Van alle tijden

Homo’s en homo’s

Robert Aldrich (ed.)
Van alle tijden, in alle culturen: Wereldgeschiedenis van de homoseksualiteit
Nieuw Amsterdam, 384 blz., € 37,50

In 1513 versloeg de conquistador Vasco Nuñez de Balboa in Panama de Quarequa-indianen. De Spanjaarden troffen onder de indianen ‘de meest afschuwelijke en onnatuurlijke praktijken’ aan. De broer van de koning en veel andere jonge mannen droegen vrouwenkleren, ‘glad en verwijfd uitgedost’ en ze boden de Spanjaarden hun seksuele diensten aan. Omdat Balboa meende dat de ‘stinkende gruwel’ nog niet onder het gewone volk was verbreid, liet hij veertig ‘sodomieters’ door zijn jachthonden verscheuren.

Sodomie is een bijbelse term, maar kon in Balboa’s tijd van alles betekenen. Grof gezegd was een sodomiet sinds de codificaties van Theodosius en Justinianus vooral een ‘passieve homoseksueel’, maar bovenal een seksueel verdorvene in het algemeen. De aristotelische theologie zag de natuur immers als één grote keten, en afwijkingen van de ‘rechte lijn’, zoals seksueel gedrag dat niet tot voortplanting leidde (masturbatie, anale en orale seks, seks buiten het huwelijk, seks voor de lol) moesten worden bestreden. Of de Quarequa zich nu wel of niet aan homoseksuele handelingen schuldig hadden gemaakt, deed niet terzake: de seksuele ‘andersheid’ van de indianen werd gelijkgesteld aan sodomie en daarmee een excuus voor de brute onderdrukking van de indiaanse cultuur.

De studie van homoseksualiteit en homoseksuelen is een jonge en beladen discipline. Dat komt enerzijds doordat het onderwerp in universitaire kringen aanvankelijk met weerzin werd bejegend, anderzijds omdat de ontwikkeling van de studie parallel liep met de politieke en sociale emancipatie van homo’s. De titel van Robert Aldrich’ voortreffelijke geschiedenis van de homoseksualiteit, Gay Life and Culture: A World History, heeft in de Nederlandse vertaling een zweem daarvan meegekregen: ‘Van alle tijden, in alle culturen’ heeft onmiskenbaar meer drama dan de droge mededeling in het Engels. De grote verdienste van Aldrich’ boek, waarin veertien leesbare en intelligente historische portretten zonder dwingende structuur of herkenbare rode draad zijn samengebracht, is dat juist de diversiteit van de begrippen tot uiting komt. Daarmee wordt een verstandige relativering gegeven van het idee dat ‘de homo’ door de eeuwen een herkenbare entiteit was.

Aldrich’ auteurs maken duidelijk dat de heroïsche vriendschap tussen de wildeman Enkidu en koning Gilgamesj, de verboden vriendschappen van sodomitti in Florence in de vijftiende eeuw, de homoseksuele relaties tussen militairen in Japan tijdens het Tokugawa-shogunaat en de innige omgang tussen middeleeuwse monniken in Ierland alle een andere terminologie verdienen dan die van onze moderne notie van seksuele oriëntatie en identiteit.