Honderd nazi’s, duizend van ons

Terwijl onze geblondeerde parlementariër de Nederlandse titelpagina’s sierde omdat hem de toegang tot Engeland werd geweigerd, mochten Zweedse, Tsjechische, Slowaakse, Oostenrijkse en Spaanse rechts-extremisten vorige week zonder bezwaar Duitsland in om daar hun ‘vrije mening’ te uiten.
De herdenking aan het Brits-Amerikaanse bombardement in de nacht van 13 op 14 februari 1945 op het centrum van Dresden werd door neonazi’s uit binnen- en buitenland aangegrepen voor een grootschalige demonstratie ter herinnering aan de ‘Bombenholocaust’, zoals de verwoesting van de Duitse stad in nazi-taal heet.

In de Nederlandse pers bleven de opmars en de daarop volgende incidenten en discussie nagenoeg onopgemerkt. Het ANP meldde wel dat er ongeveer zesduizend neonazi’s naar Dresden waren afgereisd, maar het alarmerende feit dat dit de grootste rechts-extremistische demonstratie na 1945 in de Duitse geschiedenis was, haalde de kranten niet.
In Duitsland daarentegen brandde de afgelopen dagen een discussie los over een verbod van de NPDen over het optreden van de politie, nadat het voor en na afloop van de demonstratie tot gewelddadige incidenten was gekomen tussen de betogers en tegenstanders van rechts. Bij een wegrestaurant in Thüringen werd bijvoorbeeld een vakbondslid door leden van een Zweeds-Duitse nazigroepering zodanig mishandeld dat hij met een schedelbreuk in het ziekenhuis moest worden opgenomen.
Politici en vakbonden vragen zich publiekelijk af waar de politie bij deze incidenten was. Bij het grondwettelijke recht op demonstratie hoort tenslotte ook de veilige heen- en terugreis naar de plaats van demonstratie. Bovendien zijn aanvallen van neonazi’s op tegenstanders van rechts op de route naar de officiële demonstratieplek geen nieuw verschijnsel, wat de ontbrekende preventieve aanwezigheid van politieagenten op parkeerplaatsen langs de snelweg nog onbegrijpelijker maakt.
Ook de extreem-linkse groepering Antifa voelt zich gedupeerd, omdat haar protestmars de toegang tot de officiële tegendemonstratie ‘Geh Denken’, aangevoerd door leidende partijleden van SPD, Die Grünen, Die Linke en van de Zentralrat für Juden, door de politie werd geweigerd. Op deze manier konden de 3500 linkse demonstranten zich niet aansluiten bij de officiële tocht, waar ongeveer 6500 mensen hun onvrede over de rechtse bijeenkomst uitten.
Dat de partij van bondskanselier Merkel (CDU) ook nog eens weigerde mee te doen aan een manifestatie die niet uitsluitend georganiseerd was door gevestigde partijen maar waaraan ook de omstreden Linkspartij en de Antifa hadden meegewerkt, maakte de onenigheid van de antirechtse alliantie pijnlijk zichtbaar.
Volgend jaar zullen we zien of deze innerlijke verdeeldheid de tegendemonstratie de das omdoet en of de 65ste herdenking op deze manier zal uitgroeien tot een overwinning van het rechts-radicale geluid.
De grote nazi-opkomst en de mishandelingen dit jaar zouden genoeg aanleiding moeten zijn om volgend jaar partijgevechten voor een dag opzij te schuiven en met gesloten rijen tegen de opkomst van rechts te demonstreren. De herdenking van de bombardementen op Dresden mag niet misbruikt worden voor fascistische, racistische en rechts-extremistische doeleinden.
Zoals Claudia Roth (partijleidster van Die Grünen) op de betoging riep: ‘Als er honderd nazi’s komen, dan moeten er duizend van ons tegenover staan.‘