Juridisch gevecht om een terriër

Hond zoekt liefde

Toen in 2017 de staffordshire terriër Milou voor de achtste keer was aangemeld bij de politie van Purmerend, wegens onrust op straat, nam de politie haar in beslag. Wat volgde was een juridische strijd om leven en dood van een hond.

‘Ze laat voldoende potentie zien om met training een fijne hond te zijn voor een andere eigenaar’

‘Milou, 8 jaar. Een hond die alleen maar hond wilde zijn’, meldt een rouwadvertentie in de Volkskrant, met een christelijk kruis erbij. ‘Na ruim een jaar isolatie en opslag heeft het Openbaar Ministerie op 7 april bewust het verbod van de rechter genegeerd, haar als voorwerp behandeld en om het leven gebracht. Wij hadden Milou zo anders gegund.’ Wie was Milou? Wat is er met haar gebeurd?

‘Ik weet nog de laatste keer dat ik haar zag en haar bij Paul achterliet, ik gaf haar een kus op haar kop en zei: “Ach beestje, ik kan je niet helpen.”’ Linda van der Velde denkt nog vaak aan haar. Had ze Milou in huis moeten nemen? Ze voelt zich schuldig. ‘We wisten het niet, we wisten niet wat er gebeurt als je hond in beslag wordt genomen.’

In het kort is dit het verhaal: Milou, een staffordshire terriër, werd na een aantal meldingen door de politie meegenomen en naar de opslag op een geheime locatie gebracht, haar baasje Paul (niet zijn echte naam) was psychotisch geworden, het advies na een risico-inschattingstest luidde: ‘euthanaseren’. De rechter was niet overtuigd, de staat mocht de hond niet doden, zo luidde het vonnis. Toch deed het OM dat zeven maanden later. Voor de eigenaren is dit onbegrijpelijk. ‘Mijn geloof in de rechtsstaat is verdwenen’, zegt Linda.

December 2012: Milou was net twee jaar oud en zat in haar hok in de Dierenopvang Amsterdam, een gifgroen rond gebouw op een industrieterrein aan de rand van de stad. Ze wachtte op een baasje dat haar wilde adopteren. Zoals alle honden die worden aangeboden, was ze gevaccineerd, gechipt, ontwormd, ontvlooid én beoordeeld op gedrag. Alles was goed bevonden.

Op een middag in december datzelfde jaar stapte Paul met zijn vader in de auto voor hun huis in Purmerend. Paul was op dat moment 25 jaar, het was net uit met zijn vriendin. ‘Hij wilde wat gezelligheid, wat verzet’, vertelt zijn moeder Linda die op een zwarte, kunstleren bank zit in de woonkamer van haar kleine hoekhuis in een rustige Purmerendse woonwijk. Ze heeft drie zonen, Paul is haar oudste. Linda heeft haar dikke blonde haren naar achteren gebonden, ze aait een kleine, zachtharige, zeven maanden oude pup die net op schoot is gesprongen. ‘Een mix van maltezer, shih-tzu en poedel’, zegt ze. Buiten in de omheinde achtertuin liggen haar twee rasechte shih-tzu’s, kleine hondjes met platte snoeten, lange haren en diep donkere ogen.

Er is niets in het huis dat verwijst naar Milou. Geen foto in een lijstje op de eikenhouten kast, niet in de vensterbank naast de twee grote vierkante kaarsenstandaards, noch aan de muur naast het schilderij van een hert op een bosweggetje.

Paul wilde per se een hond uit het asiel adopteren, hij vond ze zielig. Zijn vader had een staffordshire, het zijn leuke honden wist hij, je kon er lekker mee wandelen. Dus toen hij die middag in december een tweejarige staffordshire terriër in een hok zag zitten, wist hij direct dat hij haar wilde. Ze was donkerbruin, met een witte vlek rondom haar snuit en een witte streep tussen haar ogen. ‘Ze waren meteen gek van elkaar’, weet zijn moeder. ‘Ze zaten op de terugweg in de auto al te knuffelen.’

De eerste vier jaar ging alles goed. Paul werkte in de bestrating, hij was zzp’er en kende zijn vak goed. Hij liet Milou ’s ochtends voor zijn werk uit, ’s avonds maakte hij regelmatig lange wandelingen met haar. Milou kon goed overweg met de hondjes van Linda, vreemde honden op straat negeerde ze. Naar mensen toe, bekenden en vreemden, was ze altijd vriendelijk. Dat benadrukt Linda ook nog eens.

‘Ze waren meteen gek van elkaar’, weet zijn moeder. ‘Ze zaten op de terugweg in de auto al te knuffelen’

Maar in de loop van 2015 kreeg Paul steeds meer moeite met het regelen van zijn administratie, wat hij als zelfstandige zelf moest doen. Hij wilde daarom iets anders. Hij volgde een opleiding in Amsterdam. In die periode zorgde Linda voor Milou, ze ging elke dag naar het huis van haar zoon, wandelde met de hond door het bos. ‘Milou was heel sterk, als ik haar uitliet dan kon ze echt trekken, maar ze luisterde goed’, herinnert ze zich. Ze ziet haar voor zich: ‘Altijd kwispelen met dat kleine staartje.’

Met Paul ging het echter bergafwaarts. Hij maakte zijn post niet meer open, schulden stapelden zich op, hij kreeg last van psychoses, ging drinken en gebruikte ‘ander spul’, zoals zijn moeder het noemt. Een keer belde haar ex-man op, Paul had de boel in zijn huis kort en klein geslagen, ook de televisie. Hij dacht dat er ‘iets’ in het stroomnet zat. ‘Paul was de weg kwijt’, zegt Linda. Ze aait haar puppy die ineengedoken op schoot zit, met korte, zenuwachtige bewegingen.

Hij deed meer rare dingen, zo wandelde Paul een keer met Milou van Purmerend naar Amsterdam, en ging daar op een bankje liggen slapen. ‘Dat is meer dan vier uur lopen’, zegt ze, ‘terwijl die hond last had van haar voorpoot.’ Ze waren voor die poot al bij de dierenarts geweest, die had aan de poot getrokken, wat duidelijk pijn deed. De arts wilde een foto laten maken, maar dat konden ze niet betalen. Ze waren van plan geld in te zamelen, maar het was er niet meer van gekomen. (Later had ze dit zo graag aan de rechter willen vertellen, dat Milou daarom waarschijnlijk hapte naar die dierenarts die haar in de opslag onderzocht, maar ze kreeg de kans niet.)

Milou begon weg te lopen van huis, dan stond ze ergens voor een deur te blaffen, of zwierf langs een drukke verkeersstraat. Paul was niet agressief naar haar, Linda weet dat zeker, hij verwaarloosde haar evenmin, maar Paul was veranderd, zijn instabiliteit, zijn agressieve en wispelturige buien maakten het thuis onveilig. ‘Honden voelen de gemoedstoestand van hun baasje’, zegt Linda. ‘Die hond was gewoon op zoek naar liefde.’

15 januari 2016: de eerste melding kwam bij de politie binnen: ‘De hond van melder is aangevallen door twee vechttype-achtige honden zonder dat daarbij noemenswaardig letsel optrad’, zo staat in het proces-verbaal. (Paul nam in die tijd nóg een hond in huis, een lichtbruine bordeaux dog van een vriend. Vaak liepen Milou en deze hond samen over straat.)

23 januari 2016: toen dezelfde melder haar hond uitliet, kwam een van de twee vechthonden aanrennen en viel haar hond aan, ‘nu ontstond er een gat in het oor van haar hond’. Het was onduidelijk of Milou dat had gedaan of de andere hond.

De pup springt van Linda’s schoot. Paul ontkende zijn probleem en wilde geen hulp. Toen een medewerker van de ggz langskwam, hield hij de deur dicht. Ook zijn moeder kreeg geen contact meer met hem. Hij schreeuwde vanaf het balkon tegen haar en haar ex-man. ‘Het is eng, het is je eigen kind’, zegt ze, nog steeds ontdaan. Linda sliep hele nachten niet. Ook over Milou was ze ongerust. ‘Het was zo zielig’, zegt ze. Maar haar ex kon er niet nog een hond bij hebben, zijzelf had een kat. ‘Dat ging echt niet.’

19 oktober 2016: een vrouw meldde dat haar stabij was aangevallen door twee loslopende honden en dat de eigenaar die erbij was niet ingreep. De stabij had verwondingen opgelopen. 20 oktober 2016: twee loslopende honden met een man erbij, ook toen zouden ze een hond hebben gebeten. 31 oktober 2016: beide honden liepen los, nu zonder baasje, ze werden in beslag genomen, later kon Paul ze ophalen. 2 november 2016: twee honden vielen een herdershond aan. 3 november 2016: een van de honden liep los.

Paul was gewaarschuwd: ‘Let op je hond.’ De buurt werd onrustig, mensen vonden het eng als Milou alleen op straat liep. Paul liet vaak zijn deur openstaan, zodat de honden zelf naar binnen konden komen. ‘Ik hou van vrijheid’, zei Paul daar later over tegen de politie, ‘dus ik laat mijn hond ook vrij.’

22 november 2016: gebod dat Paul de hond moest aanlijnen en muilkorven. 20 februari 2017: Milou liep los op straat, zonder eigenaar, en zonder muilkorf. ‘De eigenaar is aangesproken’, meldt het proces-verbaal. Nu was het afgelopen. Het was de achtste keer dat de hond bij de politie werd gemeld. ‘Toen de teef in zicht kwam is deze meteen in beslag genomen.’

‘De hond van melder is aangevallen door twee vechttype-achtige honden zonder dat noemenswaardig letsel optrad’

Milou werd in een auto geladen en naar een opslaghouder op een geheime locatie gebracht. Later bleek dat de Dierenopvang Amsterdam te zijn waar ze al eerder had gezeten. Nu werd ze op een gesloten afdeling geplaatst speciaal voor in beslag genomen honden, ze kreeg een kennel van waaruit ze op een buitenterrein kon komen zonder direct contact met mensen en honden te hebben. Ze noemden haar ‘Jewel’.

Zodra ze hoorde wat er was gebeurd, ging Linda op zoek naar een advocaat. Ze kreeg er een pro deo toegewezen. Haar zoon kon ze dan wel niet helpen, Milou misschien nog wel. Paul had ze hier niet meer in betrokken. Haar ex-man was de eerste keer nog met hem naar de politie geweest, maar hij had alleen maar staan schreeuwen dat hij zijn hond terug wilde. Ze wisten dat dat geen zin had, hij was ziek, zo zagen zij en haar ex-man dat, en ze lieten hem er vanaf dat moment buiten. Ze hadden ondertussen geen idee waar Milou was, en kregen ook geen informatie over wat er ging gebeuren. ‘Opeens was er helemaal niets’, zegt Linda.

16 maart 2017: Milou werd in de opslag onderworpen aan een risico-inschattingstest, uitgevoerd in opdracht van het Openbaar Ministerie door het Assessment Team van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Die dag zou haar lot bepalen. Bij een strafrechtelijke inbeslagname, waar het hier om ging, kan het OM een onafhankelijk risico-assessment aanvragen om de kans op herhaling te onderzoeken. Het advies dat daaruit volgt – teruggave, herplaatsing of euthanasie – gaat naar de officier van justitie. De eigenaar van de hond kan daartegen in beroep gaan.

Ook al worden per jaar zo’n 150.000 mensen door honden gebeten, en nog veel meer honden door honden, slechts een klein deel van de bijtende honden wordt in beslag genomen en aangemeld voor dit risico-assessment. In 2014 waren dat er 61, daarvan zijn dertien honden die strafrechtelijk in bewaring zijn genomen geëuthanaseerd. In 2015 zijn 22 honden gedood in opdracht van het OM, aldus de cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (Dit aantal staat los van de honden die zijn geëuthanaseerd vanwege verwaarlozing.)

Voor de eerste test zat Milou in haar eigen kennel, een hand werd door de tralies gestoken, ze rook eraan, ze werd strak aangekeken, iemand passeerde drie keer snel haar hok. Ze reageerde niet agressief, waarop ze haar met een haak door de tralies een halsband omdeden en meenamen naar een afgesloten deel van het terrein waar ze de hond vastzetten aan twee lijnen. Ze gehoorzaamde op ‘kom’ en ‘zit’, maar niet op ‘af’. Daarna werd het moeilijker: poppen aan een stok werden tegen haar aan geduwd, een meter van haar vandaan werd een paraplu opengeklapt, drie keer ging daarna een toeter vlakbij af, haar voederbak werd afgepakt, een jogger rende langs, ze werd ingesloten door drie vreemde personen die een slagbeweging naar haar maakten.

‘De hond is vrij groot, sterk en heel snel’, schreef de tester in de conclusie. Veel ging goed, wel was ze volgens de analyse gestrest, moest veel janken, ‘tongelen’ (puntje van tong uitsteken, meestal vanwege spanning), had last van stressgapen en zocht vaak steun. Ze had ‘een forse voederbakagressie’, de uitvallen waren ‘fel en snel’. Ze was echter gevoelig voor voer, afleidbaar, gehoorzaam en keek goed naar personen. In de conclusie werd Milou daarom wel trainbaar genoemd, maar omdat ze op sommige delen van de test agressief had gereageerd, en omdat het om een staffordshire ging, een ‘in potentie mogelijk gevaarlijk ras’, zag de tester toch een grote kans op veiligheidsproblemen.

Ook de ervaringen in de opslag werden meegewogen in de analyse. ‘Jewel is erg gespannen’, rapporteerden de verzorgers van de Dierenopvang Amsterdam. Ze vertrouwden de hond niet. Toen de dierenarts haar wilde onderzoeken sprong ze in de richting van zijn gezicht, een halsband durfden ze niet om te doen, ze had drie keer een bijtpoging gedaan. Na drie weken verstijfde de hond nog steeds als er iets met haar werd gedaan, ‘ondanks het geven van snoepjes’. Alhoewel ze in eerste instantie vriendelijk reageerde, stopte dat als je dichterbij kwam. Ze werd veiligheidshalve aan twee vanglijnen uit en in het hok gemanipuleerd. De ‘opslaghouder’ concludeerde dat Milou, alias Jewel, niet plaatsbaar was.

Het advies van het assessmentteam luidde: ‘Verbeurd verklaren van de hond en daaropvolgend euthanasie.’

‘Ga er maar vanuit dat de hond een spuitje krijgt’, zei de pro deo advocate, die ze toen voor het eerst sprak, tegen Linda. ‘Kunnen we niet zoeken naar een andere baas?’ antwoordde Linda, die goed begreep dat Milou niet terug moest naar Paul. ‘Dan moet de hond opnieuw getraind, dat is te duur’, zei de advocate.

Linda kreeg het verslag van de agressietest onder ogen. ‘Ik werd er helemaal verdrietig van’, zegt ze. ‘Ze hadden Milou aan twee vanglijnen vastgezet, alsof het een gevaarlijke hond was.’ En ze heette opeens anders. Jewel? dacht Linda. ‘Ik belde nog en zei: “Het is Jewel niet, het gaat om Milou…”’ Linda gaf zich niet zomaar gewonnen. Ze vond op internet het Comité Dierennoodhulp in Amsterdam dat opkomt voor in beslag genomen honden en nam direct contact op. Het was juni 2017.

‘Je moet geluk hebben dat je hond de test goed heeft gedaan. Anders krijg je je hond niet terug’

Sandra van de Werd, oprichtster van het Comité Dierennoodhulp, betrok strafrechtadvocaat Rutger van Veen erbij, van Domstad Advocaten in Utrecht, en samen haalden ze alles uit de kast om het euthanasie-advies van het assessmentteam te weerleggen. ‘Die risico-inschattingstest uit Utrecht is schandelijk’, zegt Sandra van de Werd. Er is, zo beklemtoont ze, nooit wetenschappelijk bewezen dat de test meet waarvoor hij wordt ingezet. ‘Je moet geluk hebben dat je hond de test goed heeft gedaan’, zegt ook Van Veen. ‘Anders krijg je je hond niet terug.’

Al snel hadden ze een hele lijst: een contra-expertise door een gespecialiseerde hondentrainer en gedragsdeskundige zag na lezing van het risicorapport vooral veel signalen die wezen op spanning. ‘Als die zich steeds verder opbouwt, is het logisch dat die er een keer uit moet.’ Ook wees de gedragsdeskundige erop dat de hond voordat het baasje ziek werd, nooit een probleem had veroorzaakt, dat de bijtincidenten vaag waren en dat ze trainbaar was. ‘Ze laat in de gedragstest voldoende potentie zien om met training een fijne hond te zijn voor een andere eigenaar.’

Een geneticus en fokkerijspecialist van Genetic Counseling Services verklaarde dat staffordshire-rassen niet per definitie een gevaar vormen voor hun omgeving. Stichting Hond in Nood, dat vaker met toestemming van justitie in beslag genomen honden traint, was bereid Milou gratis intern te trainen. Indien, zo voegden ze eraan toe, tijdens de training mocht blijken dat er meer mis was met Milou zouden zij haar laten ophalen om te euthanaseren. Een andere professionele hondentrainer bood aan Milou te begeleiden bij een nieuwe eigenaar. Paul liet bovendien officieel weten niet langer zelf Milou terug te eisen.

‘Het gaat om Milou’, zei Linda nog tegen de rechter op 20 juli 2017 tijdens het kort geding. ‘Het is een schat van een hond.’ De rechter moest een afweging maken tussen de veiligheid van de samenleving en het leven van de hond. Hij vroeg het Assessment Team van de Universiteit Utrecht in een tussenvonnis om extra onderbouwing van het advies Milou te euthanaseren terwijl ze wel trainbaar werd geacht – volgens artikel 1.10, ‘Besluit houders van dieren’, mag je een hond niet doden als het gedrag corrigeerbaar is door training. De rechter was niet overtuigd van het antwoord. Op 31 augustus volgde zijn beslissing: ‘De voorzieningenrechter verbiedt de staat om Milou te doden.’

Milou zat toen ruim een half jaar in de opvang. De advocaat vroeg het OM wanneer ze werd gebracht. Het Comité Dierennoodhulp had al een nieuwe eigenaar die zich ook bij het OM had gemeld: een gepensioneerde man die bestuurslid was geweest van de Dierenbescherming Nederland, en zelf veel honden had gehad, waaronder een staffordshire terriër. Hij zou betrokken worden bij de training van Milou.

Maar twee dagen na de uitspraak hoorden ze dat het OM in beroep ging. ‘Onbegrijpelijk’, zegt advocaat Rutger van Veen. ‘Het enige wat ze hoefden te doen was de hond afgeven aan het Comité Dierennoodhulp. Het kostte ze verder niets, professionele trainers zouden voor haar gaan zorgen, een ervaren nieuwe eigenaar stond klaar.’

Weer hoorden ze maanden niets. Totdat een vrijwillige hondenuitlater van de Dierenopvang in Amsterdam in het geheim Sandra van de Werd in een brief over Milou vertelde. De hond was na een verblijf van een half jaar op de gesloten afdeling naar een meer open deel van de dierenopvang gebracht. Vanaf dat moment had ze weer contact met verzorgers. Ze mocht naar de hondenhuiskamer en het speelplein, werd aangehaald door de uitlater, rende met plezier achter tennisballen aan, en blafte niet tegen andere honden. De vrijwilligster was gesteld op Milou, de eerste keer toen ze bij haar hok kwam, trilde ze, maar daarna likte ze lief aan haar hand. Volgens de hondenuitlater was het gedrag van Milou heel anders dan in de eerste weken, toen de verzorgers haar onplaatsbaar achtten en niet vertrouwden – een conclusie die zwaar had meegewogen bij de risicotest. ‘Ik vind haar ook echt een schat van een hond’, schreef ze.

Er was nog hoop. Om te kijken of beide partijen er toch samen uit konden komen, was door de rechter op 10 januari 2018 een zogenaamde comparitie na aanbrengen belegd. Om negen uur ’s ochtends moesten Linda en haar ex-man bij de rechtbank in Den Haag zijn. ‘Die officier van justitie, er was geen speld tussen te krijgen’, zegt Linda. ‘Hij bleef maar praten over wat Paul had gedaan.’ Paul had in het politiesysteem elf antecedenten op zijn naam staan, onder andere geweldpleging, naast andere registraties, ‘waaronder gevaarlijke en loslopende hond, ontsnappen van hond uit huis, het in psychose verkeren en andere vormen van overlast’.

Toen meldde de landsadvocaat ter zitting dat de familie niets meer te zeggen had over Milou, want in de strafzaak die ondertussen tegen Paul zelf was gevoerd, was de hond verbeurd verklaard. (Artikel 117sv bepaalt dat een dier wordt gezien als een in beslag genomen goed, het OM kan het verbeurd verklaren, vervreemden en vernietigen.) Het OM kon doen met Milou wat het wilde en gaf aan het hoger beroep te zullen doorzetten. ‘Ik dacht’, zei Linda, ‘het gaat toch om een levend wezen, om een hond, het is toch niet om mijn zoon te straffen?’

Omdat Paul inderdaad geen eigenaar meer was van Milou, speelde de vraag of hij ‘in rechte’ nog voldoende belang had bij zijn verweer. Daarom voerde advocaat Rutger van Veen het Comité Dierennoodhulp op als belanghebbende voor de zaak in hoger beroep – juridisch opkomen voor dieren in nood is immers een van de doelstellingen van de stichting. Het OM vroeg vervolgens begin april een week uitstel voor het indienen van hun conclusie, de advocaat gaf toestemming. ‘Dat is gebruikelijk’, zegt hij. In die week gaf het OM opdracht de hond te doden.

7 april 2018, zaterdagmiddag: Milou werd na een verblijf van een jaar en twee maanden uit haar hok gehaald, en kreeg een spuitje.

Linda, Paul, het Comité Dierennoodhulp, de advocaat: niemand kreeg bericht van het OM over de dood van de hond. Het was de vrijwillige hondenuitlater die het Sandra van de Werd diezelfde avond vertelde, ook zij begreep niet waarom ze was gedood. ‘Onfatsoenlijk en kafkaësk’, zegt advocaat Van Veen. Hij is er nog boos over. Hij belde direct met de landsadvocaat voor uitleg, die zei dat Milou een hond had gebeten. Van Veen betwijfelt dat, omdat enige onderbouwing ervan is uitgebleven. De staat heeft zich niet aan het vonnis van de voorzieningenrechter gehouden. De hond was weliswaar verbeurd verklaard, maar dat deed niets af aan het heldere verbod haar te doden. Er was helaas geen dwangsom opgelegd, dat doet de rechter zelden als het gaat om de staat. ‘Als het OM niet luistert naar de rechter, kunnen we eigenlijk niets’, zegt Van Veen.

Linda weet het moment dat ze het hoorde nog precies, het was zondagochtend, 8 april, iets over tienen, het was de eerste mooie voorjaarsdag, de zon scheen. Het is niet waar, dacht ze toen Sandra van de Werd het haar telefonisch vertelde. ‘Ik hoopte dat ze een fijne oude dag kon krijgen, dat was het enige.’ Tranen schieten weer in haar ogen. Ze heeft Milou niet kunnen redden. ‘Ze heeft zoveel meegemaakt.’ Ze kan niet meer naar foto’s van Milou kijken, ze heeft ze allemaal weggedaan.

Paul hebben ze niet verteld dat Milou dood is, ze zijn bang dat hij dan nog verder afzakt. De hondenmand staat nog steeds in zijn kamer, er ligt zelfs nog een bot in. ‘Het is een vreemd systeem’, zegt Linda. ‘Het is zo onrechtvaardig. Ik probeerde tot hen door te dringen. Ze vergeten dat er mensen zijn die van die hond houden.’