Hollywoods witte huis

IN DE POLITIEK lijkt alles om het imago te draaien. Althans, dat is het beeld dat de media ervan geven. De film Primary Colors toont de worsteling met de publieke opinie van presidentskandidaat Jack Stanton, gespeeld door John Travolta. In een lokale radioshow krijgt hij de volgende vragen te beantwoorden: ‘Vertel eens Jack, in welk hotel logeert je moeder als ze in Vegas is?’ ‘Wat is haar favoriete bar?’ ‘En die van jou?’ ‘Op welk nummer zet jij in bij black jack?’

Zo kabbelt het gesprek voort, totdat de tegenkandidaat naar de show belt en Stanton aanvalt. Hij dient hem van repliek: ‘Op pagina 18, derde paragraaf van jouw programma staatà’ Hij wint het debat, maar enkele uren later blijkt dat zijn politieke tegenstander nog tijdens de uitzending een hartaanval heeft gehad. Was de wijsneuzigheid van Stanton de oorzaak?
De boodschap die regisseur Mike Nichols wil overbrengen, is duidelijk. Het imago van een politicus is kwetsbaar. Succes en falen hangen af van factoren die even veranderlijk zijn als de windrichting. De capaciteiten van politici doen niet echt terzake, alleen het overleven telt. En overleven hangt af van een gunstig beeld. Het gaat niet om goed zijn, het gaat om goed overkomen. Als Jack Stanton kan bewijzen dat hij geen kind verwekt heeft bij een minderjarige serveerster, is dat goed genoeg. De vraag naar zijn werkelijke relatie met het meisje, en dus naar zijn karakter, blijft ondertussen onbeantwoord.
Tot zover heeft de film geen verrassingen in petto. Dit bevestigt de indruk die we toch al hadden van de Amerikaanse politiek. In Nederland wordt het spel minder ruw gespeeld, maar ook staat de reputatie van menig politicus in geen verhouding tot zijn werkelijke kwaliteiten.
Gelukkig brengt Nichols nog enige gelaagdheid in het verhaal. Door de camera op een partijbijeenkomst niet in het publiek neer te zetten - zoals we van het nieuws gewend zijn - maar op het podium, krijgen we het perspectief van de politici te zien. Een beangstigend perspectief. Senator Picker, de tegenstrever van Stanton, krijgt het duidelijk te kwaad als hij weerwoord moet bieden aan een uitzinnige, hossende menigte.
DIE MASSALE GEKTE die in Amerika het gezicht van de politiek bepaalt, kennen wij niet. Stel je een partijcongres voor van D66, PvdA of VVD waar iedereen, uitgedost in clubkleuren, zwaait met vlaggen of borden. Nee, het idee dat de zaal de partij op televisie moet verkopen, leeft hier (nog) niet, Toch is ook bij ons het televisieverslag bepalend voor het succes van een congres en niet het feit of de bijeenkomst voor de aanwezigen de moeite waard was.
Mike Nichols brengt goed in beeld hoe Stanton en zijn medewerkers regelmatig toeschouwer worden in het verhaal van hun eigen leven. Elke politicus kent die ervaring: wat er in de krant stond was niet waar, maar doordat het er stond is het waar geworden.
In de Verenigde Staten heeft dat onder andere te maken met problemen van schaalgrootte. Transparantie is op die schaal haast niet te verwezenlijken. Maar de politiek gaat ook gebukt onder wat ik 'technocratisering’ zou willen noemen. De internationale, organisatorische en juridische context van de moderne samenleving is zo statisch dat er weinig creatieve gebaren kunnen worden gemaakt. Politici moeten aan de oppervlakte blijven om de stabiliteit van een goed functionerende bureaucratie niet te verstoren.
Ook in ons land houden schijn en wezen van de politiek steeds minder verband met elkaar. Kijk naar het nieuwe paarse regeerakkoord. Partijen hanteren een verhaal voor de binnenkamer, waar ze ragfijne compromissen smeden van technisch-ambtelijke aard, en daarnaast vertellen ze een verhaal aan de buitenwacht dat ideologisch links of onversneden rechts klinkt, louter om de eigen kiezer en partijachterban te blijven inspireren.
Ondanks die 'technocratisering’ heeft Hollywood de politiek herontdekt. In korte tijd zag ik een film over de Amerikaanse president op vrijerspad, de president verwikkeld in een ruimteoorlog, en een film over de kaping van Airforce One. Stuk voor stuk groots uitgebrachte producties.
Opmerkelijk is het verschil in perspectief tussen de klassieker All the President’s Men en de nieuwste lichting kassakrakers. Werd er vroeger positie gekozen tegen de president en het machtsbolwerk dat hij vertegenwoordigt, nu is de president de sympathieke figuur en wordt er afgerekend met de media. Dat heeft Bill Clinton dan toch maar bereikt: de Amerikaanse president wordt afgeschilderd als good guy. De charme van Primary Colors schuilt deels in de frappante gelijkenis tussen de acteurs John Travolta en Emma Thompson en het echtpaar Clinton. De film is een politieke spotprent.
OOK IN WAG THE DOG, waarin de media-coverage van een verzonnen oorlog met Albanië de aandacht moet afleiden van een politiek schandaal, is het werkelijke onderwerp niet de politiek maar de kwetsbaarheid van de democratie in het mediatijdperk. De media bepalen wat de kiezer vindt, en zij laten zich geheel leiden door kijkcijfers. Een smeuïg verhaal is per definitie interessanter dan een politieke speech over het euvel van de werkloosheid.
In Amerika viel het uitbrengen van Primary Colors samen met de onthulling van Linda Tripp over de escapades van de Amerikaanse president met stagiaire Monica Lewinski. Het leek alsof de makers over voorspellende gaven hadden beschikt. In werkelijkheid is de Lewinski-affaire natuurlijk een volmaakt logisch gevolg van de journalistieke preoccupaties.
Zouden regisseur Nichols en de anonieme auteur van het gelijknamige boek werkelijk bezorgd zijn over deze mediatrend? Tot op zekere hoogte. Kennelijk bestaat er in hun ogen iets als waarachtige politiek die om zeep geholpen wordt door de druk van de media. In boek en film is een hoofdrol weggelegd voor een jonge campagneleider die Stanton steunt uit idealistische overwegingen. Deze Henry Burton moet veel teleurstellingen incasseren en schikt zich uiteindelijk in het idee dat alleen iemand zonder karakter in staat is om de glijbaan naar het Witte Huis te beklimmen. De grootste teleurstellingen zijn overigens voor Stantons vrouw, die het net als Hillary publiekelijk voor hem opneemt, terwijl haar geduld buiten het zicht van de camera’s al lang op is.
De anonieme auteur pretendeerde een kijkje achter de schermen van Clintons campagne te geven. Speculaties over de identiteit van de schrijver creëerden een media-hype rond het boek, dat anders waarschijnlijk niet veel opzien had gebaard. Voorzover de makers zorgen hebben over de valse dramatisering van de politieke werkelijkheid belet hen dat niet er volop aan mee te doen.
HET UITGANSPUNT van Nichols is het clichébeeld van de politiek. Soms kleurt hij het in, waardoor het heel even diepgang krijgt, maar vaker doet hij aan uitvergroting, vertekening en ridiculisering van de werkelijkheid zoals die eerder door de media is gecreëerd. Over de politiek zoals die werkelijk is komt de toeschouwer helemaal niets aan de weet. Het verhaal is flinterdun en de rol van de presidentskandidaat is een variété-act. Stanton glimlacht voortdurend weeiig, zelfs op de meest ernstige momenten.
In het begin van de film wordt al duidelijk dat Nichols en Travolta niet echt diep op hun thema willen ingaan. We zien een Stanton die warme, diep-menselijke handdrukken geeft. We zien een politicus die het handenschudden tot een grote kunst heeft verheven. Primary Colors weet niet te boeien, en dat komt doordat de makers het wezen van de politiek hebben willen presenteren zonder zich al te ver van de vooroordelen over politiek te willen verwijderen.