Honderd jaar geleden

De eerste maanden van 1912 was Groot-Brittannië in de greep van de kolenmijnstaking. Genoeg reden voor de (inter)nationale pers om hierover te schrijven, maar ook voor illustrators om er spotprenten over te maken.

Medium schermafbeelding 2012 03 27 om 15.06.36

De Miners’ Federation of Great Britain (MFGB) kondigde eind 1911 al een staking aan en zoals de meeste stakingen ging ook deze om geld. Het oude systeem van het koppelen van salaris aan de verkoopprijs van kolen was vervangen door een ingewikkeld stelsel. Het salaris was hierbij opgebouwd uit allerlei losse onderdelen, waarvan de meeste niet officieel waren vastgelegd. Het kwam erop neer dat de mijnwerkers gemaakte (arbeids)kosten moesten declareren, maar slechts een klein deel werd uitbetaald. De stakers hadden dan ook maar één eis: een minimumloon.

Aangezien de mijneigenaren een voorstel van de vakbond weigerden, bleef er voor de mijnwerkers nog maar één mogelijkheid over. Op 26 februari 1912 legden de mijners van het dorpje Alfreton als eerste hun werk neer en werd de ondergrondse gemeden. De staking breidde zich uit en zorgde er zelfs voor dat de treindiensten moesten worden ingeperkt. Al was er één kolenmijn waar niet gestaakt werd, zo tekent De Amsterdammer op 31 maart op.

De strike was een succes en kon lang voortduren, omdat de ‘vakantiegangers’ met een stakersloon van tien shilling per week toch inkomsten hadden. De Notts Miners’ Association gaf eind maart aan nog genoeg geld over te hebben om nog tien weken door te gaan met de staking. Zo ver kwam het niet, want nog voor Pasen stopte de staking, op 11 april. De minimumloonwet werd aangenomen.

Niet alleen de Britse pers schreef de kranten vol over de mijnwerkersstaking, waarbij de rechtse bladen de stakers afschilderden als vakantiegangers. Ook in buitenlandse media werd er aandacht aan besteed, en vooral door middel van spotprenten.

De Amsterdammer van 10 maart 1912 heeft als bijvoegsel een spotprent, waarin de boom van maatschappelijke welvaart zijn wortels heeft in de mijnen. Daar mag de mijner zelf ook wel eens van genieten en dat doet hij dus ook, tijdens zijn staking. Hij neemt het ervan, alsof hij op vakantie is, want vroeg of laat zal de staking wel voorbij zijn. ‘Als door de wortels niets meer omhoog komt - kwijnt de plant.’