Popmuziek: David Byrne

Hondendromen

Had Karl Popper gelijk toen hij stelde dat we een morele plicht tot optimisme hebben? Het is een vraag waarop David Byrne een antwoord geeft in de vorm van een project: Reasons to Be Cheerful, naar een nummer van Ian Dury. In De Balie legde Byrne vorige maand uit welke ideeën opgenomen kunnen worden in zijn collectie (kort samengevat: bewezen succesvolle én universeel toepasbare ideeën), en in interviews voor zijn nieuwe album American Utopia vertelt hij er veelvuldig over. Het is het eerste eígen Byrne-album in veertien jaar, en het staat formeel los van zijn kunstproject. En informeel heel wat minder. Eigenlijk stelt Byrne op zijn album veel vragen, en de verleiding is groot in zijn verzamelde kunstwerken vervolgens de antwoorden te zien. Wat betekent vrijheid eigenlijk, wat is de waarheid nog waard? En dan zitten er pas twee nummers op, die opvallend lichtvoetig en actueel klinken.

Small muziek dbyrne promo
David Byrne © Jody Rogac

Byrne heeft weer samen geschreven met Brian Eno, wat erg goed nieuws is, en het andere is dat hij zich heeft omringd met eigentijdse producers en muzikanten. Het geluid van het album is opvallend open en fris, uit elk nummer klinkt een sprankelende gretigheid. David Byrne was altijd al van vorm én vent, maar het blijft een openbaring om een album te beluisteren van een 65-jarige man die niet alleen barst van de nieuwsgierigheid, maar ook van zowel de taal als de muzikaliteit om al die ideeën in te gieten. Neem Every Day Is a Miracle, een even speelse als intelligente oefening in perspectiefwisseling. Terwijl Byrne in het hoofd kruipt van een kip om zich af te vragen hoe die eigenlijk God zal zien (als een haan op hoog gevorderde leeftijd), vouwt hij het nummer in de beste Talking Heads-traditie open tot een swingend feest, terwijl hij nog wat dieren aanhaalt om maar duidelijk te maken dat alles perceptie is.

Hij blijft een nummer later bij het dierenthema, in de ballad Dog’s Mind, waarin het al na twee regels over een president gaat, en een realiteit die wel fictie lijkt. Het is een album over de Verenigde Staten, niet over Trump, heeft Byrne al vaak benadrukt: alle teksten had hij al af voor Trump werd gekozen tot president. Ook hier geldt: formeel waar, informeel heel wat minder. Elke observatie over de VS is nou eenmaal ook een observatie over de huídige Verenigde Staten. Het is weinigen gegeven wat Byrne met zijn engagement doet: hij kan werken met metaforen zoals Wes Anderson met beeldtaal, kleurrijk, gestileerd, licht absurd, grappig en volledig eigen, zonder dat het ook maar ergens ironisch wordt, of weigert door te bijten vanwege de humor. Het levert onnavolgbare meezingers op, zoals in dit Dog’s Mind: ‘We are dogs in our own paradise, in a theme park of our own. Doggy dancers doing doody, doggy dreaming all day long.’


David Byrne, American Utopia. David Byrne speelt 30 juni op Down The Rabbit Hole in Beuningen