Hometrainers voor het geheugen

Digitaal lezen leidt tot digitale dementie. Het concentratievermogen neemt af en de hersenen blijven klein. De oplossing? Gewoon weer papieren boeken lezen.

Arianne Baggerman, Paul Hoftijzer, Gerard Unger, Adriaan van der Weel, Boeketje boekwetenschap. Over de (on)natuurlijkheid van schrijven, drukken en lezen, € 14,50

Medium d d34 digiboekegypte web

Sinds de uitvinding van de digitale technologie is het niet meer zo simpel te zeggen wat een boek is. Publicaties over de toekomst van het boek zijn bij verschijning al weer achterhaald. De materiële duurzaamheid – op een schijf of in de ‘Cloud’ – van ‘digitale content’ is nog altijd beperkt. En als het mogelijk is de data fysiek in orde te houden, kunnen ze nog steeds op termijn onleesbaar raken als er geen software of hardware meer is die de informatie kan verwerken.

De kosten van digitale opslag worden alleen maar groter: digitale bestanden moeten voortdurend worden overgezet naar nieuwe systemen en nieuwe software en websites moeten intensief worden bijgehouden. De digitale revolutie heeft al geleid tot veel grote en kostbare projecten die wegens geldgebrek niet meer onderhouden worden, onzichtbare ruïnes van ontoegankelijk geworden databases en in de steek gelaten websites.

Het optimisme van nog maar een paar jaar geleden is bijna lachwekkend geworden. De directeur van het Centraal Boekhuis – nu CB genaamd – zag bijvoorbeeld in 2009 nog een rooskleurige toekomst voor zijn bedrijf dankzij de komst van het e-book. Inmiddels weten we dat niet het Centraal Boekhuis maar Apple zich ontfermt over de distributie van e-books en over nog meer dan de dertig procent van de opbrengst die het CB in dit model voor zichzelf had gereserveerd. Daarvoor levert Apple heel wat minder dan het CB altijd deed, namelijk alleen de programmatuur.

En zo blijken meer argumenten voor het digitale boek in hun tegendeel te verkeren. Goed voor het milieu bijvoorbeeld – dat argument is heel erg gedateerd, sinds we meer weten over het energieverbruik van de servers van bedrijven als Google. Om over de immense schroothopen verouderde leesapparatuur nog maar te zwijgen. Het blinde vooruitgangsgeloof dat zich vanuit Silicon Valley over de hele, in ieder geval westerse, wereld heeft verspreid, blijkt echter zeer hardnekkig.

En slimmer worden we er ook al niet van, zo blijkt uit verschillende onderzoeken naar de invloed van de digitale cultuur op de sociale vermogens en hersencapaciteiten van mensen. In The Dumbest Generation concludeerde Mark Bauerlein al in 2008 dat de Amerikaanse jeugd niet alleen de traditionele kennis en vaardigheden ontbeert, maar ook de technische basisvaardigheden mist om effectief te kunnen zoeken op het internet. Nicholas Carr kon in 2011, op basis van de toen beschikbare onderzoeksresultaten, nog weer een stapje verder gaan in zijn boek Hoe onze hersenen omgaan met internet: Het ondiepe. Gebruik makend van nieuwe inzichten over de plasticiteit van het brein en de werking van het menselijk geheugen constateerde hij onder meer dat digitaal lezen niet alleen het geheugen en het concentratievermogen van mensen aantast maar ook ondermijnend is voor het vermogen tot kritische reflectie en creativiteit. Het boek leidde zelfs in Nederland tot de nodige discussie en de auteur kreeg gelijk, de boodschap is niet in het geheugen blijven hangen.

Deze vergeetachtigheid heeft voor cognitie- en hersenwetenschappers het voordeel dat hun publicaties steeds weer de nodige reuring veroorzaken. Tegelijkertijd lijken ze geen enkele invloed te hebben op beleidsmakers. Men zou kunnen zeggen dat het enthousiasme waarmee de recente lancering van de zogenaamde ‘iPadscholen’ ook door politici wordt omarmd, getuigt van ‘digitale dementie’. Deze term hanteert de vooraanstaande Duitse hersenonderzoeker Manfred Spitzer die in zijn recent verschenen studie Digitale dementie: Hoe wij onze hersenen kapot maken op basis van weer ander onderzoek tot dezelfde conclusie komt als Carr, aangevuld met een aantal verontrustende nieuwe uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Veelvuldig gebruik van digitale media door kinderen en jongeren onder de achttien jaar zou ervoor zorgen dat hun geheugen te weinig getraind is, wat ertoe leidt dat hun hersenen, voorgesteld als een spier die onvoldoende is opgerekt, klein blijven. Zij hebben een relatief grote kans op vroegtijdige dementie.

Is dat erg? Welnee. Inmiddels is Google ook weer verder gekomen. Binnen afzienbare tijd hoeven we onze hersenen niet meer te gebruiken, zelfs niet voor het stellen van goede vragen. Google geeft, op basis van wat in hun databases al van ons bekend is, antwoorden nog voor we de vragen hebben gesteld. Hiervoor betalen we in de vorm van aandacht voor alle op maat gesneden advertenties die we er gratis bij geleverd krijgen. Slecht voor het milieu, ondermijnend voor onze concentratie, funest voor onze creativiteit en ons vermogen tot kritisch nadenken en een aantasting van het menselijk brein. Wat ten dele weer wordt opgelost door programmatuur waardoor we het ons kunnen permitteren dommer en dommer te worden.

Ondertussen is het ouderwetse papieren boek bezig met een onverwachte opmars. Toen ik enkele weken geleden door de P.C. Hooftstraat wandelde, viel me op hoe hot het gedrukte, gebonden boek is. Men vindt ze niet meer alleen in de boekhandels maar ook in de interieurs van modewinkels, schoenenwinkels, meubelwinkels. Menige etalage wordt gevuld met een stilleven van schoenen, laarzen, sjaals én boeken.

Waar halen de etaleurs die boeken vandaan? Gelukkig is er voor dit soort vragen het internet. ‘Ik heb thuis een boekenkast waarin ik boeken wil zetten als decoratie. Nu vroeg ik me af waar je daar op een goedkope manier aan kunt komen.’ ‘In een winkel zag ik metalen frames waar de ruggen van boeken tegenaan gelijmd waren. Zag er best mooi uit maar ik vroeg me af of het suf is om zoiets in je kast te zetten.’

En aan de aanbodkant zijn er volop advertenties: ‘Voor kastvulling of etalagemateriaal te koop’, of: ‘Oude boeken om bijvoorbeeld mee te decoreren. Staan leuk in een brocante of landelijke kast.’ De enorme populariteit van papieren boeken wordt ook bevestigd in de nieuwste interieurbladen. Men kan kiezen voor grillig gevormde boekenkasten gevuld met willekeurig gekozen boeken die nog meer kleur geven aan het geheel, boekenkasten waarin de inhoud op kleur is gesorteerd, of boekenkasten waarin de banden juist worden verstopt achter papieren kaften in een subtiel kleurenpalet, zonder opschriften natuurlijk om de harmonie niet te verstoren. Wie meer houdt van de sfeer van een oude Engelse bibliotheek vervangt zijn eigen literatuur door de kostbare leren banden van onleesbare wetboeken.

Op talloze websites wordt gefröbeld met boeken. Je kunt er trouwerijen mee aankleden, er lampen van maken, maar ook plantenbakken, en er groenten en kruiden in kweken. Het kan ook andersom: ‘Decoratieboeken maken, een leuke hobby.’

Wat te denken van deze ogenschijnlijk grappige ontwikkeling? Als het een uiting is van nostalgie, dan is de omloopsnelheid van dit sentiment sneller geworden dan die van boeken. Nostalgie is immers het verlangen naar voorgoed verloren dingen. Is het de tijdgeest? Of is dit decoratieve gegoochel met boeken misschien te beschouwen als een nieuwe vorm van ‘voodoo met boeken’? Arjen van Velen benoemde dit verschijnsel onlangs in zijn column in NRC Handelsblad: ‘Er is een rare voodoo rond boeken. Als de melk op is, gooi je het pak weg. Maar als je een boek uit hebt, zet je het in een speciale kast.’ Ook schreef hij: hoe meer ingehaald door de tijd, hoe heiliger het boek lijkt te worden. ‘De kaften worden steeds fraaier, dikker, glanzender, kleurrijker. Er is een orgie van special editions. Ook boekenkasten zijn heiliger. Vroeger waren het gewoon gebruiksvoorwerpen. Nu heb je sites als Bookshelf Porn, waar mensen verlekkerd staren naar foto’s van… fucking boekenkasten.’

Inderdaad. Waarom? Van Velen – en hij is niet de enige – heeft misschien te weinig oog voor de functies van het fysieke boek die niet kunnen worden vervangen door digitale ‘content’. Boeken hebben altijd gefunctioneerd als verlengstuk van het geheugen, ook van het autobiografische geheugen. Dat is iets anders dan het geheugen uitbesteden aan computers en providers, waardoor het menselijk geheugen wordt verzwakt, wat in feite neerkomt op een vorm van identiteitsverlies of, in de woorden van Spitzer, ‘digitale dementie’. Boeken hebben bijvoorbeeld de bijzondere eigenschap dat ze tijdens het lezen het geheugen trainen. Onder meer omdat ze een lager leestempo afdwingen dan digitale inhoud. Bovendien blijkt het fysiek in handen hebben van een boek en het omslaan van de bladzijden een derde van onze hersencapaciteit extra aan het werk te zetten, waardoor het brein fysiek sterker wordt. Spitzer kreeg als repliek van de tien jaar oudere Maurice de Hond, het brein achter de ‘iPad-scholen’, dat hij een man was van de vorige eeuw. Mijn onderzoek voert nog verder terug, naar de eeuwen daarvoor. Uit dit onderzoek op basis van egodocumenten naar de geschiedenis van het lezen in de negentiende en vroege twintigste eeuw blijkt hoezeer inhoud en fysieke vorm van boeken in het menselijk geheugen zijn verknoopt.

In Nederlandse autobiografieën vanaf circa 1800 zijn heel wat passages te vinden waarin de auteur terugblikt op de boeken die hem of haar hebben gevormd. Het metaforisch taalgebruik van deze autobiografen spreekt boekdelen: gedrukte en gebonden boekdelen wel te verstaan. Het was niet zo dat deze lezers hun boeken simpelweg lazen, nee, ze werden er geheel door in beslag genomen. De vroeg-twintigste-eeuwse anarchistische politicus Domela Nieuwenhuis verslond bijvoorbeeld de boeken van Ludwig Feuerbach, ’ja verslonden is het goede woord, want ze waren als het ware voor mij een nieuwe openbaring, toen moest ik wel breken met vele oude tradities’. De socialistische voorman J.H. Schaper ‘verzwolg den inhoud’ van Adolf Streckfuss’ Wereldgeschiedenis. De ooit bekende schrijver Just Havelaar at zijn boeken niet, maar zoog ze op: ‘Ja zooals wij toen Van Deijssel’s woord in ons opzogen; dat was lezen!’

De boeken van deze autobiografen fungeerden als bakens in het geheugen. Dat is ook waarom niet alleen de inhoud van deze boeken wordt gereleveerd maar ook de vorm die ze hadden, de kleur, de geur, het gewicht, de ezelsoren en andere markeringstekens van hun voormalige gebruikers. De jeugdherinneringen van de Rotterdamse dame Willemine Mees, geboren in 1887, zijn verknoopt aan ‘een heel oud en versleten sprookjesboek’. De onderwijzer en pedagoog Jan Ligthart kan zich de traktaatjes die op zondagsschool werden uitgedeeld nog haarscherp herinneren, ‘sommige van dof, andere van glanzend papier, sommige met en andere zonder een prentje, kleine en grote’. Zijn omgang hiermee was niet alleen geestelijk maar ook lichamelijk intensief: ‘Gelijk mijn zusje met haar poppekleren, solde ik met mijn geschriften.’

Voor Aart van der Leeuw is het de herinnering aan oude, beduimelde jaargangen van Graphic en Art Journal uit de boekenkast van zijn vader die hem helpt zijn jeugd weer tot leven te wekken: ‘Ik weet geen trouwer kameraden van mijn kindertijd. De banden geknakt en uiteengevallen, droegen al duidelijk de sporen van dit makkerschap, maar de scheuren en duizenderlei krabbels en vlekken die hem inwendig sierden, getuigden met groter nadruk hoe onder mijn liefde en omgang geleden werd.’ Mathilde Berdenis van Berlekom herinnert zich de bezoekjes aan haar grootmoeder en vooral de ‘grote boekenkast’ op de bovenkamer waar een ‘eigenaardige lucht’ hing en waarin niet alleen kleding was opgeslagen maar ook een schat aan ‘oude boeken in bruine banden, die ook de romans van Dickens bevatten’. >

De eigen bibliotheek, hoe klein de verzameling ook was, ging een leven lang mee en kreeg in geheimzinnige hoekjes op zolder een tweede leven in de handen van weer een nieuwe generatie jonge lezers. Apie Prins, zoon van een arts, exploreerde de boekenkasten van zijn vader. Hij had onder meer ‘een heleboel boeken van Jules Verne verguld op snee’.

De vader van Hendrik Burger, een leraar, anticipeerde al op de leeslust van zijn kinderen. In zijn studeerkamer stond een ‘reusachtige boekenkast met groene gordijnen. Op de onderste plank lagen juist de boeken die voor kinderen van belang waren. Het meest geliefd was het Kaapse boek; Kolbe’s beschrijving van de Hottentotten, een boek dat ook dienst deed om op een stoel te worden gelegd, wanneer een kleintje niet hoog genoeg boven de tafel kon uitkijken.’ Winkelierszoon Alexander Cohen vond als kind op zolder ‘een boekenkast, een withouten wandkast, waarvan ik, om mijn vader te beletten dit te doen, de sleutel heb weggeborgen, en die, onder andere, een Shakespeare inhoudt, in een geïllustreerde populaire uitgave (…)’. Op die zolder met het werk van Shakespeare maar ook dat van talloze andere auteurs – de romans van Walter Scott bijvoorbeeld – was hij in zijn ‘koninkrijk’, de afgelegenste en veiligste plek van het huis, een platform onder de nok.

Het heiligdommetje van kruidenierszoon Jan Ligthart was nog wat krapper bemeten, een lichtkoker in de keuken met een omtrek van één vierkante meter. Dit ‘kamertje’ diende als privé-bibliotheek waar het kind al zijn papieren schatten naartoe sleepte, voornamelijk traktaatjes van de zondagsschool, later aangevuld met imposantere banden zoals het Bijbelsch Magazijn voor alle standen, die zorgvuldig werden genummerd en ingeschreven in een catalogus. Jaren later vond hij ze weer terug ‘in een paar rozijnenkisten van ruw blank hout. Toen heb ik ze me opnieuw toegeëigend. En sedert hebben ze me niet meer verlaten.’ Op het moment dat hij zijn herinneringen schrijft heeft Ligtharts minibibliotheek uit zijn jeugdjaren een nieuwe functie gekregen. Ze zijn nu de lievelingsprentenboeken van zijn kleinkinderen.

Juist omdat boeken omringd waren met een soort heiligheid – die rare voodoo– beschikten mensen over tastbare fysieke herinneringen in de vorm van boeken, waarmee men zich dan aan het eind van het leven aan het schrijven zette van het eigen ‘levensboek’, in handschrift voor alleen het eigen nageslacht of gepubliceerd voor een anoniem lezerspubliek, niet toevallig onder titels als Bladen uit mijn levensboek of Bladen uit het boek van mijn leven.

Het papieren boek heeft kwaliteiten die nog altijd niet verbeterd zijn. Het zijn hometrainers voor het geheugen, met een eeuwenlange duurzaamheid bovendien.


Arianne Baggerman is hoogleraar geschiedenis van de uitgeverij en boekhandel aan de UvA