Kroniek van een aangekondigd kiezersbedrog

‘Hollandreou’ versus het campagnebeest

De Franse presidentsverkiezingen zullen uitlopen op een rechtstreeks duel tussen Nicolas Sarkozy en François Hollande. Veel bedenkelijke uitspraken en onuitvoerbare plannen, weinig oplossingen voor de economische crisis. Komende zondag: de eerste ronde.

Parijs – Een bokswedstrijd op afstand. Dat waren de verkiezingsbijeenkomsten van Nicolas Sarkozy en François Hollande afgelopen zondag. De president haalde uit op Place de la Concorde in het centrum; zijn socialistische uitdager deed dat gelijktijdig op esplanade van Château de Vincennes, even ten oosten van de stad. In de slotfase van de campagne voor de Franse presidentsverkiezingen willen de twee koplopers hun kracht tonen. Wie het grootste aantal aanhangers op de been weet te krijgen verdient de titel ‘kandidaat van het volk’. Aan het toeval was weinig overgelaten. In bussen waren de partijleden van heinde en verre aangevoerd. De strijd eindigde onbeslist. Zowel team-Sarkozy als team-Hollande claimde honderdduizend man – een aantal dat door Franse kranten steevast werd gehalveerd. Zeker, de juichende massa’s leverden indrukwekkende beelden op voor de achtuurjournaals van die avond. Tegelijk konden de kandidaten de indruk niet wegnemen dat het in beide gevallen om een wanhoopspoging ging.

Sarkozy noch Hollande kan genade vinden in de ogen van de Franse kiezer. Hollande mist flair en visie, zo klinkt het verwijt. Sarkozy geldt weliswaar als campagnebeest, maar van het elan van vijf jaar geleden is weinig over. In 2007 profileerde hij zich als degene die zou afrekenen met het immobilisme van zijn voorgangers. Zijn verkiezingscampagne regisseerde hij als een feuilleton waar de Fransen geen genoeg van konden krijgen. Maar deze keer weet hij zich geconfronteerd met zijn eigen presidentschap van niet waargemaakte beloftes. En over het weinig romaneske verhaal dát hij te vertellen heeft haalt de kiezer de schouders op. Trop, c’est trop.

De peilingen illustreren het gebrek aan enthousiasme. Mocht het tijdens de tweede ronde op 6 mei uitdraaien op een rechtstreeks duel – en er moet wel iets heel geks gebeuren wil zulks niet het geval zijn – dan zal de zestig procent van de Fransen die op Hollande zegt te stemmen dat in de eerste plaats doen omdat zij niet willen dat Sarkozy wordt herkozen. Omgekeerd is dat 56 procent. De komende president van Frankrijk zal dus altijd bij gebrek aan beter zijn. Geen al te best begin. Maar voor het zo ver is, maken de Fransen komende zondag de gang naar de stembus voor de eerste ronde. Tien kandidaten doen mee. Bezorgd dan wel smalend schrijven commentatoren dat de winnende partij reeds bekend is: le parti des abstentionnistes. Maar liefst 32 procent van de Fransen overweegt thuis te blijven.

Aan Jean-Luc Mélenchon zal dat niet gelegen hebben. De nukkige leider van het uiterst linkse Front de Gauche, een samenraapsel van communisten, trotskisten en antiglobalisten, ontpopte zich in de afgelopen maanden als dé grote verrassing van de verkiezingscampagne. Deze dagen strijdt hij met Marine Le Pen om de derde plek achter Hollande en Sarkozy. Peilingen geven hem tussen de dertien en zeventien procent van de stemmen. Hij was de eerste kandidaat die verkiezingsbijeenkomsten in de openlucht organiseerde. Mélenchon (61), ooit begonnen als leraar Frans, op zijn 36ste gekozen tot senator en later benoemd tot minister in de regering van de socialist Lionel Jospin, had weinig keuze. Geld om een fatsoenlijke zaal af te huren had hij niet in kas.

‘Le Bruit et la Fureur’ laat Mélenchon zich graag noemen, naar de gelijknamige roman van de door hem bewonderde William Faulkner (The Sound and the Fury). Hij deed zijn bijnaam eer aan. Tienduizenden trotseerden de koude wind om naar zijn hagenpreek te komen luisteren op Place de la Bastille. Met zijn donderende aanvallen op bankiers, bazen of Angelsaksische kredietbeoordelaars kon hij rekenen op gejoel. Met zijn felle uithalen naar het ‘weke links’ van de Parti Socialiste (ps) op instemmend gebrom. Met zijn lyrische verwijzingen naar Victor Hugo, Jean-Jaurès of Paul Eluard op klinkend applaus. De bijeenkomst bij Bastille was een dermate groot succes dat Mélenchon er een tour door de provincie aan vastknoopte. ‘Goed te merken dat ze (Sarkozy en Hollande – mk) eindelijk hun zalen verlaten hebben en het nu buiten net zo goed proberen te doen als wij’, ironiseerde hij afgelopen zaterdag voor een gehoor van vijftigduizend man vanaf het strand van Marseille. ‘Mooi dat ze zich buiten vertonen, dan zullen ze eindelijk eens wat roder kleuren – al was het maar op de wangen!’

En roder kleurden ze, want ook inhoudelijk wist Mélenchon, die in 2008 met veel misbaar de ps verliet, zijn stempel op de verkiezings­campagne te drukken. Sarkozy kondigde een eerder ook al door Mélenchon geopperde belasting voor expats aan; Hollande beloofde een belastingtarief van 75 procent voor iedereen die meer dan een miljoen verdient – een stap in de richting van de honderdprocentsheffing die Mélenchon de allerrijksten in het vooruitzicht heeft gesteld. De mélenchonisation van de politiek noemen Franse commentatoren dat inmiddels; de linkse evenknie van de reeds lang geleden gemunte lepenisation. Door naar de tweede ronde gaat Mélenchon zeker niet, maar de mélenchonisering zou wel eens hardnekkiger kunnen blijken dan de twee overblijvers lief is.

Neem Hollande. Officieel heet het binnen de ps dat de opkomst van Mélenchon een goede zaak is. Hij heeft immers aangekondigd zijn kiezers na zondag op te roepen om in de tweede ronde te stemmen op Hollande, en dat is gunstig want in veel gevallen betreft dat kiezers die Hollande nimmer op eigen houtje zou hebben overtuigd. ‘Hollandreou’, vrij naar de voormalige Griekse premier, of ‘Kapitein van een waterfiets’: Mélenchon spaart Hollande in zijn toespraken geenszins. Toch is de verwachting alom dat hij woord zal houden zodra het erop aankomt.

De vraag is tegen welke prijs. Zo gaan er binnen de ps al stemmen op dat Hollande er niet aan zal ontkomen om Martine Aubry, de huidige partijsecretaris, te benoemen als premier indien hij wordt gekozen. Niet alleen kunnen Hollande en Aubry persoonlijk notoir slecht met elkaar overweg, ook staat Aubry, die destijds als minister de 35-urige werkweek doorvoerde, symbool voor het oude links waarmee Hollande heimelijk hoopt af te rekenen. Maar bij een benoeming blijft het niet. Mélenchon heeft zich afgelopen jaar zo stevig in het politieke landschap verankerd dat zijn invloed tot ver over de verkiezingen heen zal reiken – wie er ook zal winnen.

En de man die het versplinterde gauche de la gauche na jaren van tobben weer een stem gaf en de Franse revolutionaire nieuw leven inblies is zich daar goed van bewust. Met zijn uithalen naar de globalisering en schadelijke effecten van marktwerking kan Mélenchon bij veel Fransen rekenen op sympathie. Tegelijk is met zijn programma zo’n astronomisch bedrag gemoeid dat buiten zijn eigen electoraat niemand het ook maar een seconde serieus neemt. Hij belooft een minimumloon van 1700 euro, een volledig pensioen vanaf zestig jaar, volledige zorgdekking, achthonderdduizend ambtenaren en nog veel meer.

Maar hoe sluitend zijn de programma’s van Hollande en Sarkozy? Wat stellen zij voor om te voorkomen dat Frankrijk het volgende land wordt dat voor de bijl gaat bij de eerstvolgende eurocrisis? Dat dit gebeurt, is verre van ondenkbaar. Het Franse begrotingstekort is afgelopen jaar weliswaar iets teruggebracht, maar ligt nog altijd op 5,2 procent. De Franse staatsschuld bedraagt negentig procent van het bnp en stijgt. Onderliggend probleem is dat Frankrijk de afgelopen tien jaar sterk aan competitiviteit heeft ingeboet. De export stagneert en arbeidskosten zijn door hoge lasten zo’n tien procent hoger dan in Duitsland. De werkloosheid is tijdens het bewind van Sarkozy onverminderd hoog gebleven. Zoals het Engelse weekblad The Economist onlangs opmerkte, roept dat enkele pijnlijke vragen op: hoe lang kan de Franse verzorgingsstaat, een van de royaalste in Europa, nog op haar huidige niveau blijven functioneren? Hoe lang kan het land het aantal ambtenaren rechtvaardigen die de millefeuille van gemeente-, departements-, regio- en staatsorganen draaiend houden (negentig op de duizend inwoners tegen vijftig op de duizend in Duitsland)?

Het opmerkelijke van de huidige campagne is dat Sarkozy noch Hollande deze vragen publiekelijk onder ogen durft te komen. Geen van tweeën heeft het over bezuinigingen gehad. De enige die het over offers brengen heeft is de centrumkandidaat François Bayrou. Maar zijn doortimmerde verhaal ging verloren in een wekenlang debat over de etikettering van halal geslacht vlees en werd vervolgens overstemd door het kortstondig oplaaiende debat over immigratie en islamisering na de moordpartij in Toulouse. Sindsdien is Bayrou buiten beeld geraakt. In de peilingen staat hij weliswaar nog steeds ruim voor de esoterische kandidaat Jacques Cheminade, maar zijn voorsprong op Le Pen en Mélenchon is Bayrou kwijt.

De aard van het Franse verkiezingssysteem maakt het voor zowel Sarkozy als Hollande lastig om een eenduidig verhaal te vertellen. In aanloop naar de eerste ronde moeten zij hun eigen achterban bedienen. Maar om tijdens de tweede ronde de noodzakelijke meerderheid te halen, moeten zij respectievelijk de kiezers van Le Pen en Mélenchon proberen te verleiden en tegelijk een deel van de gematigde Bayrou-stemmers zien te overtuigen. In deze spagaat laten de kandidaten zich gemakkelijk verleiden tot bedenkelijke uitspraken, onuitvoerbare plannen en niet waar te maken beloftes. Zo liet Sarkozy zich ontvallen dat er ‘te veel buitenlanders’ in Frankrijk rondliepen en dreigde hij met eenzijdige opzegging van het Schengenakkoord. Hollande houdt vol dat hij niet zal buigen voor de financiële markten en bezweert dat er straks genoeg geld zal zijn voor de zestigduizend extra leraren die hij heeft beloofd. Ze komen ermee weg omdat de Fransen overal krijgen ingepeperd dat niet de al te kwistige hand van hun eigen politieke leiders het probleem is, maar de vrije markt en de globalisering. Een kleine tachtig procent van de Franse bevolking ziet de globalisering als een bedreiging.

In het licht van wat Frankrijk na 6 mei te wachten staat, is de huidige campagne moeilijk anders te kwalificeren dan als de kroniek van een aangekondigd kiezersbedrog. Volgens de econoom Jacques Attali zal de kater dan ook groot zijn, ongeacht de vraag wie er uiteindelijk wint. Attali schetst het volgende scenario: binnen enkele maanden na de verkiezingen zal de president op televisie verschijnen en het volk vertellen dat de financiële toestand ernstig, ja veel ernstiger is dan gedacht. De financiële markten, waar ruim driekwart van de Franse staatsschuld van afhangt, worden onrustig en verhogen de rente op leningen die de regering direct al nodig heeft om de ambtenarensalarissen te betalen. Verdere leningen worden alleen nog verstrekt indien de president en zijn regering per direct besluiten tot ingrijpende hervormingen en drastische bezuinigingen.

Wat in dit scenario de rol is van Jean-Luc Mélenchon is vrij eenvoudig te voorspellen. In het geval dat Sarkozy wordt gekozen, belandt de Parti Socialiste in een diepe crisis en zal Mélenchon zich manifesteren als de natuurlijke leider van de oppositie. Hij hoeft maar met zijn vingers te knippen of er staan miljoenen betogers in de straten die de komende vijf jaar iedere serieuze hervorming zullen blokkeren. Of het in het geval van ‘president Hollandreou’ – een leider die buigt voor de druk van de markten – veel anders zal lopen, is nog maar de vraag. ‘We zijn ervan overtuigd dat het slecht zal aflopen met Hollande aan het roer’, zo lieten ze zich vorige week bij het Front de Gauche ontvallen. Nee, op clementie van Mélenchon hoeft ook Hollande niet te rekenen.