Nieuwbouw eenvormig en saai?

Homo Vinex

Vanaf het begin hebben Vinex-wijken een imago van eenvormigheid en saaiheid gehad. Toch was het juist de bedoeling om woongebieden te creëren met een eigen identiteit en een diversiteit aan architectuur, toegesneden op de wensen van de bewoners, de Vinex-mensen.

Nog niet alle Vinex-wijken zijn af, maar de grote bouwoperatie van 835.000 woningen zoals die in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra werd geformuleerd, heeft een onmiskenbaar spoor in het landschap achtergelaten. Iedereen weet wat een Vinex-wijk is, terwijl een nauwkeuriger blik juist een grote diversiteit aan wijken laat zien die onder de noemer Vinex zijn gebouwd.

Het idee achter de Vinex-wijken was om compact en dicht bij de stad te bouwen, daarmee te voldoen aan de grote vraag naar woningen en tegelijkertijd een eindeloze uitbreiding van de stad over het landschap, het schrikbeeld van de Verenigde Staten, waar de suburban sprawl tot een oneindige bebouwde ruimte heeft geleid, te vermijden. De «gebundelde deconcentratie» van de jaren zeventig had de druk op de snelwegen sterk verhoogd, en dus diende de woningbouw dichter bij de stad plaats te vinden, wat bovendien als voordeel had dat voldoende mensen de stedelijke voorzieningen op peil konden houden. Vinex-wijken moesten dus het ideale midden zijn tussen het wonen in een rustige en veilige omgeving en wonen in de nabijheid van de stad.

Vanaf het begin hebben Vinex-wijken een imago gehad van eenvormigheid en saaiheid. Toch was het juist de bedoeling om eenvormigheid te voorkomen en woongebieden te creëren met verschillende woonmilieus, een diversiteit aan architectuur en een eigen identiteit. Maar is dat ook gelukt?

Het Ruimtelijk Planbureau bracht enige tijd geleden de studie Vinex! Een morfologische studie uit. De onderzoekers zetten een dozijn Vinex-wijken naast elkaar. De uitkomst is opvallend, want van eenheid blijkt nauwelijks sprake. Vergelijk bijvoorbeeld het eilandenrijk IJburg bij Amsterdam, het neohistorische Brandevoort in Helmond en het kastelenensemble van Haverleij bij Den Bosch en je moet tot de conclusie komen dat het gelukt is om met de Vinex-operatie diversiteit in de Nederlandse woningbouw te brengen. Of je de nieuwe wijken nu mooi vindt of niet.

IJburg is een echte stadswijk in wording, met hoge dichtheden en stedelijke voorzieningen. Vorig jaar bleek dat de drieduizend inwoners van het eilandenrijk een redelijke afspiegeling vormen van de rest van Amsterdam, alleen het aantal kleine kinderen is hoger dan verwacht. Opvallend ook is dat het imago van IJburg over het algemeen erg positief is en daardoor ook nauwelijks met «Vinex» – eenvormige nieuwbouw zonder identiteit – wordt geassocieerd.

Juist die identiteit was een belangrijk punt. Geen Vinex-wijk zonder een duidelijke branding-formule waarmee de woningen aan de man gebracht moesten worden. In een wijk als Brandevoort is het historiserende karakter tot in de details uitgevent. Het straatbeeld is geënt op dat van Brabantse dorpen en stadjes en geeft het idee alsof de wijk in de loop van de tijd is ontstaan. Wel de luxe van de nieuwbouwwoning dus, maar ook herkenbaar als statige omgeving. Het is opvallend dat juist een van de meest sprekende Vinex-wijken, Haverleij, nog het meest doet denken aan het modernistische ideaal uit de twintigste eeuw, doordat losse woonblokken in een groene omgeving zijn geplaatst. Maar ook hier speelt een sterk historiserend karakter een belangrijke rol.

Ondanks de uiterlijke verschillen is wel degelijk een gemeenschappelijke beeldtaal te ontdekken. In Vinex-wijken bestaat meer vrijheid voor nieuwe vormen en ontwerpen dan voorheen, maar tot veel extremen heeft dat niet geleid. Vinex wordt gekenmerkt door de twee hoofdstromingen van de twintigste eeuw waar je je geen buil aan kunt vallen: een combinatie van functionalisme en traditionalisme – ook wel «middenwegmodernisme» genoemd.

En dat is meteen de voornaamste kritiek: de Vinex-wijken zijn te behoudend van karakter. Te voorzichtig als het om de architectuur gaat, maar ook omdat ze niet stedelijk genoeg zouden zijn. Toch valt dat mee, want praktisch iedere Vinex-wijk heeft een of meer compact gebouwde gebieden waar in hogere gebouwen voorzieningen samenkomen.

Ook bestaat kritiek op de Vinex-wijken vanuit een ander perspectief, namelijk dat er te weinig woningen met een tuin gebouwd zijn – voor sommigen reden om de Vinex-wijken een toekomst als getto te voorspellen. De wens van een huis met tuin zou in het post-Vinex-tijdperk alleen maar toenemen.

De Vinex-bewoner is ook regelmatig mikpunt van kritiek. «Homo Vinex», de postmoderne Nederlandse suburbanite, hecht zich niet aan zijn omgeving, maar stelt een eigen omgeving samen door zelf plekken te kiezen waar zijn activiteiten plaatsvinden, precies wat stadssocioloog Arnold Reijndorp al enkele jaren geleden over de Vinex-bewoner voorspelde. Deze nieuwe mens is een en al flexibiliteit, die gelijke tred houdt met moderne arbeidsmarktverhoudingen, culturele trends en recreatie. Homo Vinex ontdekt voortdurend nieuwe plaatsen van vermaak en kent geen routine in zijn dagelijkse activiteiten, laat staan dat hij direct participeert in zijn eigen buurt. Vaak wordt dan ook gezegd dat Vinex-bewoners weinig binding hebben met hun woonomgeving. Dat is echter een trend die zich ook in veel buurten midden in de stad voltrekt. De buurt is simpelweg niet meer de enige plek waar mensen hun sociale contacten hebben. De Vinex-wijk is daardoor eerder een duidelijk voorbeeld van die trend dan een uitzondering erop. Overigens blijkt uit onderzoek dat de contacten die Vinex-bewoners in hun buurt hebben niet minder zijn dan elders.

De meeste Vinex-wijken zijn woonwijken. Als de Vinex-bewoners ’s avonds al naar de kroeg op de hoek zouden willen gaan, dan is die moeilijk te vinden. Scholen en winkelcentra zijn er meestal wel, maar voor vermaak moet men de woonwijk toch echt uit. En hoewel de meeste Vinex-wijken dicht tegen de stad aan liggen, vormen snelwegen en natuurgebieden niet zelden een barrière waardoor de nieuwe wijk niet gemakkelijk een vanzelfsprekend onderdeel van de stad zal worden. Voor veel Vinex-bewoners lijkt dat echter geen probleem en is de combinatie van fysieke nabijheid en psychologische afstand van de stad juist the best of both worlds: een rustige woonomgeving kan gecombineerd worden met de voorzieningen in de stad.

Toch verdient het voorzieningenniveau in Vinex-wijken aandacht, omdat voorzieningen bewoners in staat stellen elkaar te ontmoeten waardoor ze zich meer aan de buurt en aan elkaar kunnen binden, zeker als die behoefte vanuit de bewoners zelf komt. In veel Vinex-wijken bestaat een tekort aan voorzieningen en het blijkt vaak lastig om nieuwe functies later in te passen, omdat alle beschikbare ruimte al een bestemming heeft gekregen. Voor bewoners zou daarom te weinig ruimte bestaan om zich de woonomgeving echt toe te eigenen. Maar er zijn voldoende voorbeelden van wijken die ook strak gepland werden, maar waar het gebruik van de ruimte heel anders uitpakte dan aanvankelijk gedacht werd. De Bijlmer, bijvoorbeeld, waar garages als kerk gebruikt worden en bewoners letterlijk hun eigen paden gemaakt hebben. Ook in de Vinex-wijken zal het gebruik van ruimte uiteindelijk anders uitpakken dan gepland, als de behoeften van de bewoners daarom vragen.

Zoals een bewoner van een nieuwbouwwijk direct in de omgeving wil wonen zoals die in de folders wordt gepresenteerd, zo wil de criticus van de Vinex-wijk instant-stedelijkheid. Bij aanvang van de Vinex-operatie bestond bij de critici van nu de hoop dat alle Vinex-wijken een mate van stedelijkheid zouden hebben zoals die in IJburg te vinden is. Maar niet iedereen heeft behoefte aan een stedelijke omgeving. Wie de verschillende Vinex-wijken naast elkaar zet, ziet een variatie van echt suburbaan tot stedelijke uitbreidingswijken en dorpse gemeenschapsontwikkeling die allemaal een hoge kwaliteit gemeen hebben. Dat geldt voor de openbare ruimte maar ook voor de integratie van landschapsontwikkeling, waterbeheer, stedenbouw en architectuur. In het buitenland wordt die kwalitatief hoogwaardige en beheerste sprawl over het algemeen goed gewaardeerd.

Met de Vinex-operatie is wel de deur naar meer vrijheid op de woningmarkt open gezet. Waar woningbouw uit de twintigste eeuw gekenmerkt wordt door het aanbod van massaliteit heeft Vinex voorzichtig meer ruimte voor de wens van de consument toegelaten met meer keuze in woningtypen en buurten dan voorheen. In de komende tijd zal de drang naar meer suburbane gebieden alleen maar toenemen. De overheid geeft daar ook meer ruimte voor, zeker nu gemeenten meer invloed hebben op hun eigen uitbreidingswijken. Daarmee wordt de wens van een groene omgeving en een vrijstaand huis misschien steeds gemakkelijker vervuld, maar dreigt het streven naar een kritisch midden tussen stad en platteland opgegeven te worden. We betalen dan wel een collectieve prijs voor onze individuele verlangens. l