Groen

Hondenpraat

Na onderzoek met veertien mudi’s (een Hongaarse herdershond) zijn wetenschappers erin geslaagd een computerprogramma te ontwikkelen dat een blaf kan indelen in een bepaalde categorie. Eerder was al duidelijk geworden dat mensen vaak heel goed in staat zijn om aan het blaffen van een hond te horen of de beesten blij, angstig of vijandig zijn. Naast die drie ‘emotionele ladingen’ is het nu ook mogelijk de volgende zes ‘communicatie-uitingen’ te destilleren: ‘vreemdeling’, ‘vechten’, ‘uitlaten’, ‘alleen’, ‘bal’ en ‘spelen’.

Kort nadat ik dit in de krant had gelezen, kwam ik in Nog in morgens gemeten van Koos van Zomeren deze passage tegen: ‘O, beste honden had hij gehad, hele beste honden. En het was niet alleen dat de hond jou moest leren verstaan, het was ook dat jij de hond moest leren verstaan. Als je zijn taal eenmaal begreep, dan zag je dat de hond altijd gelijk had, altijd.’

Een voorzichtige conclusie uit het onderzoek is dat honden pas zijn gaan blaffen vanaf het moment dat ze gedomesticeerd werden. Wolven en verwilderde honden schijnen niet te blaffen, omdat ze dat voor de onderlinge communicatie niet nodig hebben. Dat leidt vervolgens tot de aanname dat honden met hun geblaf met ons, de mens, willen praten. Dit onderzoek voedt mijn liefde voor de hond, als maatje, als huisdier, en vermindert mijn liefde voor de kat nóg meer. Het ontroert mij dat zo’n beest zijn uiterste best doet om in contact te komen met ons. Terwijl een kat zich op elk willekeurig moment nuffig van ons afwendt, of ons een haal geeft als we liefde, begrip of een blijk van waardering nodig hebben.

‘Bah’, zeggen kattenliefhebbers dan, ‘zo’n hond, zo’n serviel, dociel beest, zonder enige eigenheid! Geef mij maar een eigenzinnige kat!’ Vreemde lui, kattenliefhebbers. Als hun geliefden, of zelfs mensen in het algemeen, hetzelfde gedrag zouden vertonen als hun favoriete huisdier, nou, dan waren de rapen gaar. Waarom houden van zelfzuchtige, onverschillige dieren, terwijl er een dier is dat met één specifieke blaf ‘alleen’ tegen je kan zeggen, of ‘spelen’? Dan breekt toch zeker je hart, terwijl het tegelijkertijd overloopt van liefde?