Hollands lot

En toen was het zomer, gingen balkondeuren open, kwamen roos- en jasmijngeuren binnen, vloeide witte wijn, klonk allerwegen wedstrijdverslag en gejuich bij doelpunten, tikten de ballen, beschaafder, op het Engelse gras, werden koffers gepakt, verzekeringen gesloten, poezen van oppassen voorzien en leken Bosnie en Ruanda veel verder weg dan ze toch al lagen. Al in het Zwartboek waarin in 1933 werd ‘aangetoond’ dat de Rijksdagbrand door de SA was georganiseerd, repten de auteurs van de discrepantie tussen het enthousiasme van de voetbalfans in het stadion en de barre politieke reactie die op de brand volgde.

Hoezo, ‘al’? Spraken niet de Romeinen van 'brood en spelen’ als morfine voor arme stervelingen? Graag zou ik er schande van spreken, maar warmte, geuren, drank en toernooien - ze laten me niet onberoerd en verdringen een toch al machteloos geweten naar verdere uithoeken. Over voetjebal een uiterlijkheid. Dat de Geschiedenis ons strafte met de ergste kleur als nationaal symbool; dat de Commercie ons straft door met die kleur gans een wagenpark en land te vervuilen - dat is het Lot.
Maar dat de decorontwerper van de NOS zich op kosten van de werkgever heeft volgestopt met een mengsel van LSD, coke en ecstasy en zo aan het scheppen is geslagen met als resultaat een kruising tussen een oranje-zwarte druipsteengrot, een uitvergroot lesmodel van het interieur van een baarmoeder voor aankomende gynaecologen en een behangetje, vervaardigd uit het soort stof waarin de verschrikkelijkste pompoenpantoffel (onder meer in gebruik bij Ederveen en Niterink) wordt uitgevoerd, waar doorheen ook nog eens het vrijheidsbeeld vermomd als leren monster gluurt - waaraan hebben wij dat verdiend?
Op vijf netten wordt tegelijk dezelfde wedstrijd uitgezonden, fragmenten van een mondiaal decor, maar keert men terug naar de studio dan worden alleen de Nederlanders gestraft met beelden uit een horrorfilm die de jeugdtrauma’s activeren opgelopen bij het lezen van en kijken naar Alice in Wonderland.
Zo banaal als de televisie die het triviale en het wezenlijke mixt, zo banaal dit stukje. Het seizoen is afgelopen en ik realiseerde me dat ik, dank zij barre ellende, veel indrukwekkends zag. Maar het meest is me bijgebleven de aflevering van Lopende zaken waarin drie Bosnische zusjes in een Nederlands verblijf aan het woord werden gelaten. De oudste moeder- en vaderrol overnemend, de jongste met het diepe verlangen ooit, net als andere meiden, een nieuwe spijkerbroek te kopen, maar vol schuldgevoel over die wens, die immers geen pas geeft als je niet weet hoe moeder en oma op de ene plek en vader op een andere (hopelijk, want leeft hij nog?) aan de volgende hap eten moeten zien te komen. Een keer in de week met hulp van een radioamateur contact met moeder, waarbij de oudste die het woord doet net zo probeert verdriet en angst te maskeren als de moeder; terwijl de andere meisjes huilen. Dus vertelt ze ook niet dat de middelste zus niet meer praat. De voice- over meldt ons dat die inmiddels in een psychiatrische kliniek verblijft. Gek geworden - de normaalste reactie op wat niet te dragen lijkt.