POPMUZIEK

Homme’s humbug

Arctic Monkeys

Voor de opwinding die Arctic Monkeys in 2005 teweegbrachten met hun debuutalbum zou het begrip ‘hype’ werkelijk te flauw zijn. Het ging hier om regelrechte opwinding, op louter muzikale gronden bovendien, want het glamourgehalte van de vier piepjonge Britten uit Sheffield was nihil. Zanger/gitarist Alex Turner had zichtbaar moeite met de codes die kennelijk horen bij een glorie van dit formaat. Het leverde op een muziekzender een gênant interview op waarin een olijke presentator Turner tips gaf om van zijn puistjes af te komen. Turner, door een Brits muziekblad uitgeroepen tot ‘coolest man on the planet’, was duidelijk het liefst ter plekke door de grond gezakt.
Diezelfde verlegenheid had hij op het podium, en dat was iets problematischer: er zat nogal een kloof tussen de bravoure van een hit als I Bet You Look Good on the Dancefloor en de aanblik van een paar jongens die zich verbergen achter hun microfoon en instrumenten. Dat de band zo succesvol was dat ze op festivals laat op de dag op het hoofdpodium werden gezet, hielp ook niet: vergeleken met de ervaren muzikanten die om hen heen stonden geprogrammeerd, oogden Arctic Monkeys als het schoolbandje dat de talentenjacht had gewonnen. Dat ze het toch redden, kwam door de liedjes, al doemde bij het tweede album wel voorzichtig de vraag op hoeveel bewegingsruimte de band zichzelf in de toekomst ging toestaan.
Veel, blijkt op het derde album Humbug. Gebleven is gedeeltelijk wat inmiddels – en dat is knap na twee albums – het ‘typisch Arctic Monkeys-geluid’ mag heten, een in de postpunk gewortelde springerige gretigheid, waarin de ritmesectie een dominante rol heeft. Ook van Turners project The Last Shadow Puppets klinken invloeden door. Maar er is een dominant geluid aan toegevoegd dat zich laat duiden in twee woorden: Josh Homme. De voorman van Queens of the Stone Age heeft zich als producer gebogen over het grootste deel van het album, en dat is bepaald te horen. Home stond eveneens op de laatste editie van Lowlands met zijn nieuwe band Them Crooked Vultures. Nooit eerder zal op een Nederlands festival een artiest zo’n stormachtig applaus hebben gekregen als Homme en zijn al even beroemde bandgenoten John Paul Jones (Led Zeppelin) en Dave Grohl (Foo Fighters, Nirvana). Al voor ze een noot hadden gespeeld, lag een volgepropte tent met duizenden aan hun voeten. Wat ze vervolgens een uur lieten horen, was precies wat het publiek had verwacht. Alles wat Josh Homme aanraakt, klinkt immers naar Josh Homme, en Josh Homme klinkt altijd als zijn grote inspirator Chris Goss, voorman van de cultband Masters of Reality.
Dat geluid is ook Arctic Monkeys in geslopen. Gitaarriffs en koortjes zijn belangrijker geworden, Turner zingt lager, en Homme’s specialiteit, het stapelen van laag op laag terwijl hij het tempo terugschroeft, heeft hij op veel nummers losgelaten. Het zou wat overdreven zijn om te stellen dat Homme de geest van Black Sabbath heeft toegevoegd aan die van The Clash, maar feit is dat dit een producersalbum is geworden: een plaat die nadrukkelijk het stempel draagt van de buitenstaander die zich erover ontfermde.

Arctic Monkeys, Humbug (Domino/Munich). De band speelt op 10 en 11 november in de Heineken Music Hall in Amsterdam