Hogepriester

In 1916 werd film voornamelijk beschouwd als verstrooiing voor de massa, en filmmakers eerder als vakmensen dan als kunstenaars met een persoonlijke visie. De controversiële film Birth of a Nation bracht regisseur D. W. Griffith en zijn studio zulke bakken geld op, dat hij ongehinderd zijn grootste droom kon vervullen: een film maken die zo groots van opzet, zo machtig van expressie en zo meeslepend van verhaal was dat iedereen wel móest zien dat zich een tiende muze op de Parnassus had genesteld, die een bijzondere voorkeur van de Zonnegod genoot.

Was Birth of a Nation een zuur verhaal geweest over de brutaliteiten die het Zuiden zich na de Burgeroorlog moest laten welgevallen door onwellevende negers en hun Noordelijke trawanten, The Mother and the Law zou een verhaal over onrecht en universele liefde worden, geplaatst in een eigentijdse grote stad. Na het zien van de Italiaanse spektakelfilm Cabiria, een Romeins epos zonder verhaal maar met verbluffende ensceneringen en decors, besloot Griffith zijn film uit te breiden tot een meesterwerk. Dat werd in 1916 vooral gemeten aan Shakespeare en de victoriaanse schilderkunst, die weliswaar uit zwang was - hoewel veel schilders nog in leven waren - maar via tienduizenden reprodukties de Engelse en Amerikaanse huiskamers in bezit had genomen.
Italiaanse spektakelfilms hadden vrijwel altijd de Romeinse oudheid of het Evangelie, en ’t liefst allebei, tot onderwerp, en wilden het publiek overtuigen door archeologische accuratesse. Het was niet alleen makkelijker om schilderijen als bron te gebruiken dan wetenschappelijke boeken, het grote publiek was ook al vertrouwd met die nauwkeurig geschilderde, veel archeologisch onderzoek pretenderende reconstructies van historische perioden. Gravures naar werken van Poynter, Watts, Godward, Collier en vooral Alma-Tadema waren te vinden in de art departments van alle grote studio’s in Europa en Amerika.
Griffith liet zijn decorbouwers schilderijen zien die simpelweg werden nagebouwd. Waarschijnlijk gebruikte hij de Engelse theaterdecorontwerper Walter L. Hall als art director, die ongetwijfeld dezelfde schilderijen verwerkte. The Mother and the Law werd voorzien van drie historische flashbacks, parallelverhalen over de Bartholomeusnacht, Golgotha en de val van Babylon, wat Griffith noopte tot het veranderen van de titel in Intolerance. De loodzware pretenties werpen een flinke schaduw over de film. De vele tussentitels die Griffith aanbracht om het publiek het verhaal goed te kunnen laten volgen, vallen op door hun gedragen, shakespeareaanse toon en door de quasi-wetenschappelijke noten die feitelijke informatie geven over de Hugenoten, de farizeeërs, de wetten van Hammoerabi en de muren van Babylon. Nadrukkelijk worden recente opgravingen als bron voor de film vermeld.
Om die indruk te versterken, ensceneerde Griffith de Babylonische scènes naar schilderijen met dezelfde dynamisch diagonale lijnen, excentrische verdwijnpunten en aan de randen volgepropte decors. Direct aan Alma-Tadema ontleend lijkt het duizelingwekkende perspectief dat ontstaat door het ontbreken van een middenplan: de voorgrond dient om de toeschouwer de voorstelling in te trekken, die dan in de peilloze diepte stort die meteen daarachter opdoemt.
De technische innovaties in Intolerance, het gebruik van tilting, crane- en traveling shots, gaven Griffith de reputatie een heraut van de twintigste eeuw te zijn. De belegen muziek die Carl Davis voor de film componeerde en zaterdag in Den Bosch uitvoerde, kon het ritme van de montage in de eindfase van de film dan ook niet bijbenen. Maar ook de schilders van koningin Victoria maakten ampel gebruik van de modernste technieken en wetenschappelijke inzichten, hetgeen ze nog niet tot twintigste-eeuwse kunstenaars maakt. Integendeel, evenals Alma-Tadema is Griffith een produkt van de negentiende eeuw, de eeuw van de positivistische kunstopvatting, van ondubbelzinnige, verifieerbare waarheid. Kunst was een cultus van waarheid en universaliteit, als een nieuwe religie, met haar eigen tempels en hogepriesters. En gelijktijdige verstrooiing van de massa, daar waren die hogepriesters Griffith al in voorgegaan.