Commentaar: Internationale rechtsorde

Hof van conflicten

Met de noodzakelijke zestigste handtekening wordt deze week de instelling van het International Criminal Court (ICC) te Den Haag formeel een feit. Anders dan de ad hoc-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda, en de voorlopers daarvan in Neurenberg en Tokio, zal het Internationale Strafhof permanent en zonder geografische beperking verdachten van misdaden tegen de menselijkheid voor de rechter moeten slepen. Van tevoren staat vast welk rechtssysteem geldt, wat een voordeel is ten opzichte van de politiek zeer beladen tijdelijke oorlogsrechtbanken waar de regels gaandeweg worden bepaald.

Een doorbraak in de internationale rechtsorde is het zonder meer. Zelfs mag het een historische stap in de menselijke beschaving genoemd worden om ernaar te streven niet staten maar individuen met bloed aan hun handen en boter op hun hoofd te straffen voor hun daden, om te voorkomen dat anderen in hun voetsporen treden. Filosofisch gezien zou het wel heel bitter zijn om over deze ontwikkeling naar rechtvaardigheid — hoe beperkt ook — cynisch te oordelen.

Maar tegelijk weet iedere realist dat de opsporingsmogelijkheden zeer beperkt zijn (Karadzic en Mladic lopen bijvoorbeeld nog steeds vrij rond) en dat mensen in het vuur van een strijd niet denken aan toga’s. Ze zullen vanuit onmacht, angst, haat, machtswellust — en noem alle rationele en irrationele drijfveren maar op — elkaar verjagen, folteren en uitmoorden, terwijl de «internationale gemeenschap» besluiteloos op afstand toekijkt of doodsbang wegloopt. De schaamteloze schande in Srebrenica en de nasleep daarvan zeggen genoeg.

Ook zijn er landen die bij voorbaat geen zin hebben in andere rechters, openbare aanklagers en advocaten dan die van eigen bodem. Vooral hierin toont zich de zwakte van het Hof. De grote drie van de Koude Oorlog, Rusland, China en Amerika, hebben het Verdrag van Rome (opgesteld in 1994 ter voorbereiding van het ICC) niet willen ondertekenen omdat ze «hechten aan hun nationale soevereiniteit». De Russen wensen geen rekenschap af te leggen over het schoon schoffelen van hun eigen achtertuin, in bijvoorbeeld Tsjetsjenië. China houdt al helemaal niet van pottenkijkers en mensenrechtenvraagstukken. Het land van cowboy Bush dat de Verenigde Naties jarenlang heeft gestimuleerd om aan een statuut te werken en dat zich tot in de verste uithoeken van de wereld opstelt als de hoeder van de democratie, weigert als puntje bij paaltje komt mee te werken, uit angst eigen militairen en hoge functionarissen met een slecht geweten te moeten uitleveren. De diepe verdeeldheid tussen Amerika en Europa over de internationale strafrechtspleging zorgt gegarandeerd voor politieke spanningen. Deze houding maakt de bedoelingen van de wereldleiders op voorhand verdacht en het ICC zelf tot een bron voor conflicten.