De Mexicaanse Hond speelt De verschrikkelijke moeder

Hollandse horror

Kerstreces vol oer-Hollands theater. De Mexicaanse Hond speelt De verschrikkelijke moeder van Alex van Warmerdam. Uit Rotterdam komt een lesbische variant op Shaws Pygmalion, met een paar liedjes uit My Fair Lady. Maar zónder As ’t effe kan

De Mexicaanse Hond in het Nieuwe de la Mar Theater: ergens klopt dat niet. In de foyer stond ik thee te drinken naast het borstbeeld van Ton van Duinhoven (legendarisch toneelspeler, wie kent hem nog?), en opeens keek ik recht tegen de (klaarblijkelijk zojuist onthulde) buste van Albert Mol aan. Wat de beeltenissen van de Nederlandse podiumkunsten betreft is dit theater (een levend lijk, Joop van den Ende gaat het binnenkort begraven) een rare lommerd, een curieuze uitdragerij van de polderlandse theatergeschiedenis aan het worden. Wat dóet Alex van Warmerdam hier? Waarom staat hij met zijn nieuwe voorstelling niet in Frascati, waar – in mijn herinnering – ruim tien jaar geleden Kaatje is verdronken werd gespeeld? Is het publiek van de Van Warmerdammers op drift geraakt?

De verschrikkelijke moeder heet de voorstelling. De tekst is van Alex van Warmerdam, de regie ook, zijn zoon drumt in de band, en Alex heeft ook het decor gemaakt. Dat decor is letterlijk adembenemend: je krijgt het er bij de eerste aanblik meteen benauwd van. Links op een verhoging een tweepersoonsbed, linksvoor een douchecabine, middenachter een griezelige ijskast uit de oertijd van de ijskasten, middenvoor een eettafel. De band (vier mannen) maakt rechtsachter lekkere muziek, Annet Malherbe zingt rechtsvoor. In haar buurt staat een kapstok. Een op elkaar gepropte familie die té weinig vierkante meters tot haar beschikking heeft. De klassieke Alex van Warmerdam-valkuil, waar zijn personages meestal ruggelings intuimelen: ademnood aangezien voor levensruimte. En altijd weer die doodgriezelige jaren-vijftigsfeer.

De voorstelling begint casual. Een slager (hij schijnt Emanuel te heten, mooi onwaarschijnlijke naam voor een slager) deelt zijn zwager (Gerard, hoofdonderwijzer), tijdens het verorberen van een gehaktbal mee dat hij niet van zins is voor iemand op zijn woorden te passen. Dat is een niet mis te verstane waarschuwing. Als zijn schoonzus Mary hem adviseert wat meer groenten te eten, antwoordt Emanuel, in zo’n prettig-mistige Alex van Warmerdam-oneliner: «Ik gedij niet op groenten. Vlees houdt me in bedwang.» Als zijn bloedmooie schoonzusje antwoordt dat ze van vlees timide wordt, riposteert slager Emanuel: «Meisjes uit het paradijs horen ook geen vlees te eten. Die eten meloen en vruchten en af en toe een vis.» Wanneer luttele minuten later slager Emanuel schoonzusje Mary onder de douche tussen haar naakte dijen grijpt, houdt hij zijn maffe petje op. Emanuel is een ongeleid projectiel. Als het dienstmeisje hem Engelse thee wil voorzetten, begint hij een oudtestamentische tirade tegen alles wat Engels is: xenofoob, enggeestig, eilandbewoners, «en dan nog constant links rijden ook».

Van harte welkom in het gekkenhuis van de Van Warmerdam-familie.

Emanuel wordt gespeeld door Pierre Bokma. Zoals genoegzaam bekend is kan Bokma uit het telefoonboek van IJmuiden of Velsen-Noord, achterstevoren gespeeld in het Sanskriet, gelegen op een spijkerbed, nog een geweldig brok theater maken. Als hij maar weet dat het ergens over gáát. Ik bespeur af en toe in de overslaande stem van Bokma, en in zijn heen en weer schietende, priemende blik, iets wat lijkt op: Waar gáát dit over?… Allée, ’t is een tekst van Alex van Warmerdam… Vooruit met den geit! In deel 2 van De verschrikkelijke moeder speelt Pierre Bokma een verschrikkelijke moeder, in een donkerblauwe jurk met een enge wurgceintuur, en met een Sidonia-kapsel, voorzien van een toevoegsel dat wij in ons dorp een «wrong» plachten te noemen. Als verschrikkelijke moeder is Bokma inderdaad verschrikkelijk. De familiehorror barst uit de lijst. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken – dit is toneelverslaggevers-diplomaten-proza – dat het allemaal wat verteerbaarder was geweest als er géén lijst had gestaan waar deze horror uit moest barsten. Mooi, en misschien geniaal, is dat de personages in dit drieluik – er is ook nog een merkwaardig en bizar derde deel, een soort epiloog – steeds in dezelfde situatie belanden. En, wellicht ondanks zichzelf, tot dezelfde terreur lijken veroordeeld. De hel, dat zijn de anderen. Ik probeerde er hartstochtelijk géén touw aan vast te knopen, verzoop in een soort nep-Hitchcock, smolt uiteindelijk bij zo’n typisch Van Warmerdam-verlangen, uitgesproken door Annet Malherbe, de zus die naar buiten wil, maar niet mag: «Een kalme golfslag, dat wil ik, het vlaggetje van de haringkar dat wappert in de wind.»

Tja.

De eerste teksten van Lieze Modderman, bloemenverkoopster voor het oude Luxortheater (Elize Doolittle in de Rotterdamse bewerking van Shaws Pygmalion) gaan zo: «Godschristus kijktuit waardes loopt.» Als de jongeman die haar omverliep en die haar handel in de modder liet lazeren zich vervolgens verexcuseert, riposteert Lieze snedig: «Sorry ja. Mij kanne nu fiooltjes gaan rapen uitte modduh, moetes kijke, modduhfiooltjes met verminderde frisheid. Kenne U dan mijn betalen voor de overkomen hufterigheid.» Even bladeren in de verklarende woordenlijst die in het programmaboek is opgenomen. Lieze Modderman is opgegroeid in de Rubroekstraat, een roemruchte uithoek in de buurt Crooswijk, waar volgens velen het platste Rotterdams wordt gesproken. Laat dat rustig over aan Loes Luca. Die heeft meteen de lachers op haar hand. Luca heeft sowieso een gulle Rotterdamse lach aan haar kont hangen. Ook met een noordelijke tongval veroverde ze indertijd theater- en bioscoopzalen, als Zuster Klivia in Ja Zuster Nee Zuster. Ook, net als hier, een regie van Pieter Kramer, die de komende jaren een vaste huisregisseur wordt van het RO-Theater. Pygmalion, als bekend de stof voor de musical My Fair Lady, heeft hier een ondertitel gekregen: «platvloers en wederopgebouwd».

Ko van den Bosch (auteur, acteur, regisseur, artistiek leider van Alex d’Electrique) heeft een nieuw stuk geschreven. Het Victoriaanse (eigenlijk Edwardiaanse, de originele Pygmalion stamt uit 1912) Engeland is verruild voor het Rotterdam van na de Tweede Wereldoorlog, platgebombardeerd en volop in de wederopbouw. Maar de belangrijkste ingreep van Van den Bosch is dat Shaws spraakleraar Henry Higgins is vervangen door de lesbische hoogleraar fonetica (tevens verzamelaar van dialecten) Hannie Higgins. Haar praktijk oefent ze uit in het door uitsluitend potten bewoonde pension van mevrouw Tetteroo. Dat wordt de locatie waar Higgins gaat werken aan de wederopbouw van de platvloerse Lieze Modderman, tot een vreemd pratende, beschaafde, uit zichzelf getreden dame. De bewerking is overigens prachtig, bij vlagen geniaal in de taaluitvindingen en de ruwe lyriek. Dramaturgisch is het stuk nogal wijdlopig, er ontbrak klaarblijkelijk iemand met voldoende gezag om Ko van den Bosch te adviseren iets meer darlings te killen. En als een toneelstuk dramatisch niet vlot genoeg loopt, dan kan fraaie taal een voorstelling raar genoeg weer ernstig in de weg zitten. De pikante potten scènes in het pension, met een hoog oh-la-la-gehalte, lijken een kruising tussen de brisante choreografieën in de nichtenkomedie La cage aux folles en de ochtendgymnastiek in Nederland beweegt.

Na een uurtje tuttigheid en dames&dames-opzegtoneel heeft één actrice klaarblijkelijk trek gekregen in een potje schmieren. Bij haar eerste toelatingsexamen – Lieze Modderman op de thee bij mevrouw Higgins-Van Loon (de moeder van Hannie Higgins) – trekt Debbie Korper, een rascomédienne, alle tot haar beschikking staande registers open, en dat zijn er nogal wat. Uit niks – de herhaalde opsomming van de gastenlijst – bouwt ze een pratend-schemerlampen-nummer dat tot het mooiste hoort dat ik op het gebied van comedytiming in tijden zag. Met een opspelende blaas van het lachen – mijn beide Rotterdamse buurvrouwen deden het bijkans in hun broek – werden we de pauze in gestuurd.

Het niveau van die scène haalt het ensemble daarna voor geen meter meer: Pygmalion kakt na de pauze hopeloos in elkaar, in een janboel van sentimentaliteit, melodrama, wéér dat hopeloze dames&dames-opzegtoneel en een enkel verdwaald liedje uit My Fair Lady (As ’t effe kan heb ik overigens erg gemist). De relatie met het Rotterdam van de naoorlogse wederopbouw doet opeens geforceerd aan, het hardwerkende ensemble krijgt de pieremachochel van Ko van den Bosch nauwelijks meer aan de praat, de parels van zijn ruwe poëzie rollen tussen de zwijnen weg. Het enige hoogtepunt na de pauze is een slim gemonteerd filmpje. Hier speelt zich de ultieme triomf af van Lieze Modderman en Hannie Higgins (trouwens een mooie, strak gespeelde rol van Olga Zuiderhoek): de woordloze ontmoeting met het koningshuis. Daarna gaat Pygmalion als een nachtkaars uit. Ik zag de voorstelling een dag of vijf na de première, de ploeg had tijdens de kerstdagen pittig doorgespeeld, misschien hadden ze hun avond niet.

De voorstelling heeft een hoop potentie en nog een lange speellijst. Veel tijd nog voor een revanche.

De Mexicaanse Hond staat met De verschrikkelijke moeder van Alex van Warmerdam nog tot en met 9 januari in de Verkadefabriek in Den Bosch (073-6818160). Inlichtingen: www.orkater.nl. Later in 2005 keert de voorstelling terug voor een uitgebreide tournee.

Het RO-Theater speelt Pygmalion – platvloers en wederopgebouwd nog tot en met 18 maart door het hele land, van 21 tot en met 23 januari in de Stadsschouwburg Amsterdam. Inlichtingen: www.rotheater.nl