Hollands binnenhuisje

Marjolein van Rotterdam
Huiselijkheid: Nederlanders en hun interieur van 1880 tot nu
Veen Magazines, 131 blz., € 14,95

Drie instanties die zichzelf serieus nemen: Anno (‘promotiebureau voor Nederlandse geschiedenis’), Historisch Nieuwsblad en VT Wonen werken samen aan de Week van de Geschiedenis, thema Wonen, en bedenken een bijpassende uitgave. De uitkomst is een boekje waar niets aardigs over te zeggen valt. De geschiedenis van het wonen is een rijk thema waarin uiteenlopende terreinen samenkomen, zoals sociale geschiedenis, mentaliteitsgeschiedenis en geschiedenis van architectuur. Ook als je het onderwerp versmalt tot de omgang van Nederlanders met hun interieur kunnen deze vakgebieden ertoe bijdragen om licht te werpen op de materie.

Je kunt natuurlijk ook een paar pakkende citaten zoeken in enkele van de vele handboeken met aanwijzingen voor het betere wonen, een schoenendoos met oude foto’s omkeren en het geheel geinig aan elkaar schrijven. Dat was de keuze van historica Marjolein van Rotterdam voor Huiselijkheid: Nederlanders en hun interieur van 1880 tot nu.

Een voor de hand liggend accent in dit boek over het Nederlandse binnenhuis had kunnen liggen op Berlage en de Amsterdamse School. Wat er staat is: ‘Ook in Nederland lopen rond 1900 ontwerpers rond met een gloeiende hekel aan versieringen. Hendrik Pieter Berlage is er één van.’ Afgezien van de gebrekkige formulering had de boodschap wel wat uitgebreider gekund. De Stijl, Pander, Gispen, toch toonaangevend voor het Nederlands meubeldesign, evenals de huidige generatie Nederlandse ontwerpers die internationaal zeer succesvol is, ontbreken. Juist als je voor leken schrijft – en voor hen is Anno in het leven geroepen – zou je de toegemeten vierkante centimeters papier moeten gebruiken om ze iets bij te brengen.

De interessantste foto’s in het boek tonen de huis/slaap/kook/eetkamers van arbeiders, onvoorstelbaar klein, vies en armoedig van inrichting, tot ver in de vorige eeuw. Helaas horen we niet hoe het arbeidersinterieur zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Of moeten we het herhaalde Ikea-bashing – ‘Idioten Kopen Echt Alles’ – als zodanig begrijpen? De vaststelling dat het warenhuis nou eenmaal goedkoop is en daardoor dominant op de meubelmarkt, is al te eenvoudig en gaat voorbij aan de onmiskenbare emancipatie van de smaak die de Zweden met hun simpele formule hebben bewerkstelligd. Ikea houdt de internationale ontwikkelingen op het gebied van interieur en meubilering zichtbaar in de gaten en biedt naast traditioneel en folkloristisch geïnspireerde artikelen ook objecten aan die voortbouwen op de inzichten van modern design.