Hoge resolutie

Wanneer aan beta’s de wereld van cyberspace en virtual reality wordt uitgelegd, zal het wel niet meer over de oververhitte toekomst gaan, of over de aanstaande afschaffing van lichaam, geest en alles daar tussenin, zoals in alfakringen gebruikelijk is. Dan zal het koel en nuchter over de hardware gaan, de glasvezelkabels en pentiumprocessors waaraan de techneuten hebben gewerkt. En over de software, over autocad of object linking environments uit het rijk van de creatieven. Wanneer ik naar de Technische Universiteit van Eindhoven ga om bijgepraat te worden over de ‘visualisatietechnieken en het elektronisch tijdperk’, in aanwezigheid van topresearchers van Philips, verwacht ik eindelijk de feiten in plaats van de fantastische speculaties die je bij journalisten tot H. J. A. Hofland aan toe tegenkomt. Dan verwacht je ook nuchterheid in plaats van het delirium van de beginnende Internet- verslaafde.

Maar nee, het is erger dan in de somberste scenario’s staat beschreven. Er wordt niets gerelativeerd. Inderdaad, de feiten spreken, alles klopt. Niets dat niet kan worden bewezen wordt als gegeven aangenomen. Maar juist de volstrekte acceptatie van feiten als feiten, de klakkeloze aanvaarding van de verborgen orde van die feiten, maakt in het geval van de revolutionaire kracht der ‘nieuwe media’ zo'n lezing tot pure liturgie. Hier geen enkele mentale weerstand door historisch besef of morele vrijheid door ironie. Hier geldt alleen de wet op de remmende voorsprong van de rede: van wegbereider tot slaaf van het lot.
Ik heb het over de jaarlijkse Holst-lezing, genoemd naar de eerste directeur van het Natuurkundig Laboratorium van Philips. De spreker leek zo te zijn weggelopen uit de serie Wild Palms van Oliver Stone: de gebruinde, gepolijste en charismatische leider van een bedrijf dat totale illusie verbindt met de wereldheerschappij. Die spreker was prof. dr. Donald P. Greenberg, directeur van Cornell’s Program of Computer Graphics en tevens directeur van het National Science and Technology Center for Scientific Visualisation. In hoog tempo, en op zijn hurken, schotelde hij het gretige publiek zijn carriere voor, gewijd aan het almaar verfijnen van de realistische beeldsynthese. Onder het motto 'a picture is worth 1024 words’ werden we deelgenoot van zijn idealen: snellere beeldopbouw, grotere bandwidth, duidelijker contouren, adequatere lichtreflectie, hogere resoluties, meer megabits per seconde, en zo voorts en zo verder tot aan de exacte kopie van de werkelijkheid. Op dat moment, volgens Greenberg niet ver meer, kan het origineel worden afgeschaft. Wanneer we ons bij het aanzien van de natuur of onze medemens alleen nog gaan vervelen door de trage beeldopbouw van de werkelijkheid, dan…
Cornell beschikt volgens Greenberg over voldoende fondsen om dat revolutionaire karwei te kunnen afmaken. Hij zegt het zonder hapering, er is niets in zijn hoofd waaraan hij het gewicht van zijn woorden kan wegen. Het is gewoon zo.
Er zijn mensen die denken dat het allemaal niet zo'n vaart zal lopen. De tekstrevolutie van de telegraaf, de geluidrevolutie van de telefoon en de beeldrevolutie van de televisie hebben we immers ook overleefd. Maar volgens Greenberg leven we nu niet tijdens zo'n revolutie zelf, maar beleven we de consequentie van die achtereenvolgende revoluties. Dan gaan we nu toch niet opeens moeilijk doen? Wie A zegt moet ook B zeggen.
Waarvoor Greenberg het grootste ontzag oogst, is zijn totale preoccupatie met echtheid. De ultieme letterlijkheid en de ultieme kwantificering gaan samen met de ultieme illusie. Nog vindt hij zijn beelden soms 'too clean, too smooth’. Ze confronteren de mens teveel met zijn eigen lelijkheid. Maar dat zal afgelopen zijn in de nieuwe wereld. Dan zal de mens zich scheppen naar zijn digitale evenbeeld.