Hollandse toestanden

Ineens heeft Duitsland zijn multiculturele drama, en hoe. Aanstichter is de afgetreden Bundesbank-bestuurder Thilo Sarrazin. In zijn inmiddels door honderdduizenden mensen gekochte boek Deutschland schafft sich ab rekent hij af met het Duitse immigratiebeleid. En passant betoogt hij dat moslims op zowel culturele als genetische gronden dommer zijn.

Begin deze maand verklaarde president Christian Wulff demonstratief dat de islam bij Duitsland hoort, waarop bondskanselier Merkel hem bijviel maar ook constateerde dat het multiculturalisme mislukt is. Laatste hoofdstuk vormen voorlopig de uitspraken van Horst Seehofer, leider van de Beierse christen-democraten. Hij pleit tegen extra arbeidsmigratie uit landen als Turkije.

Voor een Nederlander in Duitsland heeft het veel weg van een herhaling van een slechte film. Het begint met keurige vrienden die hun zinnen plotseling voorzien van dooddoeners als ‘je mag niet generaliseren, maar…’ Het eindigt met wildvreemde mannen die je op straat aanspreken over Turken die geen Duits kunnen (‘Wat, u bent zelf buitenlander? O, Nederland. Maar jullie zijn toch eigenlijk ook een deel van Duitsland!’).

Het ligt voor de hand om het Duitse integratiedebat als een inhaalslag te zien, zoals de meeste commentatoren dan ook doen. Dat streelt meteen het ego van Nederland gidsland. We lopen weer voorop. Net als in de jaren zestig doen de politiek correcte Duitsers er gewoon wat langer over.

Dat is gevaarlijke onzin. Ten eerste is deze discussie helemaal niet nieuw bij de Oosterburen. Met name vanuit regeringspartij CDU is de afgelopen decennia telkens weer benadrukt dat Duitsland geen immigratieland is en dat de dominante Leitkultur de Duitse cultuur dient te zijn. Een door Wilders gewenste maatregel als het hoofddoekjesverbod voor onderwijzend personeel is in het grootste deel van het land al lang een feit.

Ten tweede is het Duitse debat geen kopie van het Nederlandse. Het rechtspopulisme neemt in ieder land een specifieke vorm aan. In Nederland werpt het zich op als beschermer van seksuele vrijheid en vrouwenemancipatie. In Denemarken staat de verzorgingsstaat centraal. In Amerika appelleert de Tea Party-beweging juist aan het diepgewortelde wantrouwen tegenover overheidsbemoeienis. En in Duitsland? De populariteit van Sarrazins stellingen doet vermoeden dat een rechtspopulisme met Duitse karakteristieken meer de nadruk zal leggen op genetica, op bevolkingspolitiek en op een keiharde geopolitieke strijd om menselijk kapitaal.

Ten derde getuigt het van misplaatste arrogantie om het Nederlandse debat tot voorbeeld te verheffen. Wat kan Duitsland nou helemaal van ons leren? Na tien jaar lang ‘het beestje bij de naam noemen’ is Nederland geen leefbaarder land. De politiek wordt gegijzeld door een rechtspopulist die oorlog wil voeren tegen ‘de’ islam. De andere partijen hebben zijn programma en taalgebruik grotendeels overgenomen, met als gevolg dat de kloof tussen autochtonen en allochtonen alleen maar groter is geworden. En het belangrijkste: door alle dringende maatschappelijke problemen, van schooluitval en criminaliteit tot verwaarloosde ouderen, terug te brengen tot ‘de moslim’, zijn echte oplossingen verder weg dan ooit.

Kan Duitsland die fouten vermijden? Dat valt te betwijfelen in het huidige politieke klimaat. Maar één ding is zeker: in het opnieuw losgebarsten integratiedebat kunnen Hollandse toestanden gemist worden als kiespijn.