Rap als vertelkunst

Homeros’ show en Snoop’s chiasmen

Doordat rap een miljoenenindustrie is geworden, zijn veel MC’s tegenwoordig uit op het snelle geld, en niet meer op de literaire-heldenstatus. Terwijl rap toch vertelkunst is, vergelijkbaar met rapsodieën uit de Oudheid. Door het virtuoze taalgebruik, door houding en stijl staan de Griekse dichter en de moderne «lyricist» dicht bij elkaar. Sterker nog, de grote Homeros wordt links en rechts ingehaald door zijn nakomelingen.

Rap begon, 25 jaar geleden, vrij simpel. Kool DJ Herc was vanuit Jamaica verhuisd naar de Bronx in New York. Thuis had hij geleerd hoe je een feestje moest bouwen. Allereerst ging het erom dat je sound system goed was. Zijn sound system overstemde destijds alle andere, dus die was goed. Hij had geen gebrek aan luisteraars.

Kool Herc draaide soul- en funkplaten, net als andere dj’s in de Bronx. Maar Herc ontdekte dat bij veel nummers de zogenaamde break veel dansbaarder was dan de rest van het nummer. Daarom plakte hij die breaks aan elkaar waardoor er één dansbaar geheel ontstond. In de microfoon riep hij teksten om het publiek op te zwepen. Na verloop van tijd liet hij zijn vrienden Coke La Rock en Clark Kent plaatsnemen achter de microfoon om ook wat van die opzwepende teksten te maken. Ze «naar een hoger plan te tillen», zoals hij zelf zei. Ze noemden zichzelf het MC-team (de rapgroep) van Herc: de Herculoids. Zij zijn verantwoordelijk voor de archetypische eerste rapzinnen, stuk voor stuk literaire hoogstandjes, als: «Throw your hands in the air/ wave ’em like you just don’t care».

Hiermee lag rap nog niet in de schappen van de platenwinkels. In 1979 kwam hier verandering in door de Sugarhill Gang, die het eerste rapnummer ooit uitbracht: «I said Hip? Hop.» Wie hip was, wist dat dit geen onschuldig verzoek was tot het doen van een hopje op de dansvloer. Als in de Escape iemand wordt gevraagd of hij uitkijkt naar een witte kerst weet hij dat het niet gaat om sneeuw bij de geboorte van het kindeke. Hop was de bedekte term voor hasj. Veel drugsdealers liepen op straat waar aan te prijzen met rijmpjes als: «Hip? Hop. Hippie hippie? Hop. Don’t stop.» Ben je hip? Koop hasj.

Rap heeft altijd gestonken naar de straat en heeft zich altijd bezig gehouden met onderwerpen uit de achterbuurt. In die zin was rap verre van onschuldig. Als kunstvorm was rap wél onschuldig. De MC’s die op een straathoek een verhaal vertelden, verwachtten daar niet rijk mee te worden. Het was niet meer dan cool om sterke lyrics te maken. En al vrij snel ontstond er competitie tussen de MC’s onderling wie de intelligentste teksten kon bedenken. Onbewust stapte rap daarmee in een eeuwenoude traditie.

Rapteksten zijn goed vergelijkbaar met de grootste epische gedichten van de mensheid. Ion van Ephesus, de Griekse rapsode, zou zich omdraaien in zijn graf, maar hij zou er ook niet omheen kunnen: hij en zijn collega’s zijn de voorboden van de MC’s. Letterlijk waren de Griekse woordkunstenaars ook «song stitchers»: degenen die nummers aan elkaar naaiden. Maar er zijn meer overeenkomsten. De rappers uit de Oudheid trokken van festival naar festival om met elkaar de strijd aan te gaan. Met hun opvallende kleding probeerden ze de aandacht van het publiek te trekken. Hoger opgeleiden vonden rapsodieën stompzinnig. Rapsodie werd synoniem voor onbetrouwbaarheid. Vroege rapsoden bespeelden vaak nog een lier, maar geleidelijk stapten ze over op het gebruik van slechts een staf. Ze koesterden dezelfde wens als de rappers: indruk maken met een lang verhaal.

Een lang verhaal uit het hoofd leren was toen, net als nu, geen sinecure, zeker niet als de exacte bewoordingen van groot belang zijn. Metrum vergemakkelijkt de taak aanzienlijk. Rapsoden kennen een vaste versvoet, rappers kennen een vaste flow. Wie de dactylische hexameter van Homeros hardop leest (geef me m’n hoed en m’n jas en m’n tas want ik ga me bedrinken) hoort de cadans van een rap.

De eerste rapsoden die een broederschap vormden, noemden zichzelf de afstammelingen van Homeros: de Homeriden. Homer and the Homerids hadden — net als Herc and the Herculoids — méér nodig dan alleen een lang verhaal om het publiek te blijven boeien. Daarom wemelden de gedichten die ze reciteerden van de stijlfiguren, om nadruk te leggen op sommige delen van de tekst of gewoon om het publiek te vermaken. De rappers van nu bedienen zich van dezelfde stijlfiguren als hun Griekse grootvaders om de battle te winnen. Neem de metaforen. In het Engels heet het nog altijd gewoon «metaphore», en MC’s «dig» metaphores. Er is bijna geen raptekst te vinden zonder. «Ik schop je voor je reet als een penalty van Koeman», zegt de Osdorp Posse. Voorbeelden te over: «Gasten zijn zo soft als de tieten van een vet wijf» (Saafir en Casual in een «free style battle»). Qua inhoud onvergelijkbaar, maar qua vorm niet anders dan een fragment van Anacreon: «Eros heeft mij gebeukt als een bronssmid met een bijl./ En hij heeft mij in een winterbeek ondergedompeld».

Dat laatste citaat is een mooi voorbeeld van een andere klassieke stijlfiguur: de hyperbool, de opzettelijke overdrijving. Sappho schreef (fragment 229): «Er komt een bruidegom binnen, gelijk aan Ares, veel groter dan een reus.» Een rapper zou zeggen: «Ik ben verantwoordelijk voor meer lijken dan een vliegtuigcrash» (Beatnuts); «De lakens verschonen? Je maakt een grap./ Je moet de hele boxspring vervangen»; «Voor deze dekhengst heb je training nodig/ Ik laat je matras overstromen met bloed» (Kool G Rap).

Odysseus deed bijna hetzelfde als Kool G Rap in een metafoor van Homeros: naakt zag hij de beeldschone Nausicäa tussen haar vriendinnen, en «hij zag eruit als een leeuw uit de wildernis die (…) zelfs in een goed beschermd huis in zou breken om de schapen te pakken te krijgen». (Odyssee, boek z, vers 130-135). Een metafoor die over vijf verzen strekt, net als een metafoor van Rakim: «Ik denk en zink/ in het papier als inkt/ als ik schrijf ben ik gevangen tussen de regels/ ik ontsnap als mijn tekst eindigt/ I got soul.»

Toch zijn er belangrijke verschillen tussen rap en rapsodie. Ten eerste rijmen rapso dieën niet, en ten tweede reciteerden rapsoden andermans teksten. Een rhyme is niets zonder rijm en een rapper die andermans teksten gebruikt is een haai. Maar voor Socrates zelf was er eigenlijks nauwelijks een verschil tussen reciteren en schrijven. Hij zag tekstenjatters zeker niet als haaien. De Muze inspireert volgens hem degene die gedichten schrijft en degene die ze reciteert gelijkelijk. Zij is een magneet die een ijzeren ring, de dichter, inspireert tot het schrijven van epische gedichten. Deze ijzeren ring geeft het magnetisme door aan andere ijzeren ringen, de rapsoden. Het reciteren is geen andere kunst dan het opschrijven.

Opvallender zijn natuurlijk de overeenkomsten. Want zelfs de meest vergeten, stoffige stijlfiguren uit de rapsodie zijn nieuw leven ingeblazen door de hedendaagse rap. Vergelijk de (bijna) anakoloet van Sappho (fr. 224): «de appelplukkers waren hem vergeten — nee, toch niet zomaar vergeten, maar ze konden er niet bijkomen» met een volmaakte anakoloet van LL Cool J: «Ik heb zelfs rhymes in mijn — huh, vergeet ’t, ik ben geconstipeerd.» De anakoloet is een stijl figuur waarbij de verteller zichzelf onderbreekt om de aandacht op iets nóg belangrijkers te vestigen. De moderne variant is in dit voorbeeld superieur. Het is een perfecte, want ook grammaticale anakoloet en bevat bovendien een tweede stijlfiguur: de ellips. Een ellips is een opzettelijke weglating. In de tekst van «Ladies Love Cool James» kan de luisteraar reconstrueren wat verzwegen wordt. Het is duidelijk waar de teksten van LL zich bevinden. Veel rappers bedienen zich van de ellips. Een prachtig voorbeeld: «Die gasten zijn zo gierig dat ze korte armen en diepe zakken hebben» (GZA).

Nog een stijlfiguur. Een volledig in onbruik geraakte: het chiasme, een enigszins ingewikkelde maar mooie stijlfiguur. Een chiasme is een kruisstelling, een spiegeling in de komma. In de vorm: woord A woord B, woord B woord A. Snoop Doggy Dogg brengt een chiasme te berde waar Homeros jaloers op zou zijn: «With my mind on my money, and my money on my mind.»

In andere woorden: de grote Homeros wordt links en rechts gepasseerd door zijn nakomelingen. De meester moet trots zijn geweest op zijn klanknabootsing in de Odyssee. We horen de zeilen werkelijk scheuren in de volgende passage: «De kracht van de wind scheurde de zeilen tricta te kai te tracta diescisen is anemoio (trichta te kai te trachta dieschisen is anemoio) in drieën en vieren uiteen» (Odyssee, boek i, vers 71). Knap. Maar de klank van knallende pistolen dringt minstens zo mooi door in de regels van Inspectah Deck: «Poisonous paragraphs, smash ya phonograph in half, it be the Inspectah Deck on the warpath/ First class leavin mics with a cast, causin’ ruckus like the aftermath when guns blast.»

Al het genoemde is het topje van de ijsberg. Wie genoeg raps doorspit, stuit op honderden anaforen, epiforen, acronymen, metonymen, enallages en epithetons. En de overeenkomst houdt niet op bij de stijlfiguren. In houding en stijl staan de dichter en de «lyricist» dicht bij elkaar. Archilochos, de Griekse dichter, leert zijn verraderlijke vrienden een lesje, net als Nas zijn vroegere vriend Jay-Z een lesje leert:

Archilochos (fr. 6 en 79a):

«Een of andere Thraciër schept nu op met mijn schild, een wapen zonder gebreken dat ik gedwongen bij een bosje achterliet.» «En mogen de Thraciërs (…) hem allervriendelijkst naakt te pakken nemen (…) als hij verstijfd is van koude, en moge eerst zeeschuim dan veel zeewier hem bedekken, en moge hij zijn tanden als een hond laten klapperen (…) Dát zou ik willen zien gebeuren met de man die mij onrecht heeft aangedaan (…) terwijl hij eerst mijn vriend was.»

Nas hoorde over Jay-Z en zijn platenlabel Rockafella dat ze nu ruzie zoeken:

«Dat deze Gay-Z en Cockafella Records willen fokken/ spande de haan van mijn wapen, langzaam de munitie laden/ om te laten ontploffen op de kameel en zijn soldaten, ik kan ze hebben.»

Griekse vertellers meten zich, net als MC’s, een superego aan, om zichzelf en omstanders van hun oneindige gelijk te overtuigen. De moderne zelfverheerlijking lijkt, zelfs in bewoording, als twee druppels water op die in de Oudheid. Ion de rapsode zegt tegen Socrates: «Je zou moeten horen hoe ik Homeros reciteer. De Homeriden zouden me een gouden kroon moeten geven.»

Verderop vraagt Socrates of een goed rapsode ook een goed veldheer is:

«Ion: Absoluut.

Socrates: En jij bent de beste Griekse rapsode?

Ion: Verreweg de beste, Socrates.

Socrates: En ben jij de beste veldheer, Ion?

Ion: Zeer zeker, Socrates; en Homeros was mijn leermeester.»

Bestaan er rappers die niet beweren dat zij de beste zijn? Natuurlijk niet. Zulke rapsoden hebben ook nooit bestaan.

Ook de freestyle battles en festivalwedstrijden moeten op elkaar hebben geleken. Dat geldt zelfs voor het publiek. Indruk maken gebeurt al eeuwenlang op dezelfde manier. Wie zijn publiek wil overtuigen van zijn creatieve intelligentie en geniale vertelkunst zal alles uit de kast moeten halen. De rapsoden speelden daarom bewust leentjebuur bij de retorici, waar bijna alle genoemde technieken vandaan komen. Rappers hebben datzelfde gedaan — onbewust. Ook de gelijkenis met de oude Grieken houdt hen niet bezig. Sterker nog, Brand Nubian rapt: «The ancient Greeks were fuckin’ freaks.»

Toch zouden de Brand Nubian zich in het lot van de oude rapsoden moeten verdiepen. Want om te voorkomen dat rapteksten verstenen en later nog louter op keurige schooltjes en in opruiende opiniebladen worden aangehaald, moet de rapper het anders aanpakken dan zijn illustere voorgangers. En de toekomst is helemaal niet zo rooskleurig. Door de miljoenenindustrie die rap is geworden, zijn veel MC’s tegenwoordig uit op het snelle geld, niet meer op een literaire-heldenstatus. Daarmee wordt het zoeken naar geniale vondsten overvleugeld door de voor de winstmarges noodzakelijke gadgets en oninteressante gimmicks van de pop wereld. MC Serch: «Hiphop got turned into hitpop/ the second a record was number 1 in the popcharts.» Een groot platenlabel zal rap niet anders exploiteren dan rock of pop. Terwijl rap geen muziek is, maar vertelkunst. Een nieuwe rap-ster zal er niet meer komen door inventieve teksten, wél door een fantastisch imago. Zoals Nas zegt: «But wait a sec’, give me time to explain, women and fast cars/ And diamond rings can poison a rap star.»