en PvdA hebben dat kennelijk niet. Het electoraat heeft het onverbiddelijk afgestraft. Hoop ik.