Groen

Honderd

Ik ga voor deze speciale column buiten mijn boekje. Ik dien hier over groen of dieren te schrijven. Toen toenmalig interim-hoofdredacteur Koen Kleijn mij tweeënhalf jaar geleden vroeg dit te gaan doen, hapte ik niet meteen toe. Ik ben zo iemand die al iets moet hebben liggen om toezeggingen te doen. Onlangs werd ik gevraagd een verhaal met het thema ‘Kerst in Noord-Holland’ te schrijven voor een provinciaal blad. Altijd zeg ik dapper dat ik daarover na ga denken, maar uiteindelijk zeg ik altijd nee. Ik kan dat niet. Al meer dan een half jaar ben ik bezig met een toneelschrijfopdracht, al meer dan een half jaar heb ik één bladzijde tekst. Waar een simpel idee, gepaard aan een gevoel en een plaats van handeling, uit kan groeien tot een compleet boek, leidt een duidelijk omschreven opdracht tot iets vrijwel altijd tot niets. Binnen een maand moet ik een verhaal afleveren over ‘Wonen in 2050’, en dat moet echt, want het is een goedmakertje, voor één lege stoel op een KLM-vlucht naar Teheran. Het koude zweet staat me in de handen.
Als ik in opdracht niets kan, hoe is het me dan in godsnaam gelukt hier twee jaar lang elke week iets geplaatst te krijgen? Is het simpelweg omdat het formaat me ligt; ik vanaf maart 2004 al dingetjes van rond de driehonderd woorden schreef op mijn weblog? Is het het onderwerp? Is er over dieren en bomen altijd wel wat te schrijven, vooral als je zoals ik best vaak een dier of een boom tegen het lijf loopt? Is het dat ik daarover dúrf te schrijven, terwijl ik aan heel veel andere dingen mijn vingers niet wil of kan branden? Moet ik hier van leren? Eens wat vaker een opdracht (lees: geld) aannemen en maar zien waar het schip strandt?
Een complete alinea met vraagtekenzinnen. Die in deze laatste alinea niet ingelost zullen worden. Ik kan namelijk geen bevredigend antwoord verzinnen, en heb feitelijk helemaal geen behoefte daartoe, want ik gedij prima bij niet-weten. Zo. Ik kan dus een column afleveren zonder één enkele cavia of kromme iep.