Honderd jaar filmherinnering

Nu nog onzichtbaar, maar overal in de filmwereld gonst het van de plannen en voorbereidingen in verband met het honderdjarige bestaan van de film in 1995. Ook filmmakers maken zich op voor de grote verjaardag. Het British Film Institute (BFI) vroeg wereldwijd een tiental cineasten om na te denken over een mogelijke film over de filmgeschiedenis van hun land of werelddeel. Dat leverde een bont geheel van invalshoeken op.

Een aardige is die van onze geliefde Krzysztof Kieslowski, de grote Poolse filmmaker die zich na zijn recente majestueuze drieluik (waarvan we het laatste deel in Nederland nog te goed hebben) liet ontvallen dat hij geen films meer zal maken. Daar schijnt hij al min of meer op te zijn teruggekomen, in ieder geval bestaat de mogelijkheid dat hij zijn bijdrage levert aan het ambitieuze BFI-project.
Kieslowski is niet van plan om ons zijn visie op de filmgeschiedenis van Polen te onthullen; hij wil vertrekken vanuit de voorkeuren van gewone toeschouwers. Iedereen die verdacht kan worden van een professionele mening - als filmmakers, acteurs, historici en theoretici - wordt uit zijn film gebannen. Hij gaat op zoek naar gewone toeschouwers die onderling sterk van elkaar moeten verschillen, bijvoorbeeld ook in leeftijd. Een honderdjarige valt te verwachten, maar ook een zeer jong iemand die nog maar net zijn eerste film zag. Kieslowski wil achterhalen waarom mensen naar de film gingen en wat het was dat hen daarin ontroerde. Hij wil de special-effect-toverkracht van het jarige medium aanwenden om de door hem gekozen toeschouwers deel uit te laten maken van hun geliefde film, zodat de bewonderaar tot filmheld kan worden gemaakt.
Het plan van Kieslowski is erop gebaseerd dat film op een bepaalde manier een rol speelt in het leven van mensen. Van Jean-Luc Godard, in samenwerking met Anne-Marie Mieville, komt het plan dat het voortleven van films in de hoofden van de toeschouwers in twijfel trekt. Op zes verschillende plaatsen in Frankrijk wil hij jonge mensen aanspreken over een klassieke Franse film die een relatie heeft met die specifieke plaats.
De veronderstelling van Godard is dat de mensen die hij benadert met een vraag over een door Renoir, Gance of Melville gebruikte locatie geen herinneringen hebben aan de bedoelde filmbeelden. Beelden die ze dus ook niet kunnen meenemen naar de toekomst. Godard vergelijkt de indrukken van films als zich van de aarde verwijderende sterren en het werk van de filmhistoricus met dat van een archeoloog. Onder een snel groeiende laag beelden bevinden zich de herinneringen aan films als een verwoeste stad.
Kieslowski en Godard kiezen ieder op hun manier voor de toeschouwers. Edgar Reitz, de man van de grootse Heimat-epossen, wil met een bij hem passend groots gebaar juist wel de professionals aan het woord laten. Hij wil ze samendrijven op een voor de Duitse filmgeschiedenis betekenisvolle locatie, namelijk de Babelsbergstudio’s. De wanden van deze studio’s waren getuige van alle grootse en ook de traumatische episoden uit de Duitse filmgeschiedenis; de bloei van de expressionistische film in de jaren twintig, maar ook de propagandatijdperken van het Derde Rijk en de DDR.
Reitz wil een studio inrichten met een woud van schermen waarop gedurende een dag simultaan de honderd belangrijkste films uit de Duitse filmgeschiedenis zullen worden geprojecteerd. In dat flikkerende filmwoud dwalen dan meer dan honderd geselecteerde filmprofessionals die hun indrukken moeten prijsgeven aan een camerateam. Reitz ziet het als een soort shocktherapie om verdrongen filmherinneringen aan de gasten in zijn filmwoud te ontfutselen.
Niet alle door de BFI geentameerde filmprojecten hebben de charme van die van Kieslowski en Godard of de allure van Reitz. Er zijn degelijke documentaire voorstellen van Martin Scorsese en Stephen Frears, die niet in de laatste plaats bedoeld lijken te zijn om de makers zelf van een plaats in de geschiedschrijving te verzekeren. Niet dat ze die plaats niet zouden verdienen - met name in het geval van Scorsese is dat moeilijk aan te vechten - maar aan ijverige terugblikken op de filmgeschiedenis zal het jaar 1995 geen gebrek kennen.