Die eeuwige religie Marokko

Homo’s: nog even geduld

Als reactie op terreur en om het Westen tevreden te stellen wordt Marokkanen een tolerante islam verkocht. Langzaam rekent koning Mohammed VI af met de salafistische traditie. Eerste deel van een nieuwe serie: ‘Die eeuwige religie’.

Doorgewinterde atheïsten hebben het afgelopen decennium meer dan eens verklaard dat religie op haar retour is, maar de wens bleek de vader van hun gedachten. Religie is springlevend, in al haar verschijningsvormen, op alle continenten. Deze week in een serie over de relevantie van religie: het salafisme in Marokko.
RABAT - Ik sprak met politicoloog Mohammed Darif over Kif Kif, een organisatie die opkomt voor de rechten van Marokko’s homoseksuelen. Zoals bekend hebben homo’s in principe niet het recht te bestaan in het islamistische Marokko. De herenliefde is er bij wet verboden, en de vrouwenliefde ook. Trouwens, alle liefde die niet door een huwelijk wordt gesanctioneerd is er verboden, wat een aparte wet tegen homoseksualiteit eigenlijk overbodig maakt. Mannen kunnen hier immers niet met elkaar trouwen en vrouwen evenmin.
Kif Kif betekent ‘hetzelfde’. De vereniging werd een paar jaar geleden opgericht door de twintiger Samir Bargachi, een Marokkaan afkomstig uit Nador die al jarenlang in Madrid woont. Eind 2008 vond hij kennelijk dat de tijd rijp was om in zijn vaderland openlijk voor de rechten van homoseksuelen te gaan pleiten. Hij ging er op tournee en sprak met mensenrechtenverenigingen en media. Ook op sommige ambassades, zoals de Spaanse, was hij welkom. Uit conservatieve hoek kwam veel kritiek op Bargachi. Daar werd zelfs gesproken van een kruistocht van het Westen met de bedoeling de Marokkaanse maatschappij te perverteren.
Wetenschapper Mohammed Darif, gespecialiseerd in Marokko’s islamisten, had niet veel op met Kif Kif. Hij wees erop dat zelfs in de seculiere staten van het moderne Europa, en nog niet zo lang geleden, homoseksuelen grote problemen hadden. Dat daar nog altijd christenen zijn die er moeite mee hebben. Eigenlijk vond Darif het een niet-reëel probleem: 'Homoseksuelen zijn in Marokko vrij om te doen en laten wat ze willen. Er is niemand die ze tegenhoudt. De autoriteiten onderdrukken de homo’s niet. Hier in Casablanca zijn cafés waar homo’s elkaar ontmoeten en die cafés zijn bekend. Niemand die de mensen daar stoort. Het Marokkaanse volk weet ook heel goed welke autoriteiten homoseksueel zijn. Wat Kif Kif doet, is een vals probleem creëren en dat mediatiseren. Bargachi wordt beschermd door de media en door zijn Spaanse paspoort. Hij provoceert een bevolking die lijdt onder armoede, ongelijkheid en onderontwikkeling, en die gemanipuleerd wordt door de religie. Een fanatieke moslim denkt dat hij Allah moet verdedigen en accepteert dus niet iemand die zich openlijk als homo afficheert.’
Darif zei homoseksualiteit als een affaire personelle te beschouwen: 'Nu komt iemand uit Madrid om Marokko bepaalde waarden op te leggen. Maar de maatschappij is daar nog niet rijp voor. Ik ben groot voorstander van individuele vrijheid maar je moet ook de stabiliteit van de gemeenschap in het oog houden. Er zijn waarden die men moet respecteren. Vrijheid betekent niet dat ik kan doen en laten wat ik wil. In een samenleving doe je concessies. Wanneer men ergens tegen is, natuurlijk, dan moet men daartegen strijden. Maar ik accepteer niet de situatie dat er 33 miljoen Marokkanen zijn en dat er één persoon is die beschermd wordt door de media en die zijn keuzes aan een heel volk oplegt. Ik herhaal: het is een faux problème. Er zijn prioriteiten: strijden tegen onderontwikkeling, armoede, dus vóór de fundamenten van de moderniteit, de democratie. Daarná kunnen we homoseksualiteit accepteren. Het enige wat men nu doet, in de gegeven omstandigheden, is de islamisten sterker maken. En dat is ernstig. Zo'n Bargachi bezoekt Marokko, zegt wat hij te zeggen heeft en gaat daarna terug naar Madrid, en wij blijven achter met de salafisten.’

DAT ZINNETJE BLEEF me bij: 'en wij blijven achter met de salafisten’. Een andere zin trouwens ook: 'Een bevolking die lijdt onder armoede en onderontwikkeling, en die gemanipuleerd wordt door de religie.’ De dingen kregen zo wel iets heel wrangs. Die door de religie gemanipuleerde bevolking die denkt dat ze Allah moet verdedigen - dus homoseksuelen moet 'aanvallen’ - en die dan van zo'n Bargachi, of van een schrijver als Abdellah Taïa, die in Parijs woont, weer te horen krijgt dat ze homoseksuelen juist moet accepteren. Terwijl ze dat in feite al lang doet, want homoseksualiteit is in Marokko natuurlijk niets nieuws. Alleen: het erover praten en zich openlijk als zodanig afficheren, en acceptatie eisen, dát is wel nieuw.
En dat gaat te ver, zeker voor salafisten, en juist in het salafisme heeft men de bevolking nu net jarenlang onderwezen, op school. En nu zit men in zijn maag met die salafisten die men deels zelf heeft gecreëerd. Het is de spuigaten uit gelopen. Ze zijn inmiddels een kracht waarmee terdege rekening wordt gehouden. Wanneer een Bargachi zich in Marokko voor de rechten van homo’s komt uitspreken, laat de minister van Binnenlandse Zaken via een communiqué weten de strijd aan te binden met alles wat de geestelijke gezondheid van de Marokkanen bedreigt, daarbij refererend aan 'stemmen die de laatste tijd in de media opgaan en die bepaalde verachtelijke en weerzinwekkende vormen van gedrag, die onze religieuze en morele waarden aantasten, proberen te rechtvaardigen’. De goede verstaander begrijpt waar de minister op doelt. In datzelfde communiqué belooft de minister dat de overheid de samenleving zal vrijwaren van 'deze onverantwoordelijke gedragingen, die tegengesteld zijn aan onze identiteit en onze beschaafde waarden’.
De minister uit zich zo om de salafisten het gras voor de voeten weg te maaien. Dat bedoelde Darif toen hij zei: 'En wij blijven achter met de salafisten.’ Hij had ook kunnen zeggen: 'En wij blijven achter met het regime, dat denkt dat het de salafisten een stap voor moet blijven.’ Om te voorkomen dat de salafisten er politieke munt uit slaan. De staat betoont zich zo nog salafistischer dan de salafisten zelf.
Om ongeveer dezelfde reden werden een paar maanden geleden tientallen christenen het land uitgegooid op verdenking van 'bekeringsijver’. Het zouden evangelisten zijn. Dat gebeurt trouwens nog altijd. Ook hier speelt mee dat het regime de hete adem van de salafisten in de nek voelt. Wij worden de gevangenis in gegooid, zouden salafisten kunnen redeneren, omdat we de gewone Marokkaan proberen te bekeren tot het zuivere geloof, en die christenen die de Marokkaan nota bene van dat geloof af willen brengen mogen hier wel gewoon hun gang gaan?

JA, DE MAROKKAANSE overheid heeft de bevolking zelf tot het salafisme bekeerd, via de godsdienstlessen, op school. En nu mogen deze salafisten de Marokkaan die zich in hun ogen nog niet op de juiste weg bevindt niet meer bij de hand nemen?
Inderdaad, dat mogen ze niet meer. Want de tijden zijn veranderd. De Marokkaan wordt tegenwoordig - na 11 september 2001 en na de bomaanslagen van 16 mei 2003 in Casablanca - geacht een tolerante vorm van de islam aan te hangen, voor de liefhebbers: de zogenaamde achaäritische, malekitische variant ervan, die ook bepaalde soefi-componenten zou bevatten. Hoe dan ook, die tolerante islam zou heel wat anders zijn dan het strenge en intolerante salafisme dat hem eerst werd opgedrongen.
Hoe ver dit precies ging, dit indoctrineren, daarvan maakte Rachid Benlabbah me bewust. Rachid is een vriend van me en doceert iets als 'vergelijkende religie’ aan de Universiteit van Kenitra, niet ver van Rabat. Vorig jaar publiceerde hij een studie over 'het taboe op het beeld’ in de drie monotheïstische godsdiensten getiteld l'Interdit de l'image dans le judaïsme, le christianisme et l'islam. Hij is het type van de magere, gebrilde studeerkamergeleerde, de wetenschapper, de onderzoeker, de abstracte denker, de filosoof. Ik praat graag met hem. Hij weet veel en neemt geen blad voor de mond.
Vorig jaar aten we samen in Rabat. Met Rachid gaat het gesprek vaak over religie en onderwijs. Ik wist dat het onderwijs in de jaren tachtig in Marokko was gearabiseerd - weg met het Frans van de oude kolonisator, alles in ons eigen Arabisch nu! - maar had tot dan toe niet geweten in welke mate het in diezelfde tijd ook was geïslamiseerd. Dat hoorde ik van Rachid. Het vak terbiya islamiya, islamitische educatie, staat in Marokko op het rooster vanaf de basisschool tot en met het eindexamen. Begin jaren tachtig, vertelde hij, werden de godsdiensturen verdubbeld - en ook de inhoud van de terbiya veranderde. Rachid, die tegen de veertig loopt: 'Ons is puur salafisme onderwezen.’
Hij zag hoe verbaasd ik keek - omdat het salafisme nu De Grote Vijand was - en zei: 'Loop straks maar met me mee, dat laat ik het je zien. Ik heb die boekjes nog thuis liggen.’
Onderweg naar zijn huis vertelde Rachid me meer over het salafisme. Tegenwoordig, zei hij, wordt het vooral geassocieerd met terrorisme, 'en niet helemaal onterecht’, maar oorspronkelijk was het een hervormingsbeweging uit de negentiende eeuw. 'Salafisme wil in principe niet meer zeggen dan een terugkeer naar de salaf, de voorouders, dus naar de tijd van de profeet en de eerste kaliefen. Dat wordt gezien als de glorietijd van de islam, met z'n enorme expansie. Wat verklaart het succes van de Arabieren in die tijd? Volgens salafisten zou dat zijn dat men zich toen strikt hield aan de zuivere voorschriften van de islam. In de loop der eeuwen zou de Arabische wereld zich steeds verder hebben verwijderd van die authentieke islam en om die reden aan verval ten prooi zijn geraakt. Als we nou maar terugkeren naar de bron en weer zuivere moslims worden, menen salafisten, komt alles weer goed. Het is vooral een reactie op de kolonisatie.’
Eenmaal bij hem thuis trekt Rachid de oude godsdienstboekjes zo uit de kast. Sobere witte kaften, inmiddels vergeeld. Als hij er een openslaat en doorbladert zie ik dat bepaalde passages door hem zijn onderstreept. 'Dit moesten we leren voor ons eindexamen. Het staat vol met de slogans van het salafisme. Iedere Marokkaan kent die kreten. Hier: “De islam is een religie en een staat”, of deze: “Het islamitisch recht is altijd en overal toepasbaar.” Of: “De islam is de oplossing voor alles.” Daarmee bedoelt men letterlijk dat de islam het antwoord is op alle mogelijke vragen en problemen, van de meest onbenullige zaken uit het dagelijks leven tot macro-economische vraagstukken.’
De teksten zijn in het standaard-Arabisch, dat ik niet begrijp. Rachid leest ze voor en vertaalt ze daarna voor me in het Frans. 'Dit is ook een mooie’, zegt hij. 'Het heeft niets meer met religieus onderwijs te maken, het is pure staatspropaganda. “Het communisme moet worden bestreden want het roept op tot revolutie en chaos, creëert oorlogen en spanningen, zaait haat en verspreidt het atheïsme: het is de vader van het kolonialisme en de wapenbroeder van het zionisme.”’
'En die boutade gaat bladzijdenlang door’, vervolgt Rachid, 'één lange hetze tegen het marxisme, dat…’ en hij begint weer voor te lezen, ’“de tegenpool is van de islam en de mens verlaagt en op een dierlijk niveau brengt en hem afhoudt van alle spiritualiteit.”’
We lachen allebei. Ik wist, want dat las je vaak, dat koning Hassan II in de jaren zeventig 'de religie’ inzette om tegenwicht te bieden aan het onder studenten populaire marxistisch-leninistische gedachtegoed. Veel Marokkaanse universiteiten zouden bolwerken van radicaal links zijn geweest, net als indertijd in het Westen. Ook wist ik dat veel studenten in die tijd waren opgepakt en jaren achter de tralies verdwenen. Het waren de 'jaren van lood’. Maar wat ik niet wist was dat de hoofden van scholieren in diezelfde tijd werden gevuld met zulke reactionaire ideeën. ’“Hij die de islam de rug toekeert gaat zijn eigen ondergang tegemoet. Men moet hem vragen berouw te tonen en terug te komen op zijn beslissing. Maar als hij weigert, zijn al zijn banden met moslims verbroken, en hij verdient in dat geval te worden gedood.”’
Ik knik zwijgend en Rachid bladert verder. Hij leest een pleidooi voor de sharia voor: ’“Het werelds recht is gemaakt door de mens en kan niet worden vergeleken met het religieus recht dat van God komt. Zij die het recht en zijn regels hebben ontworpen zijn mensen, onderworpen aan passies en grillen, en beheerst door menselijke gevoelens. Ze zijn dus niet in staat de waarheid der dingen te zien, hoe groot hun graad van geleerdheid ook is. Terwijl het religieus recht geopenbaard is door God, het is dus vrij van dwaling.”’
'Joden komen er uiteraard ook slecht van af’, gaat Rachid door. 'Hier: “De joden beschouwen zich als het uitverkozen volk dat het recht heeft anderen te onderdrukken. Dit geloof staat de jood toe alle mogelijke onrecht en ondeugd te begaan, zoals fornicatie, woekerrente en moord, op voorwaarde dat dit alles gericht is tegen niet-joden. Hetzelfde geloof geeft de jood toestemming andere volken te overmeesteren. Maar God heeft in de koran deze laagheid, die deel uitmaakt van de joodse natuur, geopenbaard.”’
Weer schiet ik in de lach. 'Dat kun je toch niet serieus nemen.’
Rachid: 'Ik kan je verzekeren dat dit door een hele generatie Marokkanen heel serieus is genomen.’

HET SALAFISME LAG dichtbij. Het was de ideologie van veel van de nationalisten die voor Marokko’s onafhankelijkheid hadden gestreden. Hun leider, Allal al Fassi - zijn achterneef is nu premier - was een salafist. Het regime trachtte zich met de terbiya islamiya teweer te stellen tegen westerse ideeën als laïcité, democratie of communisme door terug te grijpen op de 'eigen’ conventionele en traditionele waarden.
Zo creëerde de staat zelf het monster waar hij nu tegen strijdt. Er speelt natuurlijk meer mee, de armoede, de sociale ongelijkheid, het feit dat het volk maar weinig te vertellen heeft. En internationaal het Palestijnse conflict, de machteloosheid van de Arabische wereld, de polarisatie tussen de islam en het Westen. Toch kan men stellen dat Marokko zijn bevolking via het onderwijs zelf rijp heeft gemaakt voor extremistische ideeën. Op scholen is volgens Rachid minstens vijftien jaar lang staatsfundamentalisme gepropageerd.
Sinds een paar jaar moet het allemaal weer anders. Er geldt nu een andere doctrine. Onder koning Mohammed VI wordt de Marokkaan een tolerante islam verkocht, om tegenwicht te bieden aan de verlokkingen van het salafisme, dat al te makkelijk kamikazes kweekt. Zo'n tolerante islam ligt bovendien goed in het Westen.
Daartoe worden niet alleen de schoolboekjes herschreven en van salafistische smetten ontdaan. De salafisten zelf worden sinds de bomaanslagen in Casablanca behoorlijk op de huid gezeten. Ondertussen wordt via speciaal in het leven geroepen religieuze media - een radiozender en een tv-kanaal - de bevolking de enige juiste, authentieke, tolerante Marokkaanse islam bijgebracht. Het moet gezegd dat de concurrentie moordend is. De Marokkaan kan op satellietkanalen afkomstig uit het Midden-Oosten luisteren naar even populaire als radicale figuren als de Egyptenaar Amr Khalid, die door Time in 2006 werd uitgeroepen tot meest invloedrijke prediker van de Arabische wereld. Een andere bekende Egyptenaar annex ster is sjeik Youssef Qaradaoui van Al Jazeera, wiens gedachtegoed niet veel verschilt van dat van de fanatieke moslimbroeders. De enige Marokkaan die in staat is gebleken enigszins met de populariteit van deze mastodonten te concurreren is de 'nachtegaal uit Marrakesj’ Omar Qzabri, een prediker die tijdens de ramadanavonden in de grote Hassan II Moskee in Casablanca honderdduizenden bezoekers trekt.
Ook probeert de staat door een politiek van nabijheid de Marokkaanse burger voor radicalisering te behoeden. Zo zijn de laatste jaren twee keer zoveel Raden van Schriftgeleerden gecreëerd, in een poging hen die antwoord kunnen geven op prangende geloofsvragen dichter bij de mens te brengen. Ook imams worden nu geacht de gelovigen zo nodig op ieder moment van de dag bij te staan, reden dat moskeeën sinds 2006 van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat open zijn, in plaats van alleen tijdens het gebed, zoals daarvoor. Men zou anders maar te rade gaan bij salafisten die in achterkamertjes bijeenkomen.
Met de verruimde openingstijden kunnen in moskeeën nu ook alfabetiseringscursussen en dergelijke worden gegeven - en tijdens zo'n cursus kan ook altijd over het geloof worden gepraat. Imams worden sinds een paar jaar ook goed opgeleid, ze mogen hun functie alleen nog uitoefenen als ze een imamdiploma hebben. De koran uit het hoofd kennen is niet meer genoeg. Er worden sinds 2006 ook vrouwen opgeleid tot mourchidate, een soort vrouwelijke imam die zich eveneens in de moskee bevindt. Zij is er om religieuze zaken met vrouwen te bespreken, maar ook praktische kwesties van alledag, bijvoorbeeld seksualiteit. Dat gaat met een vrouw toch makkelijker dan met een man. Het enige wat deze mourchidates niet mogen, is preken. Er zijn grenzen aan een tolerante islam. Homo’s moeten ook nog even geduld hebben.