Commentaar: UMTS-veilingen

Hollandse graaizucht

De dollartekens stonden minister Zalm van Financiën in de ogen toen hij de interviewer van het televisieprogramma Buitenhof enige maanden geleden voorrekende dat de veiling van UMTS-frequenties voor de derde «generatie» mobiele telefoons liefst twintig miljard gulden zou kunnen opleveren. In Groot-Brittannië hadden de telecombedrijven gezamenlijk al tachtig miljard voor de felbegeerde stukjes hemelruim betaald, maar dat land was dan ook vier keer groter dan Nederland. Tachtig gedeeld door vier maakt twintig — twintig miljard extra voor de aflossing van de staatsschuld dus.

Dat viel vies tegen. Afgelopen week kwam door het afhaken van de zesde bieder in het Scheveningse Kurhaus een abrupt einde aan de besloten veiling van vijf mobiele frequenties. «Slechts» zes miljard heeft een en ander de Nederlandse staat opgeleverd. Een tegenslag voor Zalm, maar voor een nieuwe dienst die internet en televisie via de telefoon wil brengen misschien een wat realistischer bedrag, al is het in de volgens veel economen overgewaardeerde nieuwe economie moeilijk taxeren. En twintig miljard of zes miljard, het bedrag moet sowieso door de belbedrijven worden terugverdiend.

De regeringen van Spanje, Portugal, Zweden, finland en Noorwegen hebben het anders aangepakt. Daar zijn de nieuwe frequenties niet geveild maar verdeeld onder de gegadigden met de beste plannen en voorwaarden. Ook in Frankrijk zal op aandringen van toezichthouder ART met een zogeheten beauty contest worden uitgemaakt welke vier bedrijven een licentie krijgen. Waarom is hierover vooraf in Nederland niet serieus gediscussieerd? Waarom heeft niet op voorhand het bedrijf dat beloofde ook in de weilanden van Noordoost-Groningen een zendmast te plaatsen een frequentie gekregen?

Vooraf is door de belbedrijven terecht gewaarschuwd voor de «graaimentaliteit» van minister Zalm. Staatssecretaris De Vries, verantwoordelijk voor de veiling, zei maandagmiddag dat het nooit de bedoeling is geweest zoveel mogelijk geld binnen te halen. «Niet de overheid moest de opbrengst bepalen, maar de markt.» Dat haal je de koekoek. Het was de minister zélf die in het voorgekookte televisie-interview met dat hoge bedrag van twintig miljard op de proppen kwam. Wanneer behalve het geld van de markt ook de kritiek van de markt serieus was genomen, dan had de bizarre vertoning in de gesloten inrichting op de Scheveningse boulevard niet hoeven plaatsvinden. Misschien dat met het oog op de toekomst de procedure door de Opta, de Nederlandse toezichthouder op de telecommarkt, eens geëvalueerd kan worden. De vierde «generatie» mobiele telefoons zal ongetwijfeld niet lang op zich laten wachten.